🇳🇱
verkopen auf Niederländisch konjugieren
verkopen bedeutet „to sell" und ist ein unregelmäßiges Nederlands-Verb. Hier findest du alle Zeitformen, natürliche Beispielsätze und eine kurze Geschichte — perfekt zum Lernen und Merken.
Konjugationstabelle — die wichtigsten Zeitformen
Tegenwoordige tijd
| ik | verkoop |
| jij | verkoopt |
| hij / zij | verkoopt |
| wij | verkopen |
| jullie | verkopen |
| zij | verkopen |
Verleden tijd
| ik | verkocht |
| jij | verkocht |
| hij / zij | verkocht |
| wij | verkochten |
| jullie | verkochten |
| zij | verkochten |
Toekomende tijd
| ik | zal verkopen |
| jij | zult verkopen |
| hij / zij | zal verkopen |
| wij | zullen verkopen |
| jullie | zullen verkopen |
| zij | zullen verkopen |
Alle 9 Zeitformen anzeigen
Tegenwoordige tijd
| ik | verkoop |
| jij | verkoopt |
| hij / zij | verkoopt |
| wij | verkopen |
| jullie | verkopen |
| zij | verkopen |
Verleden tijd
| ik | verkocht |
| jij | verkocht |
| hij / zij | verkocht |
| wij | verkochten |
| jullie | verkochten |
| zij | verkochten |
Voltooid tegenwoordige tijd
| ik | heb verkocht |
| jij | hebt verkocht |
| hij / zij | heeft verkocht |
| wij | hebben verkocht |
| jullie | hebben verkocht |
| zij | hebben verkocht |
Voltooid verleden tijd
| ik | had verkocht |
| jij | had verkocht |
| hij / zij | had verkocht |
| wij | hadden verkocht |
| jullie | hadden verkocht |
| zij | hadden verkocht |
Toekomende tijd
| ik | zal verkopen |
| jij | zult verkopen |
| hij / zij | zal verkopen |
| wij | zullen verkopen |
| jullie | zullen verkopen |
| zij | zullen verkopen |
Aanvoegende wijs
| ik | verkoope |
| jij | verkoope |
| hij / zij | verkoope |
| wij | verkopen |
| jullie | verkopen |
| zij | verkopen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou verkopen |
| jij | zou verkopen |
| hij / zij | zou verkopen |
| wij | zouden verkopen |
| jullie | zouden verkopen |
| zij | zouden verkopen |
Gebiedende wijs
| ik | — |
| jij | verkoop |
| hij / zij | verkoop |
| wij | laten we verkopen |
| jullie | verkoopt |
| zij | verkoop u |
Onvoltooid deelwoord
| ik | verkopend |
| jij | verkopend |
| hij / zij | verkopend |
| wij | verkopend |
| jullie | verkopend |
| zij | verkopend |
Beispielsätze mit „verkopen"
Tegenwoordige tijd
- Ik verkoop mijn huis.Ich verkaufe mein Haus.
- Zij verkopen groenten op de markt.Sie verkaufen Gemüse auf dem Markt.
Verleden tijd
- Hij verkocht zijn auto gisteren.Er verkaufte gestern sein Auto.
- We verkochten boeken op de school.Wir verkauften Bücher in der Schule.
Toekomende tijd
- Ik zal morgen een fiets verkopen.Ich werde morgen ein Fahrrad verkaufen.
- Zij zullen hun producten aanbieden.Sie werden ihre Produkte anbieten.
Geschichte mit „verkopen"
Op de markt stond een oude man die handgemaakte houten speelgoed verkocht. Elke zaterdag verkocht hij met liefde zijn kleurrijke creaties, terwijl kinderen om hem heen dansten. Vorige week had hij zelfs een prachtige draak verkocht, die de verbeelding van een klein meisje gevangen had. Vandaag hoopte hij dat de zon zou schijnen, zodat hij nog meer zou verkopen. Terwijl de uren verstreken, merkte hij dat zijn voorraad slonk, en dat maakte hem blij. Uiteindelijk verkocht hij alles, en met een glimlach op zijn gezicht, ging hij tevreden naar huis.
Auf dem Markt stand ein alter Mann, der handgemachtes Holzspielzeug verkaufte. Jeden Samstag verkaufte er liebevoll seine bunten Kreationen, während die Kinder um ihn herum tanzten. Letzte Woche hatte er sogar einen wunderschönen Drachen verkauft, der die Fantasie eines kleinen Mädchens gefangen hatte. Heute hoffte er, dass die Sonne scheinen würde, damit er noch mehr verkaufen konnte. Während die Stunden vergingen, bemerkte er, dass sein Vorrat schwand, und das machte ihn glücklich. Schließlich verkaufte er alles, und mit einem Lächeln im Gesicht ging er zufrieden nach Hause.
„verkopen" direkt im Quiz üben
Alle 5 Sprachen · alle Zeitformen · KI-Beispielsätze · kostenlos starten
ConjuExpert öffnen → Kein Download · keine Anmeldung nötig