🇳🇱

mompelen auf Niederländisch konjugieren

Niederländisch ✓ regelmäßig

mompelen bedeutet „to mumble or mutter" und ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb. Hier findest du alle Zeitformen, natürliche Beispielsätze und eine kurze Geschichte — perfekt zum Lernen und Merken.

„mompelen" ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb (Bedeutung: „to mumble or mutter"). Präsens: hij / zij mompeelt. Verleden tijd: hij / zij mompeelde. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft gemompeeld. Alle Formen von „mompelen" online konjugieren und üben auf conjuexpert.app.

★ Mini-Quiz · ein Stück echte App
Sitzt mompelen schon?
Tippe die richtige Form — du bekommst sofort Feedback, genau wie in der App.

Konjugationstabelle — die wichtigsten Zeitformen

Tegenwoordige tijd

ikmompeel
jijmompeelt
hij / zijmompeelt
wijmompelen
julliemompelen
zijmompelen

Verleden tijd

ikmompeelde
jijmompeelde
hij / zijmompeelde
wijmompeelden
julliemompeelden
zijmompeelden

Toekomende tijd

ikzal mompelen
jijzult mompelen
hij / zijzal mompelen
wijzullen mompelen
julliezullen mompelen
zijzullen mompelen
Alle 9 Zeitformen anzeigen

Tegenwoordige tijd

ikmompeel
jijmompeelt
hij / zijmompeelt
wijmompelen
julliemompelen
zijmompelen

Verleden tijd

ikmompeelde
jijmompeelde
hij / zijmompeelde
wijmompeelden
julliemompeelden
zijmompeelden

Voltooid tegenwoordige tijd

ikheb gemompeeld
jijhebt gemompeeld
hij / zijheeft gemompeeld
wijhebben gemompeeld
julliehebben gemompeeld
zijhebben gemompeeld

Voltooid verleden tijd

ikhad gemompeeld
jijhad gemompeeld
hij / zijhad gemompeeld
wijhadden gemompeeld
julliehadden gemompeeld
zijhadden gemompeeld

Toekomende tijd

ikzal mompelen
jijzult mompelen
hij / zijzal mompelen
wijzullen mompelen
julliezullen mompelen
zijzullen mompelen

Aanvoegende wijs

ikmompeele
jijmompeele
hij / zijmompeele
wijmompelen
julliemompelen
zijmompelen

Voorwaardelijke wijs

ikzou mompelen
jijzou mompelen
hij / zijzou mompelen
wijzouden mompelen
julliezouden mompelen
zijzouden mompelen

Gebiedende wijs

ik
jijmompeel
hij / zijmompeel
wijlaten we mompelen
julliemompeelt
zijmompeelt u

Onvoltooid deelwoord

ikmompelend
jijmompelend
hij / zijmompelend
wijmompelend
julliemompelend
zijmompelend

Beispielsätze mit „mompelen"

Tegenwoordige tijd
  • Hij mompelt iets onduidelijks.Er murmelt etwas Unverständliches.
  • Ze mompelt altijd tijdens het lezen.Sie murmelt immer beim Lesen.
Verleden tijd
  • Gisteren mompelde hij een excuseer.Gestern murmelte er eine Entschuldigung.
  • Ze mompelden zachtjes in de klas.Sie murmelten leise im Klassenzimmer.
Toekomende tijd
  • Ik zal straks iets mompelen.Ich werde später etwas murmeln.
  • Zij zal een geheim mompelen.Sie wird ein Geheimnis murmeln.

Geschichte mit „mompelen"

Opa zat in zijn oude stoel en mompelde iets onverstaanbaars terwijl hij naar buiten keek. Elke keer als hij zijn bril opdeed, begon hij zachtjes te mompelen over vroeger, alsof hij de tijd wilde terugdraaien. Mijn moeder mompelde toen dat hij misschien een beetje hulp nodig had, maar opa bleef maar mompelen en lachte. Terwijl ik hem water gaf, hoorde ik hem weer mompelen, dit keer over de tuin die ooit vol bloemen stond. Het was een gewoonte geworden, dat mompelen, een manier om herinneringen levend te houden.
Opa saß in seinem alten Sessel und murmelte etwas Unverständliches, während er nach draußen blickte. Jedes Mal, wenn er seine Brille aufsetzte, begann er leise über früher zu murmeln, als wollte er die Zeit zurückdrehen. Meine Mutter murmelte dann, dass er vielleicht etwas Hilfe brauchte, aber Opa murmelte weiter und lachte. Als ich ihm Wasser gab, hörte ich ihn wieder murmeln, diesmal über den Garten, der einst voller Blumen war. Das Murmeln war zur Gewohnheit geworden, eine Art, Erinnerungen lebendig zu halten.

Häufige Fragen zu „mompelen"

Ist „mompelen" ein regelmäßiges oder unregelmäßiges Verb?

„mompelen" ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb und bedeutet „to mumble or mutter".

Wie wird „mompelen" in der 3. Person Singular konjugiert?

Im Präsens: hij / zij mompeelt.

Wie lautet die Vergangenheitsform von „mompelen"?

Verleden tijd: hij / zij mompeelde. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft gemompeeld.

Wird „mompelen" mit „hebben" oder „zijn" gebildet?

Das Perfekt von „mompelen" wird mit „hebben" gebildet: hij / zij heeft gemompeeld.

Wo kann ich „mompelen" üben?

Du kannst „mompelen" kostenlos im ConjuExpert-Quiz üben — mit allen Zeitformen, in fünf Sprachen, ohne Anmeldung.

„mompelen" direkt im Quiz üben

Alle 5 Sprachen · alle Zeitformen · KI-Beispielsätze · kostenlos starten

ConjuExpert öffnen → Kein Download · keine Anmeldung nötig