🇳🇱

ontmoeten auf Niederländisch konjugieren

Niederländisch ✓ regelmäßig

ontmoeten bedeutet „treffen, begegnen" und ist ein regelmäßiges niederländisches Verb. Hier findest du alle Zeitformen, natürliche Beispielsätze und eine kurze Geschichte — perfekt zum Lernen und Merken.

„ontmoeten" ist ein regelmäßiges niederländisches Verb (Bedeutung: „treffen, begegnen"). Präsens: hij / zij ontmoet. Verleden tijd: hij / zij ontmoette. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft ontmoet. Alle Formen von „ontmoeten" online konjugieren und üben auf conjuexpert.app.

★ Mini-Quiz · ein Stück echte App
Sitzt ontmoeten schon?
Tippe die richtige Form — du bekommst sofort Feedback, genau wie in der App.

Konjugationstabelle — die wichtigsten Zeitformen

Tegenwoordige tijd

ikontmoet
jijontmoet
hij / zijontmoet
wijontmoeten
jullieontmoeten
zijontmoeten

Verleden tijd

ikontmoette
jijontmoette
hij / zijontmoette
wijontmoetten
jullieontmoetten
zijontmoetten

Toekomende tijd

ikzal ontmoeten
jijzult ontmoeten
hij / zijzal ontmoeten
wijzullen ontmoeten
julliezullen ontmoeten
zijzullen ontmoeten
Alle 9 Zeitformen anzeigen

Tegenwoordige tijd

ikontmoet
jijontmoet
hij / zijontmoet
wijontmoeten
jullieontmoeten
zijontmoeten

Verleden tijd

ikontmoette
jijontmoette
hij / zijontmoette
wijontmoetten
jullieontmoetten
zijontmoetten

Voltooid tegenwoordige tijd

ikheb ontmoet
jijhebt ontmoet
hij / zijheeft ontmoet
wijhebben ontmoet
julliehebben ontmoet
zijhebben ontmoet

Voltooid verleden tijd

ikhad ontmoet
jijhad ontmoet
hij / zijhad ontmoet
wijhadden ontmoet
julliehadden ontmoet
zijhadden ontmoet

Toekomende tijd

ikzal ontmoeten
jijzult ontmoeten
hij / zijzal ontmoeten
wijzullen ontmoeten
julliezullen ontmoeten
zijzullen ontmoeten

Aanvoegende wijs

ikontmoete
jijontmoete
hij / zijontmoete
wijontmoeten
jullieontmoeten
zijontmoeten

Voorwaardelijke wijs

ikzou ontmoeten
jijzou ontmoeten
hij / zijzou ontmoeten
wijzouden ontmoeten
julliezouden ontmoeten
zijzouden ontmoeten

Gebiedende wijs

ik
jijontmoet
hij / zij
wijlaten we ontmoeten
jullieontmoet
zijontmoet u

Onvoltooid deelwoord

ikontmoetend
jijontmoetend
hij / zijontmoetend
wijontmoetend
jullieontmoetend
zijontmoetend

Beispielsätze mit „ontmoeten"

Tegenwoordige tijd
  • Ik ontmoet mijn vriend elke dag.Ich treffe meinen Freund jeden Tag.
  • Zij ontmoet nieuwe mensen op het feestje.Sie trifft neue Leute auf der Party.
Verleden tijd
  • Wij ontmoetten elkaar vorig jaar in Amsterdam.Wir trafen uns letztes Jahr in Amsterdam.
  • Hij ontmoette zijn collega gisteren.Er traf gestern seinen Kollegen.
Toekomende tijd
  • Ik zal je morgen ontmoeten.Ich werde dich morgen treffen.
  • Zij zal haar leraar volgende week ontmoeten.Sie wird nächste Woche ihren Lehrer treffen.

Geschichte mit „ontmoeten"

Gisteren ontmoette ik mijn oude buurman op straat, en we besloten samen een kop koffie te drinken. Tijdens het gesprek vertelde hij hoe hij vaak nieuwe mensen ontmoet op zijn wandelingen in het park. Vandaag zal ik hem weer ontmoeten bij de markt; we willen samen verse groenten kopen. Ik realiseer me dat het ontmoeten van oude vrienden mijn dag altijd beter maakt. Hopelijk zal ik ook nieuwe gezichten ontmoeten tijdens het weekendfeest.
Gestern traf ich meinen alten Nachbarn auf der Straße, und wir beschlossen, zusammen eine Tasse Kaffee zu trinken. Während des Gesprächs erzählte er, dass er oft neue Menschen bei seinen Spaziergängen im Park trifft. Heute werde ich ihn wieder auf dem Markt treffen; wir wollen zusammen frisches Gemüse kaufen. Mir wird klar, dass das Treffen alter Freunde meinen Tag immer besser macht. Hoffentlich werde ich auch neue Gesichter auf dem Wochenendfest treffen.

Häufige Fragen zu „ontmoeten"

Ist „ontmoeten" ein regelmäßiges oder unregelmäßiges Verb?

„ontmoeten" ist ein regelmäßiges niederländisches Verb und bedeutet „treffen, begegnen".

Wie wird „ontmoeten" in der 3. Person Singular konjugiert?

Im Präsens: hij / zij ontmoet.

Wie lautet die Vergangenheitsform von „ontmoeten"?

Verleden tijd: hij / zij ontmoette. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft ontmoet.

Wird „ontmoeten" mit „hebben" oder „zijn" gebildet?

Das Perfekt von „ontmoeten" wird mit „hebben" gebildet: hij / zij heeft ontmoet.

Wo kann ich „ontmoeten" üben?

Du kannst „ontmoeten" kostenlos im ConjuExpert-Quiz üben — mit allen Zeitformen, in fünf Sprachen, ohne Anmeldung.

„ontmoeten" direkt im Quiz üben

Alle 5 Sprachen · alle Zeitformen · KI-Beispielsätze · kostenlos starten

ConjuExpert öffnen → Kein Download · keine Anmeldung nötig