🇳🇱

eten auf Niederländisch konjugieren

Niederländisch ⚡ unregelmäßig

eten bedeutet „to eat" und ist ein unregelmäßiges Nederlands-Verb. Hier findest du alle Zeitformen, natürliche Beispielsätze und eine kurze Geschichte — perfekt zum Lernen und Merken.

🎯 „eten" jetzt im Quiz üben — kostenlos →

Konjugationstabelle — die wichtigsten Zeitformen

Tegenwoordige tijd

iket
jijet
hij / zijet
wijeten
jullieeten
zijeten

Verleden tijd

ikat
jijat
hij / zijat
wijaten
jullieaten
zijaten

Toekomende tijd

ikzal eten
jijzult eten
hij / zijzal eten
wijzullen eten
julliezullen eten
zijzullen eten
Alle 9 Zeitformen anzeigen

Tegenwoordige tijd

iket
jijet
hij / zijet
wijeten
jullieeten
zijeten

Verleden tijd

ikat
jijat
hij / zijat
wijaten
jullieaten
zijaten

Voltooid tegenwoordige tijd

ikheb gegeten
jijhebt gegeten
hij / zijheeft gegeten
wijhebben gegeten
julliehebben gegeten
zijhebben gegeten

Voltooid verleden tijd

ikhad gegeten
jijhad gegeten
hij / zijhad gegeten
wijhadden gegeten
julliehadden gegeten
zijhadden gegeten

Toekomende tijd

ikzal eten
jijzult eten
hij / zijzal eten
wijzullen eten
julliezullen eten
zijzullen eten

Aanvoegende wijs

ikete
jijete
hij / zijete
wijeten
jullieeten
zijeten

Voorwaardelijke wijs

ikzou eten
jijzou eten
hij / zijzou eten
wijzouden eten
julliezouden eten
zijzouden eten

Gebiedende wijs

ik
jijet
hij / zijet
wijlaten we eten
jullieet
zijet u

Onvoltooid deelwoord

iketend
jijetend
hij / zijetend
wijetend
jullieetend
zijetend

Beispielsätze mit „eten"

Tegenwoordige tijd
  • Ik eet een appel.Ich esse einen Apfel.
  • Zij eet altijd pizza.Sie isst immer Pizza.
Verleden tijd
  • Gisteren at ik pasta.Gestern aß ich Pasta.
  • Hij at een sandwich.Er aß ein Sandwich.
Toekomende tijd
  • Morgen zal ik sushi eten.Morgen werde ich Sushi essen.
  • Zij zal een taart eten.Sie wird einen Kuchen essen.

Geschichte mit „eten"

Op een zonnige zondagochtend zaten Anna en Lucas aan de ontbijttafel. Anna at met smaak haar boterham met avocado, terwijl Lucas al zijn pannenkoeken had opgegeten. "Dit is de beste zondag ooit!" riep hij terwijl hij naar zijn bord keek. Gisteren had hij nog geen pannenkoeken gegeten, maar vandaag kon hij er geen genoeg van krijgen. Ze genoten van hun maaltijd en praatten over wat ze later zouden eten. Na het ontbijt gingen ze naar de markt om verse ingrediënten te kopen voor de lunch.
An einem sonnigen Sonntagmorgen saßen Anna und Lucas am Frühstückstisch. Anna aß genüsslich ihr Brot mit Avocado, während Lucas bereits seine Pfannkuchen aufgegessen hatte. "Das ist der beste Sonntag aller Zeiten!" rief er, während er auf seinen Teller schaute. Gestern hatte er noch keine Pfannkuchen gegessen, aber heute konnte er nicht genug davon bekommen. Sie genossen ihre Mahlzeit und sprachen darüber, was sie später essen würden. Nach dem Frühstück gingen sie auf den Markt, um frische Zutaten für das Mittagessen zu kaufen.

„eten" direkt im Quiz üben

Alle 5 Sprachen · alle Zeitformen · KI-Beispielsätze · kostenlos starten

ConjuExpert öffnen → Kein Download · keine Anmeldung nötig