🇳🇱

nemen auf Niederländisch konjugieren

Niederländisch ⚡ unregelmäßig

nemen bedeutet „to take" und ist ein unregelmäßiges Nederlands-Verb. Hier findest du alle Zeitformen, natürliche Beispielsätze und eine kurze Geschichte — perfekt zum Lernen und Merken.

🎯 „nemen" jetzt im Quiz üben — kostenlos →

Konjugationstabelle — die wichtigsten Zeitformen

Tegenwoordige tijd

ikneem
jijneemt
hij / zijneemt
wijnemen
jullienemen
zijnemen

Verleden tijd

iknam
jijnam
hij / zijnam
wijnamen
jullienamen
zijnamen

Toekomende tijd

ikzal nemen
jijzult nemen
hij / zijzal nemen
wijzullen nemen
julliezullen nemen
zijzullen nemen
Alle 9 Zeitformen anzeigen

Tegenwoordige tijd

ikneem
jijneemt
hij / zijneemt
wijnemen
jullienemen
zijnemen

Verleden tijd

iknam
jijnam
hij / zijnam
wijnamen
jullienamen
zijnamen

Voltooid tegenwoordige tijd

ikheb genomen
jijhebt genomen
hij / zijheeft genomen
wijhebben genomen
julliehebben genomen
zijhebben genomen

Voltooid verleden tijd

ikhad genomen
jijhad genomen
hij / zijhad genomen
wijhadden genomen
julliehadden genomen
zijhadden genomen

Toekomende tijd

ikzal nemen
jijzult nemen
hij / zijzal nemen
wijzullen nemen
julliezullen nemen
zijzullen nemen

Aanvoegende wijs

ikneeme
jijneeme
hij / zijneeme
wijnemen
jullienemen
zijnemen

Voorwaardelijke wijs

ikzou nemen
jijzou nemen
hij / zijzou nemen
wijzouden nemen
julliezouden nemen
zijzouden nemen

Gebiedende wijs

ik
jijneem
hij / zijneem
wijlaten we nemen
jullieneemt
zijneem u

Onvoltooid deelwoord

iknemend
jijnemend
hij / zijnemend
wijnemend
jullienemend
zijnemend

Beispielsätze mit „nemen"

Tegenwoordige tijd
  • Ik neem de bus naar school.Ich nehme den Bus zur Schule.
  • Zij nemen altijd de beste beslissing.Sie treffen immer die beste Entscheidung.
Verleden tijd
  • Hij nam de sleutel van de tafel.Er nahm den Schlüssel vom Tisch.
  • Wij namen een foto van het uitzicht.Wir machten ein Foto von der Aussicht.
Toekomende tijd
  • Jullie zullen morgen de trein nemen.Ihr werdet morgen den Zug nehmen.
  • Ik zal het boek nemen.Ich werde das Buch nehmen.

Geschichte mit „nemen"

Elke ochtend neemt Anna haar fiets om naar het werk te gaan. Vandaag nam ze de lange route langs de rivier, waar de zon op het water danste. Terwijl ze fietste, nam ze een moment om te genieten van de frisse lucht en het gezang van de vogels. Haar collega’s nemen vaak de bus, maar zij heeft altijd liever de vrijheid van de fiets. Toen ze eindelijk op haar bestemming aankwam, nam ze een diepe adem en glimlachte. De dag beloofde goed te worden!
Jeden Morgen nimmt Anna ihr Fahrrad, um zur Arbeit zu fahren. Heute nahm sie den langen Weg entlang des Flusses, wo die Sonne auf dem Wasser tanzte. Während sie fuhr, nahm sie sich einen Moment, um die frische Luft und den Gesang der Vögel zu genießen. Ihre Kollegen nehmen oft den Bus, aber sie hat immer die Freiheit des Fahrrads bevorzugt. Als sie schließlich an ihrem Ziel ankam, nahm sie einen tiefen Atemzug und lächelte. Der Tag versprach gut zu werden!

„nemen" direkt im Quiz üben

Alle 5 Sprachen · alle Zeitformen · KI-Beispielsätze · kostenlos starten

ConjuExpert öffnen → Kein Download · keine Anmeldung nötig