🇳🇱

trainen auf Niederländisch konjugieren

Niederländisch ✓ regelmäßig

trainen bedeutet „to train to practice" und ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb. Hier findest du alle Zeitformen, natürliche Beispielsätze und eine kurze Geschichte — perfekt zum Lernen und Merken.

„trainen" ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb (Bedeutung: „to train to practice"). Präsens: hij / zij traint. Verleden tijd: hij / zij trainde. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft getraind. Alle Formen von „trainen" online konjugieren und üben auf conjuexpert.app.

★ Mini-Quiz · ein Stück echte App
Sitzt trainen schon?
Tippe die richtige Form — du bekommst sofort Feedback, genau wie in der App.

Konjugationstabelle — die wichtigsten Zeitformen

Tegenwoordige tijd

iktrain
jijtraint
hij / zijtraint
wijtrainen
jullietrainen
zijtrainen

Verleden tijd

iktrainde
jijtrainde
hij / zijtrainde
wijtrainden
jullietrainden
zijtrainden

Toekomende tijd

ikzal trainen
jijzult trainen
hij / zijzal trainen
wijzullen trainen
julliezullen trainen
zijzullen trainen
Alle 9 Zeitformen anzeigen

Tegenwoordige tijd

iktrain
jijtraint
hij / zijtraint
wijtrainen
jullietrainen
zijtrainen

Verleden tijd

iktrainde
jijtrainde
hij / zijtrainde
wijtrainden
jullietrainden
zijtrainden

Voltooid tegenwoordige tijd

ikheb getraind
jijhebt getraind
hij / zijheeft getraind
wijhebben getraind
julliehebben getraind
zijhebben getraind

Voltooid verleden tijd

ikhad getraind
jijhad getraind
hij / zijhad getraind
wijhadden getraind
julliehadden getraind
zijhadden getraind

Toekomende tijd

ikzal trainen
jijzult trainen
hij / zijzal trainen
wijzullen trainen
julliezullen trainen
zijzullen trainen

Aanvoegende wijs

iktraine
jijtraine
hij / zijtraine
wijtrainen
jullietrainen
zijtrainen

Voorwaardelijke wijs

ikzou trainen
jijzou trainen
hij / zijzou trainen
wijzouden trainen
julliezouden trainen
zijzouden trainen

Gebiedende wijs

ik
jijtrain
hij / zijtrain
wijlaten we trainen
jullietraint
zijtraint u

Onvoltooid deelwoord

iktrainend
jijtrainend
hij / zijtrainend
wijtrainend
jullietrainend
zijtrainend

Beispielsätze mit „trainen"

Tegenwoordige tijd
  • Ik train elke dag in de sportschool.Ich trainiere jeden Tag im Fitnessstudio.
  • Zij trainen samen voor de wedstrijd.Sie trainieren zusammen für den Wettkampf.
Verleden tijd
  • Hij trainde gisteren hard voor de marathon.Er trainierte gestern hart für den Marathon.
  • Wij trainden vaak in de zomer.Wir trainierten oft im Sommer.
Toekomende tijd
  • Ik zal morgen vroeg trainen.Ich werde morgen früh trainieren.
  • Zij zullen volgende week beginnen te trainen.Sie werden nächste Woche mit dem Training beginnen.

Geschichte mit „trainen"

Elke ochtend train ik hard om mijn conditie te verbeteren. Gisteren trainden mijn vrienden en ik samen in het park, waar we elkaar aanmoedigden. Toen ik jonger was, trainde ik altijd met mijn vader om beter te worden in voetbal. Morgen zal ik weer trainen, want over een maand begint het toernooi. Het trainen kost veel doorzettingsvermogen, maar ik geniet er echt van.
Jeden Morgen trainiere ich hart, um meine Kondition zu verbessern. Gestern trainierten meine Freunde und ich zusammen im Park, wo wir uns gegenseitig anfeuerten. Als ich jünger war, trainierte ich immer mit meinem Vater, um im Fußball besser zu werden. Morgen werde ich wieder trainieren, denn in einem Monat beginnt das Turnier. Das Training erfordert viel Durchhaltevermögen, aber ich habe wirklich Freude daran.

Häufige Fragen zu „trainen"

Ist „trainen" ein regelmäßiges oder unregelmäßiges Verb?

„trainen" ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb und bedeutet „to train to practice".

Wie wird „trainen" in der 3. Person Singular konjugiert?

Im Präsens: hij / zij traint.

Wie lautet die Vergangenheitsform von „trainen"?

Verleden tijd: hij / zij trainde. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft getraind.

Wird „trainen" mit „hebben" oder „zijn" gebildet?

Das Perfekt von „trainen" wird mit „hebben" gebildet: hij / zij heeft getraind.

Wo kann ich „trainen" üben?

Du kannst „trainen" kostenlos im ConjuExpert-Quiz üben — mit allen Zeitformen, in fünf Sprachen, ohne Anmeldung.

„trainen" direkt im Quiz üben

Alle 5 Sprachen · alle Zeitformen · KI-Beispielsätze · kostenlos starten

ConjuExpert öffnen → Kein Download · keine Anmeldung nötig