🇳🇱

kloppen auf Niederländisch konjugieren

Niederländisch ✓ regelmäßig

kloppen bedeutet „to knock to be correct" und ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb. Hier findest du alle Zeitformen, natürliche Beispielsätze und eine kurze Geschichte — perfekt zum Lernen und Merken.

„kloppen" ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb (Bedeutung: „to knock to be correct"). Präsens: hij / zij klopt. Verleden tijd: hij / zij klopte. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft geklopt. Alle Formen von „kloppen" online konjugieren und üben auf conjuexpert.app.

★ Mini-Quiz · ein Stück echte App
Sitzt kloppen schon?
Tippe die richtige Form — du bekommst sofort Feedback, genau wie in der App.

Konjugationstabelle — die wichtigsten Zeitformen

Tegenwoordige tijd

ikklop
jijklopt
hij / zijklopt
wijkloppen
julliekloppen
zijkloppen

Verleden tijd

ikklopte
jijklopte
hij / zijklopte
wijklopten
jullieklopten
zijklopten

Toekomende tijd

ikzal kloppen
jijzult kloppen
hij / zijzal kloppen
wijzullen kloppen
julliezullen kloppen
zijzullen kloppen
Alle 9 Zeitformen anzeigen

Tegenwoordige tijd

ikklop
jijklopt
hij / zijklopt
wijkloppen
julliekloppen
zijkloppen

Verleden tijd

ikklopte
jijklopte
hij / zijklopte
wijklopten
jullieklopten
zijklopten

Voltooid tegenwoordige tijd

ikheb geklopt
jijhebt geklopt
hij / zijheeft geklopt
wijhebben geklopt
julliehebben geklopt
zijhebben geklopt

Voltooid verleden tijd

ikhad geklopt
jijhad geklopt
hij / zijhad geklopt
wijhadden geklopt
julliehadden geklopt
zijhadden geklopt

Toekomende tijd

ikzal kloppen
jijzult kloppen
hij / zijzal kloppen
wijzullen kloppen
julliezullen kloppen
zijzullen kloppen

Aanvoegende wijs

ikklope
jijklope
hij / zijklope
wijkloppen
julliekloppen
zijkloppen

Voorwaardelijke wijs

ikzou kloppen
jijzou kloppen
hij / zijzou kloppen
wijzouden kloppen
julliezouden kloppen
zijzouden kloppen

Gebiedende wijs

ik
jijklop
hij / zijklop
wijlaten we kloppen
jullieklopt
zijklopt u

Onvoltooid deelwoord

ikkloppend
jijkloppend
hij / zijkloppend
wijkloppend
julliekloppend
zijkloppend

Beispielsätze mit „kloppen"

Tegenwoordige tijd
  • Je klopt op de deur.Du klopfst an die Tür.
  • Dat klopt niet helemaal.Das stimmt nicht ganz.
Verleden tijd
  • Hij klopte op het raam.Er klopfte ans Fenster.
  • De uitleg klopte precies.Die Erklärung stimmte genau.
Toekomende tijd
  • Zij zal straks kloppen.Sie wird später klopfen.
  • Dat zal wel kloppen.Das wird wohl stimmen.

Geschichte mit „kloppen"

Toen ik vanochtend op de deur klopte, hoorde ik eerst niets. Even twijfelde ik of ik wel goed klopte, maar toen kwam mijn moeder snel openen. "Je klopte precies op tijd," zei ze lachend, "het ontbijt is al klaar." Later die dag klopte mijn gevoel; het was beter om een wandeling te maken dan binnen te blijven. Zo klopte alles onverwacht toch nog samen.
Als ich heute Morgen an die Tür klopfte, hörte ich zunächst nichts. Einen Moment lang zweifelte ich, ob ich richtig klopfte, aber dann öffnete meine Mutter schnell. „Du hast genau richtig geklopft“, sagte sie lachend, „das Frühstück ist schon fertig.“ Später am Tag bestätigte mein Gefühl sich; es war besser, spazieren zu gehen, als drinnen zu bleiben. So passte am Ende doch alles unerwartet zusammen.

Häufige Fragen zu „kloppen"

Ist „kloppen" ein regelmäßiges oder unregelmäßiges Verb?

„kloppen" ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb und bedeutet „to knock to be correct".

Wie wird „kloppen" in der 3. Person Singular konjugiert?

Im Präsens: hij / zij klopt.

Wie lautet die Vergangenheitsform von „kloppen"?

Verleden tijd: hij / zij klopte. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft geklopt.

Wird „kloppen" mit „hebben" oder „zijn" gebildet?

Das Perfekt von „kloppen" wird mit „hebben" gebildet: hij / zij heeft geklopt.

Wo kann ich „kloppen" üben?

Du kannst „kloppen" kostenlos im ConjuExpert-Quiz üben — mit allen Zeitformen, in fünf Sprachen, ohne Anmeldung.

„kloppen" direkt im Quiz üben

Alle 5 Sprachen · alle Zeitformen · KI-Beispielsätze · kostenlos starten

ConjuExpert öffnen → Kein Download · keine Anmeldung nötig