🇳🇱

beginnen auf Niederländisch konjugieren

Niederländisch ⚡ unregelmäßig

beginnen bedeutet „to begin" und ist ein unregelmäßiges Nederlands-Verb. Hier findest du alle Zeitformen, natürliche Beispielsätze und eine kurze Geschichte — perfekt zum Lernen und Merken.

🎯 „beginnen" jetzt im Quiz üben — kostenlos →

Konjugationstabelle — die wichtigsten Zeitformen

Tegenwoordige tijd

ikbegin
jijbegint
hij / zijbegint
wijbeginnen
julliebeginnen
zijbeginnen

Verleden tijd

ikbegon
jijbegon
hij / zijbegon
wijbegonnen
julliebegonnen
zijbegonnen

Toekomende tijd

ikzal beginnen
jijzult beginnen
hij / zijzal beginnen
wijzullen beginnen
julliezullen beginnen
zijzullen beginnen
Alle 9 Zeitformen anzeigen

Tegenwoordige tijd

ikbegin
jijbegint
hij / zijbegint
wijbeginnen
julliebeginnen
zijbeginnen

Verleden tijd

ikbegon
jijbegon
hij / zijbegon
wijbegonnen
julliebegonnen
zijbegonnen

Voltooid tegenwoordige tijd

ikben begonnen
jijbent begonnen
hij / zijis begonnen
wijzijn begonnen
julliezijn begonnen
zijzijn begonnen

Voltooid verleden tijd

ikwas begonnen
jijwas begonnen
hij / zijwas begonnen
wijwaren begonnen
julliewaren begonnen
zijwaren begonnen

Toekomende tijd

ikzal beginnen
jijzult beginnen
hij / zijzal beginnen
wijzullen beginnen
julliezullen beginnen
zijzullen beginnen

Aanvoegende wijs

ikbegine
jijbegine
hij / zijbegine
wijbeginnen
julliebeginnen
zijbeginnen

Voorwaardelijke wijs

ikzou beginnen
jijzou beginnen
hij / zijzou beginnen
wijzouden beginnen
julliezouden beginnen
zijzouden beginnen

Gebiedende wijs

ik
jijbegin
hij / zijbegin
wijlaten we beginnen
julliebegint
zijbegin u

Onvoltooid deelwoord

ikbeginnend
jijbeginnend
hij / zijbeginnend
wijbeginnend
julliebeginnend
zijbeginnend

Beispielsätze mit „beginnen"

Tegenwoordige tijd
  • Wij beginnen de les om negen uur.Wir beginnen den Unterricht um neun Uhr.
  • Zij beginnen altijd vroeg met studeren.Sie fangen immer früh mit dem Lernen an.
Verleden tijd
  • Hij begon het project vorige maand.Er begann das Projekt letzten Monat.
  • Wij begonnen te werken aan het rapport.Wir begannen an dem Bericht zu arbeiten.
Toekomende tijd
  • Zij zullen morgen met de training beginnen.Sie werden morgen mit dem Training anfangen.
  • Wij zullen binnenkort een nieuwe film beginnen.Wir werden bald einen neuen Film anfangen.

Geschichte mit „beginnen"

Op een zonnige ochtend begon Anna haar dag met een kop koffie. Terwijl ze naar buiten keek, begon ze te dromen over de avonturen die ze zou kunnen beleven. Vorig jaar had ze nog nooit alleen gereisd, maar nu had ze besloten dat het tijd was om nieuwe plekken te verkennen. Ze pakte haar tas en begon met inpakken, terwijl ze zich voorstelde hoe het zou zijn om nieuwe vrienden te maken. Toen ze de deur opendeed, voelde ze een opwindende mix van angst en opwinding. Dit was het moment waarop haar reis begon.
An einem sonnigen Morgen begann Anna ihren Tag mit einer Tasse Kaffee. Während sie nach draußen schaute, begann sie von den Abenteuern zu träumen, die sie erleben könnte. Letztes Jahr war sie noch nie allein gereist, aber jetzt hatte sie beschlossen, dass es Zeit war, neue Orte zu erkunden. Sie packte ihre Tasche und begann zu packen, während sie sich vorstellte, wie es wäre, neue Freunde zu finden. Als sie die Tür öffnete, spürte sie eine aufregende Mischung aus Angst und Aufregung. Dies war der Moment, in dem ihre Reise begann.

„beginnen" direkt im Quiz üben

Alle 5 Sprachen · alle Zeitformen · KI-Beispielsätze · kostenlos starten

ConjuExpert öffnen → Kein Download · keine Anmeldung nötig