🇳🇱

trekken auf Niederländisch konjugieren

Niederländisch ⚡ unregelmäßig

trekken bedeutet „to pull" und ist ein unregelmäßiges Nederlands-Verb. Hier findest du alle Zeitformen, natürliche Beispielsätze und eine kurze Geschichte — perfekt zum Lernen und Merken.

🎯 „trekken" jetzt im Quiz üben — kostenlos →

Konjugationstabelle — die wichtigsten Zeitformen

Tegenwoordige tijd

iktrek
jijtrekt
hij / zijtrekt
wijtrekken
jullietrekken
zijtrekken

Verleden tijd

iktrok
jijtrok
hij / zijtrok
wijtrokken
jullietrokken
zijtrokken

Toekomende tijd

ikzal trekken
jijzult trekken
hij / zijzal trekken
wijzullen trekken
julliezullen trekken
zijzullen trekken
Alle 9 Zeitformen anzeigen

Tegenwoordige tijd

iktrek
jijtrekt
hij / zijtrekt
wijtrekken
jullietrekken
zijtrekken

Verleden tijd

iktrok
jijtrok
hij / zijtrok
wijtrokken
jullietrokken
zijtrokken

Voltooid tegenwoordige tijd

ikheb getrokken
jijhebt getrokken
hij / zijheeft getrokken
wijhebben getrokken
julliehebben getrokken
zijhebben getrokken

Voltooid verleden tijd

ikhad getrokken
jijhad getrokken
hij / zijhad getrokken
wijhadden getrokken
julliehadden getrokken
zijhadden getrokken

Toekomende tijd

ikzal trekken
jijzult trekken
hij / zijzal trekken
wijzullen trekken
julliezullen trekken
zijzullen trekken

Aanvoegende wijs

iktreke
jijtreke
hij / zijtreke
wijtrekken
jullietrekken
zijtrekken

Voorwaardelijke wijs

ikzou trekken
jijzou trekken
hij / zijzou trekken
wijzouden trekken
julliezouden trekken
zijzouden trekken

Gebiedende wijs

ik
jijtrek
hij / zijtrek
wijlaten we trekken
jullietrekt
zijtrek u

Onvoltooid deelwoord

iktrekkend
jijtrekkend
hij / zijtrekkend
wijtrekkend
jullietrekkend
zijtrekkend

Beispielsätze mit „trekken"

Tegenwoordige tijd
  • Ik trek de deur open.Ich ziehe die Tür auf.
  • Zij trekken samen aan de touw.Sie ziehen zusammen am Seil.
Verleden tijd
  • Hij trok de zware doos naar binnen.Er zog die schwere Kiste hinein.
  • Wij trokken de oude bank naar buiten.Wir zogen die alte Couch nach draußen.
Toekomende tijd
  • Jij zult de lichten trekken.Du wirst die Lichter ziehen.
  • Wij zullen het touw trekken morgen.Wir werden morgen das Seil ziehen.

Geschichte mit „trekken"

Op een zonnige ochtend trok Anna haar jas aan en stapte naar buiten. De frisse lucht voelde heerlijk aan terwijl ze haar fiets uit de schuur trok. Terwijl ze naar het park reed, trok ze een paar keer aan de remmen om niet te vallen. Een vriend van haar trok voorbij op een skateboard en groette haar. Ze lachte en trok haar telefoon uit haar zak om een foto te maken van het moment. Uiteindelijk, toen ze thuis kwam, trok ze de deur achter zich dicht, blij met de kleine avonturen van de dag.
An einem sonnigen Morgen zog Anna ihre Jacke an und trat nach draußen. Die frische Luft fühlte sich wunderbar an, während sie ihr Fahrrad aus der Scheune zog. Während sie zum Park fuhr, zog sie ein paar Mal an den Bremsen, um nicht zu fallen. Ein Freund von ihr fuhr auf einem Skateboard vorbei und grüßte sie. Sie lachte und zog ihr Handy aus der Tasche, um einen Moment festzuhalten. Schließlich, als sie nach Hause kam, zog sie die Tür hinter sich zu, glücklich über die kleinen Abenteuer des Tages.

„trekken" direkt im Quiz üben

Alle 5 Sprachen · alle Zeitformen · KI-Beispielsätze · kostenlos starten

ConjuExpert öffnen → Kein Download · keine Anmeldung nötig