🇳🇱

studeren auf Niederländisch konjugieren

Niederländisch ✓ regelmäßig

studeren bedeutet „to study at university" und ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb. Hier findest du alle Zeitformen, natürliche Beispielsätze und eine kurze Geschichte — perfekt zum Lernen und Merken.

„studeren" ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb (Bedeutung: „to study at university"). Präsens: hij / zij studeert. Verleden tijd: hij / zij studeerde. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft gestudeerd. Alle Formen von „studeren" online konjugieren und üben auf conjuexpert.app.

★ Mini-Quiz · ein Stück echte App
Sitzt studeren schon?
Tippe die richtige Form — du bekommst sofort Feedback, genau wie in der App.

Konjugationstabelle — die wichtigsten Zeitformen

Tegenwoordige tijd

ikstudeer
jijstudeert
hij / zijstudeert
wijstuderen
julliestuderen
zijstuderen

Verleden tijd

ikstudeerde
jijstudeerde
hij / zijstudeerde
wijstudeerden
julliestudeerden
zijstudeerden

Toekomende tijd

ikzal studeren
jijzult studeren
hij / zijzal studeren
wijzullen studeren
julliezullen studeren
zijzullen studeren
Alle 9 Zeitformen anzeigen

Tegenwoordige tijd

ikstudeer
jijstudeert
hij / zijstudeert
wijstuderen
julliestuderen
zijstuderen

Verleden tijd

ikstudeerde
jijstudeerde
hij / zijstudeerde
wijstudeerden
julliestudeerden
zijstudeerden

Voltooid tegenwoordige tijd

ikheb gestudeerd
jijhebt gestudeerd
hij / zijheeft gestudeerd
wijhebben gestudeerd
julliehebben gestudeerd
zijhebben gestudeerd

Voltooid verleden tijd

ikhad gestudeerd
jijhad gestudeerd
hij / zijhad gestudeerd
wijhadden gestudeerd
julliehadden gestudeerd
zijhadden gestudeerd

Toekomende tijd

ikzal studeren
jijzult studeren
hij / zijzal studeren
wijzullen studeren
julliezullen studeren
zijzullen studeren

Aanvoegende wijs

ikstudeere
jijstudeere
hij / zijstudeere
wijstuderen
julliestuderen
zijstuderen

Voorwaardelijke wijs

ikzou studeren
jijzou studeren
hij / zijzou studeren
wijzouden studeren
julliezouden studeren
zijzouden studeren

Gebiedende wijs

ik
jijstudeer
hij / zijstudeer
wijlaten we studeren
julliestudeert
zijstudeert u

Onvoltooid deelwoord

ikstuderend
jijstuderend
hij / zijstuderend
wijstuderend
julliestuderend
zijstuderend

Beispielsätze mit „studeren"

Tegenwoordige tijd
  • Ik studeer Nederlands aan de universiteit.Ich studiere Niederländisch an der Universität.
  • Zij studeert elke dag hard voor haar examen.Sie lernt jeden Tag fleißig für ihre Prüfung.
Verleden tijd
  • Hij studeerde vorig jaar psychologie.Er hat letztes Jahr Psychologie studiert.
  • Wij studeerden samen voor de test.Wir haben zusammen für den Test gelernt.
Toekomende tijd
  • Ik zal volgende maand rechten studeren.Ich werde nächsten Monat Jura studieren.
  • Zij zal aan de universiteit studeren.Sie wird an der Universität studieren.

Geschichte mit „studeren"

Elke ochtend studeer ik in de bibliotheek, want ik wil slagen voor mijn tentamens. Vroeger studeerde mijn zus ook hier, en zij zei altijd dat hard werken loont. Morgen ga ik studeren met mijn vrienden, zodat we elkaar kunnen helpen. Tijdens het weekend heb ik vaak gestudeerd, maar vandaag neem ik even pauze. Studeren is soms zwaar, maar het gevoel na het halen van een goed cijfer maakt het allemaal waard.
Jeden Morgen lerne ich in der Bibliothek, weil ich für meine Prüfungen bestehen möchte. Früher hat auch meine Schwester hier studiert, und sie sagte immer, dass harte Arbeit sich auszahlt. Morgen werde ich mit meinen Freunden lernen, damit wir uns gegenseitig helfen können. Am Wochenende habe ich oft gelernt, aber heute mache ich eine Pause. Lernen ist manchmal schwer, aber das Gefühl, eine gute Note zu bekommen, macht alles wert.

Häufige Fragen zu „studeren"

Ist „studeren" ein regelmäßiges oder unregelmäßiges Verb?

„studeren" ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb und bedeutet „to study at university".

Wie wird „studeren" in der 3. Person Singular konjugiert?

Im Präsens: hij / zij studeert.

Wie lautet die Vergangenheitsform von „studeren"?

Verleden tijd: hij / zij studeerde. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft gestudeerd.

Wird „studeren" mit „hebben" oder „zijn" gebildet?

Das Perfekt von „studeren" wird mit „hebben" gebildet: hij / zij heeft gestudeerd.

Wo kann ich „studeren" üben?

Du kannst „studeren" kostenlos im ConjuExpert-Quiz üben — mit allen Zeitformen, in fünf Sprachen, ohne Anmeldung.

„studeren" direkt im Quiz üben

Alle 5 Sprachen · alle Zeitformen · KI-Beispielsätze · kostenlos starten

ConjuExpert öffnen → Kein Download · keine Anmeldung nötig