🇳🇱
besluiten auf Niederländisch konjugieren
besluiten bedeutet „to decide" und ist ein unregelmäßiges Nederlands-Verb. Hier findest du alle Zeitformen, natürliche Beispielsätze und eine kurze Geschichte — perfekt zum Lernen und Merken.
Konjugationstabelle — die wichtigsten Zeitformen
Tegenwoordige tijd
| ik | besluit |
| jij | besluit |
| hij / zij | besluit |
| wij | besluiten |
| jullie | besluiten |
| zij | besluiten |
Verleden tijd
| ik | besloot |
| jij | besloot |
| hij / zij | besloot |
| wij | besloten |
| jullie | besloten |
| zij | besloten |
Toekomende tijd
| ik | zal besluiten |
| jij | zult besluiten |
| hij / zij | zal besluiten |
| wij | zullen besluiten |
| jullie | zullen besluiten |
| zij | zullen besluiten |
Alle 9 Zeitformen anzeigen
Tegenwoordige tijd
| ik | besluit |
| jij | besluit |
| hij / zij | besluit |
| wij | besluiten |
| jullie | besluiten |
| zij | besluiten |
Verleden tijd
| ik | besloot |
| jij | besloot |
| hij / zij | besloot |
| wij | besloten |
| jullie | besloten |
| zij | besloten |
Voltooid tegenwoordige tijd
| ik | heb besloten |
| jij | hebt besloten |
| hij / zij | heeft besloten |
| wij | hebben besloten |
| jullie | hebben besloten |
| zij | hebben besloten |
Voltooid verleden tijd
| ik | had besloten |
| jij | had besloten |
| hij / zij | had besloten |
| wij | hadden besloten |
| jullie | hadden besloten |
| zij | hadden besloten |
Toekomende tijd
| ik | zal besluiten |
| jij | zult besluiten |
| hij / zij | zal besluiten |
| wij | zullen besluiten |
| jullie | zullen besluiten |
| zij | zullen besluiten |
Aanvoegende wijs
| ik | besluite |
| jij | besluite |
| hij / zij | besluite |
| wij | besluiten |
| jullie | besluiten |
| zij | besluiten |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou besluiten |
| jij | zou besluiten |
| hij / zij | zou besluiten |
| wij | zouden besluiten |
| jullie | zouden besluiten |
| zij | zouden besluiten |
Gebiedende wijs
| ik | — |
| jij | besluit |
| hij / zij | besluit |
| wij | laten we besluiten |
| jullie | besluit |
| zij | besluit u |
Onvoltooid deelwoord
| ik | besluitend |
| jij | besluitend |
| hij / zij | besluitend |
| wij | besluitend |
| jullie | besluitend |
| zij | besluitend |
Beispielsätze mit „besluiten"
Tegenwoordige tijd
- Ik besluit morgen te gaan.Ich entscheide mich, morgen zu gehen.
- Zij besluiten samen te werken.Sie entscheiden sich, zusammenzuarbeiten.
Verleden tijd
- Hij besloot gisteren het huis te kopen.Er beschloss gestern, das Haus zu kaufen.
- Wij besloten om op vakantie te gaan.Wir beschlossen, in den Urlaub zu fahren.
Toekomende tijd
- Ik zal besluiten wat te doen.Ich werde entscheiden, was ich tun soll.
- Zij zullen besluiten het project te starten.Sie werden entscheiden, das Projekt zu starten.
Geschichte mit „besluiten"
Op een zwoele zomernacht besloot Emma naar het festival in het park te gaan. Ze had al eerder besloten dat ze dit jaar niet zou missen. Toen ze daar aankwam, voelde ze de energie van de menigte en besloot ze om met haar vrienden te dansen. Terwijl de muziek speelde, beslisten ze om een paar drankjes te bestellen. Later, toen de sterren helder aan de hemel stonden, besloten ze om een wandeling te maken langs het meer. Het was een avond vol vreugde en spontane beslissingen.
An einem warmen Sommerabend beschloss Emma, zum Festival im Park zu gehen. Sie hatte zuvor entschieden, dass sie dieses Jahr nicht verpassen wollte. Als sie ankam, spürte sie die Energie der Menge und entschied sich, mit ihren Freunden zu tanzen. Während die Musik spielte, beschlossen sie, ein paar Drinks zu bestellen. Später, als die Sterne hell am Himmel standen, beschlossen sie, einen Spaziergang am See zu machen. Es war ein Abend voller Freude und spontaner Entscheidungen.
„besluiten" direkt im Quiz üben
Alle 5 Sprachen · alle Zeitformen · KI-Beispielsätze · kostenlos starten
ConjuExpert öffnen → Kein Download · keine Anmeldung nötig