🇳🇱

bereiden auf Niederländisch konjugieren

Niederländisch ✓ regelmäßig

bereiden bedeutet „zubereiten, vorbereiten" und ist ein regelmäßiges niederländisches Verb. Hier findest du alle Zeitformen, natürliche Beispielsätze und eine kurze Geschichte — perfekt zum Lernen und Merken.

„bereiden" ist ein regelmäßiges niederländisches Verb (Bedeutung: „zubereiten, vorbereiten"). Präsens: hij / zij bereidt. Verleden tijd: hij / zij bereidde. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft bereid. Alle Formen von „bereiden" online konjugieren und üben auf conjuexpert.app.

★ Mini-Quiz · ein Stück echte App
Sitzt bereiden schon?
Tippe die richtige Form — du bekommst sofort Feedback, genau wie in der App.

Konjugationstabelle — die wichtigsten Zeitformen

Tegenwoordige tijd

ikbereid
jijbereidt
hij / zijbereidt
wijbereiden
julliebereiden
zijbereiden

Verleden tijd

ikbereidde
jijbereidde
hij / zijbereidde
wijbereidden
julliebereidden
zijbereidden

Toekomende tijd

ikzal bereiden
jijzult bereiden
hij / zijzal bereiden
wijzullen bereiden
julliezullen bereiden
zijzullen bereiden
Alle 9 Zeitformen anzeigen

Tegenwoordige tijd

ikbereid
jijbereidt
hij / zijbereidt
wijbereiden
julliebereiden
zijbereiden

Verleden tijd

ikbereidde
jijbereidde
hij / zijbereidde
wijbereidden
julliebereidden
zijbereidden

Voltooid tegenwoordige tijd

ikheb bereid
jijhebt bereid
hij / zijheeft bereid
wijhebben bereid
julliehebben bereid
zijhebben bereid

Voltooid verleden tijd

ikhad bereid
jijhad bereid
hij / zijhad bereid
wijhadden bereid
julliehadden bereid
zijhadden bereid

Toekomende tijd

ikzal bereiden
jijzult bereiden
hij / zijzal bereiden
wijzullen bereiden
julliezullen bereiden
zijzullen bereiden

Aanvoegende wijs

ikbereide
jijbereide
hij / zijbereide
wijbereiden
julliebereiden
zijbereiden

Voorwaardelijke wijs

ikzou bereiden
jijzou bereiden
hij / zijzou bereiden
wijzouden bereiden
julliezouden bereiden
zijzouden bereiden

Gebiedende wijs

ik
jijbereid
hij / zij
wijlaten we bereiden
julliebereid
zijbereidt u

Onvoltooid deelwoord

ikbereidend
jijbereidend
hij / zijbereidend
wijbereidend
julliebereidend
zijbereidend

Beispielsätze mit „bereiden"

Tegenwoordige tijd
  • Ik bereid het avondeten voor.Ich bereite das Abendessen vor.
  • Zij bereiden de ingrediënten samen.Sie bereiten die Zutaten zusammen vor.
Verleden tijd
  • Hij bereidde de taart gisteren.Er bereitete gestern den Kuchen vor.
  • Wij bereidden het feestmaal voor.Wir bereiteten das Festessen vor.
Toekomende tijd
  • Ik zal het ontbijt morgen bereiden.Ich werde morgen das Frühstück zubereiten.
  • Zij zullen de soep snel bereiden.Sie werden die Suppe schnell zubereiten.

Geschichte mit „bereiden"

Elke ochtend bereidt Anna het ontbijt met zorg; ze bereidde gisteren een heerlijke omelet en bereidt vandaag verse pannenkoeken. Terwijl ze de ingrediënten bereidt, denkt ze aan het feestje van vanavond waar ze het diner zal bereiden. Ze had al plannen gemaakt om de tafel feestelijk te bereiden, want sfeer is belangrijk. Toen haar kinderen binnenkwamen, bereidde ze snel nog een kopje koffie voor hen. Het bereiden van eten brengt rust in haar drukke dag, en ze geniet ervan om met liefde te koken.
Jeden Morgen bereitet Anna das Frühstück sorgfältig zu; gestern bereitete sie ein leckeres Omelett zu und heute bereitet sie frische Pfannkuchen zu. Während sie die Zutaten vorbereitet, denkt sie an die Party heute Abend, bei der sie das Abendessen zubereiten wird. Sie hatte bereits Pläne gemacht, den Tisch festlich zu decken, denn Atmosphäre ist wichtig. Als ihre Kinder hereinkamen, bereitete sie schnell noch eine Tasse Kaffee für sie zu. Das Zubereiten von Essen bringt Ruhe in ihren hektischen Tag, und sie genießt es, liebevoll zu kochen.

Häufige Fragen zu „bereiden"

Ist „bereiden" ein regelmäßiges oder unregelmäßiges Verb?

„bereiden" ist ein regelmäßiges niederländisches Verb und bedeutet „zubereiten, vorbereiten".

Wie wird „bereiden" in der 3. Person Singular konjugiert?

Im Präsens: hij / zij bereidt.

Wie lautet die Vergangenheitsform von „bereiden"?

Verleden tijd: hij / zij bereidde. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft bereid.

Wird „bereiden" mit „hebben" oder „zijn" gebildet?

Das Perfekt von „bereiden" wird mit „hebben" gebildet: hij / zij heeft bereid.

Wo kann ich „bereiden" üben?

Du kannst „bereiden" kostenlos im ConjuExpert-Quiz üben — mit allen Zeitformen, in fünf Sprachen, ohne Anmeldung.

„bereiden" direkt im Quiz üben

Alle 5 Sprachen · alle Zeitformen · KI-Beispielsätze · kostenlos starten

ConjuExpert öffnen → Kein Download · keine Anmeldung nötig