🇳🇱

meedoen auf Niederländisch konjugieren

Niederländisch ✓ regelmäßig

meedoen bedeutet „mitmachen, teilnehmen" und ist ein regelmäßiges niederländisches Verb. Hier findest du alle Zeitformen, natürliche Beispielsätze und eine kurze Geschichte — perfekt zum Lernen und Merken.

„meedoen" ist ein regelmäßiges niederländisches Verb (Bedeutung: „mitmachen, teilnehmen"). Präsens: hij / zij doet … mee. Verleden tijd: hij / zij deed … mee. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft meegedaan. Alle Formen von „meedoen" online konjugieren und üben auf conjuexpert.app.

★ Mini-Quiz · ein Stück echte App
Sitzt meedoen schon?
Tippe die richtige Form — du bekommst sofort Feedback, genau wie in der App.

Konjugationstabelle — die wichtigsten Zeitformen

Tegenwoordige tijd

ikdoe … mee
jijdoet … mee
hij / zijdoet … mee
wijdoen … mee
julliedoen … mee
zijdoen … mee

Verleden tijd

ikdeed … mee
jijdeed … mee
hij / zijdeed … mee
wijdeden … mee
julliededen … mee
zijdeden … mee

Toekomende tijd

ikzal meedoen
jijzult meedoen
hij / zijzal meedoen
wijzullen meedoen
julliezullen meedoen
zijzullen meedoen
Alle 9 Zeitformen anzeigen

Tegenwoordige tijd

ikdoe … mee
jijdoet … mee
hij / zijdoet … mee
wijdoen … mee
julliedoen … mee
zijdoen … mee

Verleden tijd

ikdeed … mee
jijdeed … mee
hij / zijdeed … mee
wijdeden … mee
julliededen … mee
zijdeden … mee

Voltooid tegenwoordige tijd

ikheb meegedaan
jijhebt meegedaan
hij / zijheeft meegedaan
wijhebben meegedaan
julliehebben meegedaan
zijhebben meegedaan

Voltooid verleden tijd

ikhad meegedaan
jijhad meegedaan
hij / zijhad meegedaan
wijhadden meegedaan
julliehadden meegedaan
zijhadden meegedaan

Toekomende tijd

ikzal meedoen
jijzult meedoen
hij / zijzal meedoen
wijzullen meedoen
julliezullen meedoen
zijzullen meedoen

Aanvoegende wijs

ikdoe … mee
jijdoe … mee
hij / zijdoe … mee
wijdoen … mee
julliedoen … mee
zijdoen … mee

Voorwaardelijke wijs

ikzou meedoen
jijzou meedoen
hij / zijzou meedoen
wijzouden meedoen
julliezouden meedoen
zijzouden meedoen

Gebiedende wijs

ik
jijdoe … mee
hij / zij
wijlaten we meedoen
julliedoe … mee
zijdoet u … mee

Onvoltooid deelwoord

ikmeedoend
jijmeedoend
hij / zijmeedoend
wijmeedoend
julliemeedoend
zijmeedoend

Beispielsätze mit „meedoen"

Tegenwoordige tijd
  • Ik doe mee aan het spel.Ich mache beim Spiel mit.
  • Jij doet mee met de wedstrijd.Du machst beim Wettkampf mit.
Verleden tijd
  • Hij deed mee aan de marathon.Er hat am Marathon teilgenommen.
  • Wij deden mee aan het feest.Wir haben am Fest teilgenommen.
Toekomende tijd
  • Zij zal meedoen aan de cursus.Sie wird am Kurs teilnehmen.
  • Ik zal meedoen met het team.Ich werde im Team mitmachen.

Geschichte mit „meedoen"

Elke dinsdagavond wilde Sara altijd meedoen aan de lokale yogales, maar vorige week besloot ze niet mee te doen omdat ze zich niet goed voelde. Vandaag hoorde ze dat iedereen zich al had ingeschreven en dat ze nog kon meedoen als ze snel was. Ze aarzelde even, maar besloot toch mee te doen, want ze miste het gevoel van samen bewegen. Tijdens de les voelde ze zich gelukkig dat ze weer meedeed, terwijl de zon langzaam onderging buiten. Na afloop beloofde ze zichzelf vaker mee te doen, want het gaf haar energie en verbondenheid.
Jeden Dienstagabend wollte Sara immer am lokalen Yogakurs teilnehmen, aber letzte Woche beschloss sie nicht teilzunehmen, weil sie sich nicht gut fühlte. Heute hörte sie, dass sich schon alle angemeldet hatten und dass sie noch teilnehmen konnte, wenn sie schnell war. Sie zögerte einen Moment, entschied sich dann aber doch mitzumachen, weil ihr das Gefühl fehlte, gemeinsam zu bewegen. Während des Kurses war sie glücklich, wieder dabei zu sein, während draußen langsam die Sonne unterging. Nach dem Kurs versprach sie sich, öfter mitzumachen, denn es gab ihr Energie und Verbundenheit.

Häufige Fragen zu „meedoen"

Ist „meedoen" ein regelmäßiges oder unregelmäßiges Verb?

„meedoen" ist ein regelmäßiges niederländisches Verb und bedeutet „mitmachen, teilnehmen".

Wie wird „meedoen" in der 3. Person Singular konjugiert?

Im Präsens: hij / zij doet … mee.

Wie lautet die Vergangenheitsform von „meedoen"?

Verleden tijd: hij / zij deed … mee. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft meegedaan.

Wird „meedoen" mit „hebben" oder „zijn" gebildet?

Das Perfekt von „meedoen" wird mit „hebben" gebildet: hij / zij heeft meegedaan.

Wo kann ich „meedoen" üben?

Du kannst „meedoen" kostenlos im ConjuExpert-Quiz üben — mit allen Zeitformen, in fünf Sprachen, ohne Anmeldung.

„meedoen" direkt im Quiz üben

Alle 5 Sprachen · alle Zeitformen · KI-Beispielsätze · kostenlos starten

ConjuExpert öffnen → Kein Download · keine Anmeldung nötig