🇳🇱

drinken auf Niederländisch konjugieren

Niederländisch ⚡ unregelmäßig

drinken bedeutet „to drink" und ist ein unregelmäßiges Nederlands-Verb. Hier findest du alle Zeitformen, natürliche Beispielsätze und eine kurze Geschichte — perfekt zum Lernen und Merken.

🎯 „drinken" jetzt im Quiz üben — kostenlos →

Konjugationstabelle — die wichtigsten Zeitformen

Tegenwoordige tijd

ikdrink
jijdrinkt
hij / zijdrinkt
wijdrinken
julliedrinken
zijdrinken

Verleden tijd

ikdronk
jijdronk
hij / zijdronk
wijdronken
julliedronken
zijdronken

Toekomende tijd

ikzal drinken
jijzult drinken
hij / zijzal drinken
wijzullen drinken
julliezullen drinken
zijzullen drinken
Alle 9 Zeitformen anzeigen

Tegenwoordige tijd

ikdrink
jijdrinkt
hij / zijdrinkt
wijdrinken
julliedrinken
zijdrinken

Verleden tijd

ikdronk
jijdronk
hij / zijdronk
wijdronken
julliedronken
zijdronken

Voltooid tegenwoordige tijd

ikheb gedronken
jijhebt gedronken
hij / zijheeft gedronken
wijhebben gedronken
julliehebben gedronken
zijhebben gedronken

Voltooid verleden tijd

ikhad gedronken
jijhad gedronken
hij / zijhad gedronken
wijhadden gedronken
julliehadden gedronken
zijhadden gedronken

Toekomende tijd

ikzal drinken
jijzult drinken
hij / zijzal drinken
wijzullen drinken
julliezullen drinken
zijzullen drinken

Aanvoegende wijs

ikdrinke
jijdrinke
hij / zijdrinke
wijdrinken
julliedrinken
zijdrinken

Voorwaardelijke wijs

ikzou drinken
jijzou drinken
hij / zijzou drinken
wijzouden drinken
julliezouden drinken
zijzouden drinken

Gebiedende wijs

ik
jijdrink
hij / zijdrink
wijlaten we drinken
julliedrinkt
zijdrink u

Onvoltooid deelwoord

ikdrinkend
jijdrinkend
hij / zijdrinkend
wijdrinkend
julliedrinkend
zijdrinkend

Beispielsätze mit „drinken"

Tegenwoordige tijd
  • Ik drink water elke dag.Ich trinke jeden Tag Wasser.
  • Zij drinken koffie in de ochtend.Sie trinken morgens Kaffee.
Verleden tijd
  • Gisteren dronk ik een glas sap.Gestern trank ich ein Glas Saft.
  • Wij dronken bier op het feest.Wir tranken Bier auf der Feier.
Toekomende tijd
  • Morgen ga ik thee drinken.Morgen werde ich Tee trinken.
  • Zij zullen wijn drinken vanavond.Sie werden heute Abend Wein trinken.

Geschichte mit „drinken"

Op een zonnige zondagmorgen besloten Anna en haar vriend Tom naar het park te gaan. Terwijl ze op een bankje zaten, dronk Anna haar warme koffie met een tevreden zucht. Tom had een fles koud water meegenomen en zei: "Je moet meer drinken, het is zo warm!" Ze lachten en hij gaf haar een slok van zijn water. Later, terwijl ze samen picknickten, dronken ze ook een verfrissend sapje dat ze hadden meegenomen. De zon scheen fel en ze genoten van elk moment samen.
An einem sonnigen Sonntagmorgen beschlossen Anna und ihr Freund Tom, in den Park zu gehen. Während sie auf einer Bank saßen, trank Anna ihren heißen Kaffee mit einem zufriedenen Seufzer. Tom hatte eine Flasche kaltes Wasser mitgebracht und sagte: "Du musst mehr trinken, es ist so warm!" Sie lachten und er gab ihr einen Schluck von seinem Wasser. Später, während sie zusammen picknickten, tranken sie auch einen erfrischenden Saft, den sie mitgebracht hatten. Die Sonne schien hell und sie genossen jeden Moment zusammen.

„drinken" direkt im Quiz üben

Alle 5 Sprachen · alle Zeitformen · KI-Beispielsätze · kostenlos starten

ConjuExpert öffnen → Kein Download · keine Anmeldung nötig