🇳🇱

vergroten auf Niederländisch konjugieren

Niederländisch ✓ regelmäßig

vergroten bedeutet „to enlarge to increase" und ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb. Hier findest du alle Zeitformen, natürliche Beispielsätze und eine kurze Geschichte — perfekt zum Lernen und Merken.

„vergroten" ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb (Bedeutung: „to enlarge to increase"). Präsens: hij / zij vergroot. Verleden tijd: hij / zij vergrootte. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft gevergroot. Alle Formen von „vergroten" online konjugieren und üben auf conjuexpert.app.

★ Mini-Quiz · ein Stück echte App
Sitzt vergroten schon?
Tippe die richtige Form — du bekommst sofort Feedback, genau wie in der App.

Konjugationstabelle — die wichtigsten Zeitformen

Tegenwoordige tijd

ikvergroot
jijvergroot
hij / zijvergroot
wijvergroten
jullievergroten
zijvergroten

Verleden tijd

ikvergrootte
jijvergrootte
hij / zijvergrootte
wijvergrootten
jullievergrootten
zijvergrootten

Toekomende tijd

ikzal vergroten
jijzult vergroten
hij / zijzal vergroten
wijzullen vergroten
julliezullen vergroten
zijzullen vergroten
Alle 9 Zeitformen anzeigen

Tegenwoordige tijd

ikvergroot
jijvergroot
hij / zijvergroot
wijvergroten
jullievergroten
zijvergroten

Verleden tijd

ikvergrootte
jijvergrootte
hij / zijvergrootte
wijvergrootten
jullievergrootten
zijvergrootten

Voltooid tegenwoordige tijd

ikheb gevergroot
jijhebt gevergroot
hij / zijheeft gevergroot
wijhebben gevergroot
julliehebben gevergroot
zijhebben gevergroot

Voltooid verleden tijd

ikhad gevergroot
jijhad gevergroot
hij / zijhad gevergroot
wijhadden gevergroot
julliehadden gevergroot
zijhadden gevergroot

Toekomende tijd

ikzal vergroten
jijzult vergroten
hij / zijzal vergroten
wijzullen vergroten
julliezullen vergroten
zijzullen vergroten

Aanvoegende wijs

ikvergroote
jijvergroote
hij / zijvergroote
wijvergroten
jullievergroten
zijvergroten

Voorwaardelijke wijs

ikzou vergroten
jijzou vergroten
hij / zijzou vergroten
wijzouden vergroten
julliezouden vergroten
zijzouden vergroten

Gebiedende wijs

ik
jijvergroot
hij / zijvergroot
wijlaten we vergroten
jullievergroot
zijvergroot u

Onvoltooid deelwoord

ikvergrotend
jijvergrotend
hij / zijvergrotend
wijvergrotend
jullievergrotend
zijvergrotend

Beispielsätze mit „vergroten"

Tegenwoordige tijd
  • Ik vergroot het beeld op mijn scherm.Ich vergrößere das Bild auf meinem Bildschirm.
  • We vergroten de tuin dit jaar.Wir vergrößern dieses Jahr den Garten.
Verleden tijd
  • Hij vergrootte de foto gisteren.Er vergrößerte gestern das Foto.
  • Ze vergrootten het bedrijf vorig jaar.Sie vergrößerten letztes Jahr die Firma.
Toekomende tijd
  • Ik zal de tekst morgen vergroten.Ich werde morgen den Text vergrößern.
  • We zullen de productie snel vergroten.Wir werden die Produktion bald vergrößern.

Geschichte mit „vergroten"

Elke ochtend vergroot Lisa haar tuin door nieuwe planten toe te voegen. Vorige week heeft ze de bloembedden vergroot omdat ze meer ruimte wilde voor bloemen. Terwijl ze water gaf, dacht ze na over hoe ze haar tuin volgend jaar nog verder zou vergroten. Haar buurman merkte op dat haar tuin zichtbaar was vergroot sinds het voorjaar. Door haar inzet vergroot Lisa niet alleen haar tuin, maar ook haar geluk met de natuur.
Jeden Morgen vergrößert Lisa ihren Garten, indem sie neue Pflanzen hinzufügt. Letzte Woche hat sie die Blumenbeete vergrößert, weil sie mehr Platz für Blumen wollte. Während sie Wasser gab, dachte sie darüber nach, wie sie ihren Garten im nächsten Jahr noch weiter vergrößern könnte. Ihr Nachbar bemerkte, dass ihr Garten seit dem Frühling sichtbar vergrößert wurde. Durch ihr Engagement vergrößert Lisa nicht nur ihren Garten, sondern auch ihr Glück mit der Natur.

Häufige Fragen zu „vergroten"

Ist „vergroten" ein regelmäßiges oder unregelmäßiges Verb?

„vergroten" ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb und bedeutet „to enlarge to increase".

Wie wird „vergroten" in der 3. Person Singular konjugiert?

Im Präsens: hij / zij vergroot.

Wie lautet die Vergangenheitsform von „vergroten"?

Verleden tijd: hij / zij vergrootte. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft gevergroot.

Wird „vergroten" mit „hebben" oder „zijn" gebildet?

Das Perfekt von „vergroten" wird mit „hebben" gebildet: hij / zij heeft gevergroot.

Wo kann ich „vergroten" üben?

Du kannst „vergroten" kostenlos im ConjuExpert-Quiz üben — mit allen Zeitformen, in fünf Sprachen, ohne Anmeldung.

„vergroten" direkt im Quiz üben

Alle 5 Sprachen · alle Zeitformen · KI-Beispielsätze · kostenlos starten

ConjuExpert öffnen → Kein Download · keine Anmeldung nötig