🇳🇱
verbinden auf Niederländisch konjugieren
verbinden bedeutet „to connect" und ist ein unregelmäßiges Nederlands-Verb. Hier findest du alle Zeitformen, natürliche Beispielsätze und eine kurze Geschichte — perfekt zum Lernen und Merken.
Konjugationstabelle — die wichtigsten Zeitformen
Tegenwoordige tijd
| ik | verbind |
| jij | verbindt |
| hij / zij | verbindt |
| wij | verbinden |
| jullie | verbinden |
| zij | verbinden |
Verleden tijd
| ik | verbond |
| jij | verbond |
| hij / zij | verbond |
| wij | verbonden |
| jullie | verbonden |
| zij | verbonden |
Toekomende tijd
| ik | zal verbinden |
| jij | zult verbinden |
| hij / zij | zal verbinden |
| wij | zullen verbinden |
| jullie | zullen verbinden |
| zij | zullen verbinden |
Alle 9 Zeitformen anzeigen
Tegenwoordige tijd
| ik | verbind |
| jij | verbindt |
| hij / zij | verbindt |
| wij | verbinden |
| jullie | verbinden |
| zij | verbinden |
Verleden tijd
| ik | verbond |
| jij | verbond |
| hij / zij | verbond |
| wij | verbonden |
| jullie | verbonden |
| zij | verbonden |
Voltooid tegenwoordige tijd
| ik | heb verbonden |
| jij | hebt verbonden |
| hij / zij | heeft verbonden |
| wij | hebben verbonden |
| jullie | hebben verbonden |
| zij | hebben verbonden |
Voltooid verleden tijd
| ik | had verbonden |
| jij | had verbonden |
| hij / zij | had verbonden |
| wij | hadden verbonden |
| jullie | hadden verbonden |
| zij | hadden verbonden |
Toekomende tijd
| ik | zal verbinden |
| jij | zult verbinden |
| hij / zij | zal verbinden |
| wij | zullen verbinden |
| jullie | zullen verbinden |
| zij | zullen verbinden |
Aanvoegende wijs
| ik | verbinde |
| jij | verbinde |
| hij / zij | verbinde |
| wij | verbinden |
| jullie | verbinden |
| zij | verbinden |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou verbinden |
| jij | zou verbinden |
| hij / zij | zou verbinden |
| wij | zouden verbinden |
| jullie | zouden verbinden |
| zij | zouden verbinden |
Gebiedende wijs
| ik | — |
| jij | verbind |
| hij / zij | verbind |
| wij | laten we verbinden |
| jullie | verbindt |
| zij | verbind u |
Onvoltooid deelwoord
| ik | verbindend |
| jij | verbindend |
| hij / zij | verbindend |
| wij | verbindend |
| jullie | verbindend |
| zij | verbindend |
Beispielsätze mit „verbinden"
Tegenwoordige tijd
- Ik verbind de computer met het netwerk.Ich verbinde den Computer mit dem Netzwerk.
- Zij verbinden de twee steden met een brug.Sie verbinden die beiden Städte mit einer Brücke.
Verleden tijd
- Wij verbonden de telefoons met elkaar.Wir verbanden die Telefone miteinander.
- Hij verbond de kabels gisteren.Er verband die Kabel gestern.
Toekomende tijd
- Ik zal de lamp verbinden met de schakelaar.Ich werde die Lampe mit dem Schalter verbinden.
- Zij zullen de mensen met elkaar verbinden.Sie werden die Menschen miteinander verbinden.
Geschichte mit „verbinden"
Op een zonnige ochtend besloot Anna haar oude vriend Mark te bellen. Ze wilden elkaar weer verbinden na jaren van stilte. Terwijl ze praatten, herinnerden ze zich de momenten die hen ooit verbonden hadden. Anna voelde de vreugde bij het idee dat ze hun vriendschap opnieuw konden verbinden. Later die dag, toen ze samen koffie dronken, realiseerden ze zich hoe gemakkelijk het was om te verbinden, zelfs na al die tijd. Het was alsof de tijd hen nooit had gescheiden.
An einem sonnigen Morgen beschloss Anna, ihren alten Freund Mark anzurufen. Sie wollten sich nach Jahren der Stille wieder verbinden. Während sie sprachen, erinnerten sie sich an die Momente, die sie einst verbunden hatten. Anna fühlte die Freude bei dem Gedanken, dass sie ihre Freundschaft wieder verbinden könnten. Später am Tag, als sie zusammen Kaffee tranken, wurde ihnen klar, wie einfach es war, sich zu verbinden, selbst nach all der Zeit. Es war, als hätte die Zeit sie nie getrennt.
„verbinden" direkt im Quiz üben
Alle 5 Sprachen · alle Zeitformen · KI-Beispielsätze · kostenlos starten
ConjuExpert öffnen → Kein Download · keine Anmeldung nötig