🇳🇱

delen auf Niederländisch konjugieren

Niederländisch ✓ regelmäßig

delen bedeutet „to share to divide" und ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb. Hier findest du alle Zeitformen, natürliche Beispielsätze und eine kurze Geschichte — perfekt zum Lernen und Merken.

„delen" ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb (Bedeutung: „to share to divide"). Präsens: hij / zij deelt. Verleden tijd: hij / zij deelde. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft gedeeld. Alle Formen von „delen" online konjugieren und üben auf conjuexpert.app.

★ Mini-Quiz · ein Stück echte App
Sitzt delen schon?
Tippe die richtige Form — du bekommst sofort Feedback, genau wie in der App.

Konjugationstabelle — die wichtigsten Zeitformen

Tegenwoordige tijd

ikdeel
jijdeelt
hij / zijdeelt
wijdelen
julliedelen
zijdelen

Verleden tijd

ikdeelde
jijdeelde
hij / zijdeelde
wijdeelden
julliedeelden
zijdeelden

Toekomende tijd

ikzal delen
jijzult delen
hij / zijzal delen
wijzullen delen
julliezullen delen
zijzullen delen
Alle 9 Zeitformen anzeigen

Tegenwoordige tijd

ikdeel
jijdeelt
hij / zijdeelt
wijdelen
julliedelen
zijdelen

Verleden tijd

ikdeelde
jijdeelde
hij / zijdeelde
wijdeelden
julliedeelden
zijdeelden

Voltooid tegenwoordige tijd

ikheb gedeeld
jijhebt gedeeld
hij / zijheeft gedeeld
wijhebben gedeeld
julliehebben gedeeld
zijhebben gedeeld

Voltooid verleden tijd

ikhad gedeeld
jijhad gedeeld
hij / zijhad gedeeld
wijhadden gedeeld
julliehadden gedeeld
zijhadden gedeeld

Toekomende tijd

ikzal delen
jijzult delen
hij / zijzal delen
wijzullen delen
julliezullen delen
zijzullen delen

Aanvoegende wijs

ikdeele
jijdeele
hij / zijdeele
wijdelen
julliedelen
zijdelen

Voorwaardelijke wijs

ikzou delen
jijzou delen
hij / zijzou delen
wijzouden delen
julliezouden delen
zijzouden delen

Gebiedende wijs

ik
jijdeel
hij / zijdeel
wijlaten we delen
julliedeelt
zijdeelt u

Onvoltooid deelwoord

ikdelend
jijdelend
hij / zijdelend
wijdelend
julliedelend
zijdelend

Beispielsätze mit „delen"

Tegenwoordige tijd
  • Wij delen het brood.Wir teilen das Brot.
  • Zij delen hun boeken.Sie teilen ihre Bücher.
Verleden tijd
  • Ik deelde mijn pen gisteren.Ich teilte gestern meinen Stift.
  • Jij deelde het geld met mij.Du teiltest das Geld mit mir.
Toekomende tijd
  • Wij zullen de taart delen.Wir werden den Kuchen teilen.
  • Zij zal de taken verdelen.Sie wird die Aufgaben aufteilen.

Geschichte mit „delen"

Elke ochtend deel ik mijn ontbijt met mijn zus, want we vinden het fijn om samen te eten. Gisteren deelde ik mijn laatste stuk appel met haar, omdat ze geen fruit had meegenomen. Soms delen we ook onze plannen voor de dag, zodat we weten wat de ander gaat doen. Volgende week zullen we onze nieuwe boeken delen, zodat we allebei iets nieuws kunnen lezen. Het delen van kleine dingen maakt onze band sterker en de dagen gezelliger.
Jeden Morgen teile ich mein Frühstück mit meiner Schwester, weil wir es schön finden, zusammen zu essen. Gestern teilte ich mein letztes Stück Apfel mit ihr, weil sie kein Obst mitgebracht hatte. Manchmal teilen wir auch unsere Tagespläne, damit wir wissen, was der andere vorhat. Nächste Woche werden wir unsere neuen Bücher teilen, damit wir beide etwas Neues lesen können. Das Teilen kleiner Dinge stärkt unsere Bindung und macht die Tage gemütlicher.

Häufige Fragen zu „delen"

Ist „delen" ein regelmäßiges oder unregelmäßiges Verb?

„delen" ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb und bedeutet „to share to divide".

Wie wird „delen" in der 3. Person Singular konjugiert?

Im Präsens: hij / zij deelt.

Wie lautet die Vergangenheitsform von „delen"?

Verleden tijd: hij / zij deelde. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft gedeeld.

Wird „delen" mit „hebben" oder „zijn" gebildet?

Das Perfekt von „delen" wird mit „hebben" gebildet: hij / zij heeft gedeeld.

Wo kann ich „delen" üben?

Du kannst „delen" kostenlos im ConjuExpert-Quiz üben — mit allen Zeitformen, in fünf Sprachen, ohne Anmeldung.

„delen" direkt im Quiz üben

Alle 5 Sprachen · alle Zeitformen · KI-Beispielsätze · kostenlos starten

ConjuExpert öffnen → Kein Download · keine Anmeldung nötig