🇳🇱

strepen auf Niederländisch konjugieren

Niederländisch ✓ regelmäßig

strepen bedeutet „to stripe to mark to cross" und ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb. Hier findest du alle Zeitformen, natürliche Beispielsätze und eine kurze Geschichte — perfekt zum Lernen und Merken.

„strepen" ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb (Bedeutung: „to stripe to mark to cross"). Präsens: hij / zij streept. Verleden tijd: hij / zij streepte. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft gestreept. Alle Formen von „strepen" online konjugieren und üben auf conjuexpert.app.

★ Mini-Quiz · ein Stück echte App
Sitzt strepen schon?
Tippe die richtige Form — du bekommst sofort Feedback, genau wie in der App.

Konjugationstabelle — die wichtigsten Zeitformen

Tegenwoordige tijd

ikstreep
jijstreept
hij / zijstreept
wijstrepen
julliestrepen
zijstrepen

Verleden tijd

ikstreepte
jijstreepte
hij / zijstreepte
wijstreepten
julliestreepten
zijstreepten

Toekomende tijd

ikzal strepen
jijzult strepen
hij / zijzal strepen
wijzullen strepen
julliezullen strepen
zijzullen strepen
Alle 9 Zeitformen anzeigen

Tegenwoordige tijd

ikstreep
jijstreept
hij / zijstreept
wijstrepen
julliestrepen
zijstrepen

Verleden tijd

ikstreepte
jijstreepte
hij / zijstreepte
wijstreepten
julliestreepten
zijstreepten

Voltooid tegenwoordige tijd

ikheb gestreept
jijhebt gestreept
hij / zijheeft gestreept
wijhebben gestreept
julliehebben gestreept
zijhebben gestreept

Voltooid verleden tijd

ikhad gestreept
jijhad gestreept
hij / zijhad gestreept
wijhadden gestreept
julliehadden gestreept
zijhadden gestreept

Toekomende tijd

ikzal strepen
jijzult strepen
hij / zijzal strepen
wijzullen strepen
julliezullen strepen
zijzullen strepen

Aanvoegende wijs

ikstreepe
jijstreepe
hij / zijstreepe
wijstrepen
julliestrepen
zijstrepen

Voorwaardelijke wijs

ikzou strepen
jijzou strepen
hij / zijzou strepen
wijzouden strepen
julliezouden strepen
zijzouden strepen

Gebiedende wijs

ik
jijstreep
hij / zijstreep
wijlaten we strepen
julliestreept
zijstreept u

Onvoltooid deelwoord

ikstrepend
jijstrepend
hij / zijstrepend
wijstrepend
julliestrepend
zijstrepend

Beispielsätze mit „strepen"

Tegenwoordige tijd
  • Ik streep de fouten in het rapport aan.Ich streiche die Fehler im Bericht an.
  • Zij streept de juiste antwoorden door.Sie streicht die richtigen Antworten durch.
Verleden tijd
  • Hij strepen de woorden op het bord aan.Er strich die Wörter an die Tafel an.
  • Wij streepten de namen van de lijst door.Wir strichen die Namen von der Liste durch.
Toekomende tijd
  • Ik zal de tekst met rood streep.Ich werde den Text rot markieren.
  • Zij zal de fouten nog streep.Sie wird die Fehler noch durchstreichen.

Geschichte mit „strepen"

Elke ochtend streep ik de taken op mijn lijstje door zodra ik ze af heb. Gisteren streepte ik per ongeluk een belangrijke afspraak door, wat voor een kleine paniek zorgde. Gelukkig kan ik vandaag opnieuw strepen, want ik heb alles netjes gepland. Mijn collega streept meestal zijn werk af met een rode pen, wat het makkelijk maakt om te zien wat klaar is. Aan het einde van de dag zullen we samen alle voltooide taken strepen en tevreden naar huis gaan.
Jeden Morgen streiche ich die Aufgaben auf meiner Liste durch, sobald ich sie erledigt habe. Gestern strich ich versehentlich einen wichtigen Termin durch, was für kleine Panik sorgte. Zum Glück kann ich heute wieder streichen, denn ich habe alles sorgfältig geplant. Mein Kollege streicht seine Arbeit meist mit einem roten Stift durch, was es leicht macht zu sehen, was fertig ist. Am Ende des Tages werden wir zusammen alle erledigten Aufgaben durchstreichen und zufrieden nach Hause gehen.

Häufige Fragen zu „strepen"

Ist „strepen" ein regelmäßiges oder unregelmäßiges Verb?

„strepen" ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb und bedeutet „to stripe to mark to cross".

Wie wird „strepen" in der 3. Person Singular konjugiert?

Im Präsens: hij / zij streept.

Wie lautet die Vergangenheitsform von „strepen"?

Verleden tijd: hij / zij streepte. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft gestreept.

Wird „strepen" mit „hebben" oder „zijn" gebildet?

Das Perfekt von „strepen" wird mit „hebben" gebildet: hij / zij heeft gestreept.

Wo kann ich „strepen" üben?

Du kannst „strepen" kostenlos im ConjuExpert-Quiz üben — mit allen Zeitformen, in fünf Sprachen, ohne Anmeldung.

„strepen" direkt im Quiz üben

Alle 5 Sprachen · alle Zeitformen · KI-Beispielsätze · kostenlos starten

ConjuExpert öffnen → Kein Download · keine Anmeldung nötig