🇳🇱

bewaren auf Niederländisch konjugieren

Niederländisch ✓ regelmäßig

bewaren bedeutet „to keep to preserve" und ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb. Hier findest du alle Zeitformen, natürliche Beispielsätze und eine kurze Geschichte — perfekt zum Lernen und Merken.

„bewaren" ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb (Bedeutung: „to keep to preserve"). Präsens: hij / zij bewaart. Verleden tijd: hij / zij bewaarde. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft gebewaard. Alle Formen von „bewaren" online konjugieren und üben auf conjuexpert.app.

★ Mini-Quiz · ein Stück echte App
Sitzt bewaren schon?
Tippe die richtige Form — du bekommst sofort Feedback, genau wie in der App.

Konjugationstabelle — die wichtigsten Zeitformen

Tegenwoordige tijd

ikbewaar
jijbewaart
hij / zijbewaart
wijbewaren
julliebewaren
zijbewaren

Verleden tijd

ikbewaarde
jijbewaarde
hij / zijbewaarde
wijbewaarden
julliebewaarden
zijbewaarden

Toekomende tijd

ikzal bewaren
jijzult bewaren
hij / zijzal bewaren
wijzullen bewaren
julliezullen bewaren
zijzullen bewaren
Alle 9 Zeitformen anzeigen

Tegenwoordige tijd

ikbewaar
jijbewaart
hij / zijbewaart
wijbewaren
julliebewaren
zijbewaren

Verleden tijd

ikbewaarde
jijbewaarde
hij / zijbewaarde
wijbewaarden
julliebewaarden
zijbewaarden

Voltooid tegenwoordige tijd

ikheb gebewaard
jijhebt gebewaard
hij / zijheeft gebewaard
wijhebben gebewaard
julliehebben gebewaard
zijhebben gebewaard

Voltooid verleden tijd

ikhad gebewaard
jijhad gebewaard
hij / zijhad gebewaard
wijhadden gebewaard
julliehadden gebewaard
zijhadden gebewaard

Toekomende tijd

ikzal bewaren
jijzult bewaren
hij / zijzal bewaren
wijzullen bewaren
julliezullen bewaren
zijzullen bewaren

Aanvoegende wijs

ikbewaare
jijbewaare
hij / zijbewaare
wijbewaren
julliebewaren
zijbewaren

Voorwaardelijke wijs

ikzou bewaren
jijzou bewaren
hij / zijzou bewaren
wijzouden bewaren
julliezouden bewaren
zijzouden bewaren

Gebiedende wijs

ik
jijbewaar
hij / zijbewaar
wijlaten we bewaren
julliebewaart
zijbewaart u

Onvoltooid deelwoord

ikbewarend
jijbewarend
hij / zijbewarend
wijbewarend
julliebewarend
zijbewarend

Beispielsätze mit „bewaren"

Tegenwoordige tijd
  • Ik bewaar altijd mijn belangrijke documenten.Ich bewahre immer meine wichtigen Dokumente auf.
  • Zij bewaart de koekjes in een pot.Sie bewahrt die Kekse in einem Glas auf.
Verleden tijd
  • Hij bewaarde de brieven zorgvuldig in een doos.Er bewahrte die Briefe sorgfältig in einer Schachtel auf.
  • Wij bewaarden het eten in de koelkast.Wir bewahrten das Essen im Kühlschrank auf.
Toekomende tijd
  • Ik zal de cadeaus voor jou bewaren.Ich werde die Geschenke für dich aufbewahren.
  • Zij zal het schilderij goed bewaren.Sie wird das Gemälde gut aufbewahren.

Geschichte mit „bewaren"

Elke avond bewaar ik de laatste hap van mijn eten, zodat ik het de volgende dag nog kan proeven. Vroeger bewaarde mijn grootmoeder oude brieven in een houten kist, vol herinneringen die ze met zorg bewaarde. Vandaag bewaar ik mijn favoriete boeken op de bovenste plank, uit angst dat ze beschadigd raken. Soms vraag ik me af welke herinneringen ik later zal bewaren, en of ze net zo kostbaar zullen zijn. Bewaren is voor mij meer dan opslaan; het is een manier om het verleden levend te houden.
Jeden Abend bewahre ich den letzten Bissen meines Essens auf, damit ich ihn am nächsten Tag noch schmecken kann. Früher bewahrte meine Großmutter alte Briefe in einer Holzkiste auf, voller Erinnerungen, die sie sorgfältig bewahrte. Heute bewahre ich meine Lieblingsbücher auf dem obersten Regal auf, aus Angst, dass sie beschädigt werden. Manchmal frage ich mich, welche Erinnerungen ich später bewahren werde und ob sie genauso wertvoll sein werden. Bewahren ist für mich mehr als nur aufbewahren; es ist eine Art, die Vergangenheit lebendig zu halten.

Häufige Fragen zu „bewaren"

Ist „bewaren" ein regelmäßiges oder unregelmäßiges Verb?

„bewaren" ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb und bedeutet „to keep to preserve".

Wie wird „bewaren" in der 3. Person Singular konjugiert?

Im Präsens: hij / zij bewaart.

Wie lautet die Vergangenheitsform von „bewaren"?

Verleden tijd: hij / zij bewaarde. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft gebewaard.

Wird „bewaren" mit „hebben" oder „zijn" gebildet?

Das Perfekt von „bewaren" wird mit „hebben" gebildet: hij / zij heeft gebewaard.

Wo kann ich „bewaren" üben?

Du kannst „bewaren" kostenlos im ConjuExpert-Quiz üben — mit allen Zeitformen, in fünf Sprachen, ohne Anmeldung.

„bewaren" direkt im Quiz üben

Alle 5 Sprachen · alle Zeitformen · KI-Beispielsätze · kostenlos starten

ConjuExpert öffnen → Kein Download · keine Anmeldung nötig