🇳🇱

vliegen auf Niederländisch konjugieren

Niederländisch ⚡ unregelmäßig

vliegen bedeutet „to fly" und ist ein unregelmäßiges Nederlands-Verb. Hier findest du alle Zeitformen, natürliche Beispielsätze und eine kurze Geschichte — perfekt zum Lernen und Merken.

🎯 „vliegen" jetzt im Quiz üben — kostenlos →

Konjugationstabelle — die wichtigsten Zeitformen

Tegenwoordige tijd

ikvlieg
jijvliegt
hij / zijvliegt
wijvliegen
jullievliegen
zijvliegen

Verleden tijd

ikvloog
jijvloog
hij / zijvloog
wijvlogen
jullievlogen
zijvlogen

Toekomende tijd

ikzal vliegen
jijzult vliegen
hij / zijzal vliegen
wijzullen vliegen
julliezullen vliegen
zijzullen vliegen
Alle 9 Zeitformen anzeigen

Tegenwoordige tijd

ikvlieg
jijvliegt
hij / zijvliegt
wijvliegen
jullievliegen
zijvliegen

Verleden tijd

ikvloog
jijvloog
hij / zijvloog
wijvlogen
jullievlogen
zijvlogen

Voltooid tegenwoordige tijd

ikben gevlogen
jijbent gevlogen
hij / zijis gevlogen
wijzijn gevlogen
julliezijn gevlogen
zijzijn gevlogen

Voltooid verleden tijd

ikwas gevlogen
jijwas gevlogen
hij / zijwas gevlogen
wijwaren gevlogen
julliewaren gevlogen
zijwaren gevlogen

Toekomende tijd

ikzal vliegen
jijzult vliegen
hij / zijzal vliegen
wijzullen vliegen
julliezullen vliegen
zijzullen vliegen

Aanvoegende wijs

ikvliege
jijvliege
hij / zijvliege
wijvliegen
jullievliegen
zijvliegen

Voorwaardelijke wijs

ikzou vliegen
jijzou vliegen
hij / zijzou vliegen
wijzouden vliegen
julliezouden vliegen
zijzouden vliegen

Gebiedende wijs

ik
jijvlieg
hij / zijvlieg
wijlaten we vliegen
jullievliegt
zijvlieg u

Onvoltooid deelwoord

ikvliegend
jijvliegend
hij / zijvliegend
wijvliegend
jullievliegend
zijvliegend

Beispielsätze mit „vliegen"

Tegenwoordige tijd
  • Ik vlieg naar Amsterdam.Ich fliege nach Amsterdam.
  • De vogels vliegen hoog.Die Vögel fliegen hoch.
Verleden tijd
  • Hij vloog gisteren naar Londen.Er flog gestern nach London.
  • Wij vlogen met het vliegtuig.Wir flogen mit dem Flugzeug.
Toekomende tijd
  • Zij zullen morgen vliegen.Sie werden morgen fliegen.
  • Wij gaan volgende week vliegen.Wir werden nächste Woche fliegen.

Geschichte mit „vliegen"

Op een zonnige ochtend vloog de papegaai vrolijk door de kamer. Terwijl hij zijn kleurrijke veren showde, dacht Anna aan de tijd dat ze zelf had leren vliegen met een vliegtuig. Ze herinnerde zich het gevoel van vrijheid toen ze de wolken boven zich zag. Nu, enkele jaren later, vliegt ze vaak naar nieuwe bestemmingen, altijd op zoek naar avontuur. Haar dromen zijn net als de papegaai; ze blijven vliegen, ongeacht waar ze zijn. Vandaag besloot ze weer te vliegen, dit keer naar het strand, waar de lucht vol met mogelijkheden was.
An einem sonnigen Morgen flog der Papagei fröhlich durch den Raum. Während er sein farbenfrohes Gefieder zur Schau stellte, dachte Anna an die Zeit, als sie selbst das Fliegen mit einem Flugzeug gelernt hatte. Sie erinnerte sich an das Gefühl der Freiheit, als sie die Wolken über sich sah. Jetzt, einige Jahre später, fliegt sie oft zu neuen Zielen, immer auf der Suche nach Abenteuer. Ihre Träume sind wie der Papagei; sie fliegen weiter, egal wo sie sind. Heute beschloss sie wieder zu fliegen, diesmal zum Strand, wo die Luft voller Möglichkeiten war.

„vliegen" direkt im Quiz üben

Alle 5 Sprachen · alle Zeitformen · KI-Beispielsätze · kostenlos starten

ConjuExpert öffnen → Kein Download · keine Anmeldung nötig