🇳🇱

pakken auf Niederländisch konjugieren

Niederländisch ✓ regelmäßig

pakken bedeutet „to grab to take to catch" und ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb. Hier findest du alle Zeitformen, natürliche Beispielsätze und eine kurze Geschichte — perfekt zum Lernen und Merken.

„pakken" ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb (Bedeutung: „to grab to take to catch"). Präsens: hij / zij pakt. Verleden tijd: hij / zij pakte. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft gepakt. Alle Formen von „pakken" online konjugieren und üben auf conjuexpert.app.

★ Mini-Quiz · ein Stück echte App
Sitzt pakken schon?
Tippe die richtige Form — du bekommst sofort Feedback, genau wie in der App.

Konjugationstabelle — die wichtigsten Zeitformen

Tegenwoordige tijd

ikpak
jijpakt
hij / zijpakt
wijpakken
julliepakken
zijpakken

Verleden tijd

ikpakte
jijpakte
hij / zijpakte
wijpakten
julliepakten
zijpakten

Toekomende tijd

ikzal pakken
jijzult pakken
hij / zijzal pakken
wijzullen pakken
julliezullen pakken
zijzullen pakken
Alle 9 Zeitformen anzeigen

Tegenwoordige tijd

ikpak
jijpakt
hij / zijpakt
wijpakken
julliepakken
zijpakken

Verleden tijd

ikpakte
jijpakte
hij / zijpakte
wijpakten
julliepakten
zijpakten

Voltooid tegenwoordige tijd

ikheb gepakt
jijhebt gepakt
hij / zijheeft gepakt
wijhebben gepakt
julliehebben gepakt
zijhebben gepakt

Voltooid verleden tijd

ikhad gepakt
jijhad gepakt
hij / zijhad gepakt
wijhadden gepakt
julliehadden gepakt
zijhadden gepakt

Toekomende tijd

ikzal pakken
jijzult pakken
hij / zijzal pakken
wijzullen pakken
julliezullen pakken
zijzullen pakken

Aanvoegende wijs

ikpake
jijpake
hij / zijpake
wijpakken
julliepakken
zijpakken

Voorwaardelijke wijs

ikzou pakken
jijzou pakken
hij / zijzou pakken
wijzouden pakken
julliezouden pakken
zijzouden pakken

Gebiedende wijs

ik
jijpak
hij / zijpak
wijlaten we pakken
julliepakt
zijpakt u

Onvoltooid deelwoord

ikpakkend
jijpakkend
hij / zijpakkend
wijpakkend
julliepakkend
zijpakkend

Beispielsätze mit „pakken"

Tegenwoordige tijd
  • Ik pak de bal snel.Ich nehme den Ball schnell.
  • Jij pakt altijd mijn jas.Du nimmst immer meine Jacke.
Verleden tijd
  • Hij pakte de trein op tijd.Er nahm den Zug pünktlich.
  • Wij pakten de koffers samen.Wir packten zusammen die Koffer.
Toekomende tijd
  • Zij zal het cadeau pakken.Sie wird das Geschenk nehmen.
  • Ik zal de telefoon pakken straks.Ich werde gleich das Telefon nehmen.

Geschichte mit „pakken"

Toen ik vanochtend naar het station liep, zag ik een jongen die zijn tas probeerde te pakken voordat hij de trein miste. Ik pakte snel mijn jas en rende achter hem aan. Hij pakte net de trein, maar liet zijn telefoon vallen. Snel pakte ik de telefoon op en riep hem na. Hij draaide zich om, pakte zijn telefoon dankbaar aan en liep verder. Die kleine actie maakte mijn dag goed.
Als ich heute Morgen zum Bahnhof ging, sah ich einen Jungen, der versuchte, seine Tasche zu greifen, bevor er den Zug verpasste. Ich griff schnell nach meiner Jacke und rannte ihm hinterher. Er erwischte gerade noch den Zug, ließ aber sein Handy fallen. Schnell hob ich das Handy auf und rief ihm nach. Er drehte sich um, nahm dankbar sein Handy und ging weiter. Diese kleine Aktion machte meinen Tag gut.

Häufige Fragen zu „pakken"

Ist „pakken" ein regelmäßiges oder unregelmäßiges Verb?

„pakken" ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb und bedeutet „to grab to take to catch".

Wie wird „pakken" in der 3. Person Singular konjugiert?

Im Präsens: hij / zij pakt.

Wie lautet die Vergangenheitsform von „pakken"?

Verleden tijd: hij / zij pakte. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft gepakt.

Wird „pakken" mit „hebben" oder „zijn" gebildet?

Das Perfekt von „pakken" wird mit „hebben" gebildet: hij / zij heeft gepakt.

Wo kann ich „pakken" üben?

Du kannst „pakken" kostenlos im ConjuExpert-Quiz üben — mit allen Zeitformen, in fünf Sprachen, ohne Anmeldung.

„pakken" direkt im Quiz üben

Alle 5 Sprachen · alle Zeitformen · KI-Beispielsätze · kostenlos starten

ConjuExpert öffnen → Kein Download · keine Anmeldung nötig