🇳🇱

vertrekken auf Niederländisch konjugieren

Niederländisch ⚡ unregelmäßig

vertrekken bedeutet „to depart" und ist ein unregelmäßiges Nederlands-Verb. Hier findest du alle Zeitformen, natürliche Beispielsätze und eine kurze Geschichte — perfekt zum Lernen und Merken.

🎯 „vertrekken" jetzt im Quiz üben — kostenlos →

Konjugationstabelle — die wichtigsten Zeitformen

Tegenwoordige tijd

ikvertrek
jijvertrekt
hij / zijvertrekt
wijvertrekken
jullievertrekken
zijvertrekken

Verleden tijd

ikvertrok
jijvertrok
hij / zijvertrok
wijvertrokken
jullievertrokken
zijvertrokken

Toekomende tijd

ikzal vertrekken
jijzult vertrekken
hij / zijzal vertrekken
wijzullen vertrekken
julliezullen vertrekken
zijzullen vertrekken
Alle 9 Zeitformen anzeigen

Tegenwoordige tijd

ikvertrek
jijvertrekt
hij / zijvertrekt
wijvertrekken
jullievertrekken
zijvertrekken

Verleden tijd

ikvertrok
jijvertrok
hij / zijvertrok
wijvertrokken
jullievertrokken
zijvertrokken

Voltooid tegenwoordige tijd

ikben vertrokken
jijbent vertrokken
hij / zijis vertrokken
wijzijn vertrokken
julliezijn vertrokken
zijzijn vertrokken

Voltooid verleden tijd

ikwas vertrokken
jijwas vertrokken
hij / zijwas vertrokken
wijwaren vertrokken
julliewaren vertrokken
zijwaren vertrokken

Toekomende tijd

ikzal vertrekken
jijzult vertrekken
hij / zijzal vertrekken
wijzullen vertrekken
julliezullen vertrekken
zijzullen vertrekken

Aanvoegende wijs

ikvertreke
jijvertreke
hij / zijvertreke
wijvertrekken
jullievertrekken
zijvertrekken

Voorwaardelijke wijs

ikzou vertrekken
jijzou vertrekken
hij / zijzou vertrekken
wijzouden vertrekken
julliezouden vertrekken
zijzouden vertrekken

Gebiedende wijs

ik
jijvertrek
hij / zijvertrek
wijlaten we vertrekken
jullievertrekt
zijvertrek u

Onvoltooid deelwoord

ikvertrekkend
jijvertrekkend
hij / zijvertrekkend
wijvertrekkend
jullievertrekkend
zijvertrekkend

Beispielsätze mit „vertrekken"

Tegenwoordige tijd
  • Wij vertrekken om acht uur.Wir fahren um acht Uhr.
  • Zij vertrekken met de trein.Sie fahren mit dem Zug.
Verleden tijd
  • Hij vertrok gisteren naar Amsterdam.Er ist gestern nach Amsterdam abgefahren.
  • Wij vertrokken laat in de avond.Wir sind spät am Abend abgefahren.
Toekomende tijd
  • Ik vertrek morgen vroeg.Ich fahre morgen früh.
  • Zij zullen vertrekken na het eten.Sie werden nach dem Essen abfahren.

Geschichte mit „vertrekken"

Het was een drukke ochtend in het huis van de Van Dijk familie. Terwijl de kinderen zich klaarmaakten voor school, vertrok de moeder al snel naar haar werk. Ze had beloofd om op tijd te vertrekken, maar de verloren sleutels zorgden voor chaos. Uiteindelijk vertrokken ze samen, de kinderen lachend achter hun rugzakken aan. Toen ze de deur uitgingen, zei de moeder: "We vertrekken nu, anders komen we te laat!" De zon scheen helder terwijl ze de straat overstaken, klaar voor een nieuwe dag.
Es war ein geschäftiger Morgen im Haus der Familie Van Dijk. Während die Kinder sich für die Schule fertig machten, machte sich die Mutter schnell auf den Weg zur Arbeit. Sie hatte versprochen, rechtzeitig zu starten, aber die verlorenen Schlüssel sorgten für Chaos. Schließlich verließen sie gemeinsam das Haus, die Kinder lachten hinter ihren Rucksäcken her. Als sie die Tür verließen, sagte die Mutter: "Wir müssen jetzt gehen, sonst kommen wir zu spät!" Die Sonne schien hell, während sie die Straße überquerten, bereit für einen neuen Tag.

„vertrekken" direkt im Quiz üben

Alle 5 Sprachen · alle Zeitformen · KI-Beispielsätze · kostenlos starten

ConjuExpert öffnen → Kein Download · keine Anmeldung nötig