uitgaan auf Niederländisch konjugieren
uitgaan bedeutet „to go out socializing" und ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb. Hier findest du alle Zeitformen, natürliche Beispielsätze und eine kurze Geschichte — perfekt zum Lernen und Merken.
„uitgaan" ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb (Bedeutung: „to go out socializing"). Präsens: hij / zij gaat … uit. Verleden tijd: hij / zij ging … uit. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij is uitgegaan. Alle Formen von „uitgaan" online konjugieren und üben auf conjuexpert.app.
Konjugationstabelle — die wichtigsten Zeitformen
Tegenwoordige tijd
| ik | ga … uit |
| jij | gaat … uit |
| hij / zij | gaat … uit |
| wij | gaan … uit |
| jullie | gaan … uit |
| zij | gaan … uit |
Verleden tijd
| ik | ging … uit |
| jij | ging … uit |
| hij / zij | ging … uit |
| wij | gingen … uit |
| jullie | gingen … uit |
| zij | gingen … uit |
Toekomende tijd
| ik | zal uitgaan |
| jij | zult uitgaan |
| hij / zij | zal uitgaan |
| wij | zullen uitgaan |
| jullie | zullen uitgaan |
| zij | zullen uitgaan |
Alle 9 Zeitformen anzeigen
Tegenwoordige tijd
| ik | ga … uit |
| jij | gaat … uit |
| hij / zij | gaat … uit |
| wij | gaan … uit |
| jullie | gaan … uit |
| zij | gaan … uit |
Verleden tijd
| ik | ging … uit |
| jij | ging … uit |
| hij / zij | ging … uit |
| wij | gingen … uit |
| jullie | gingen … uit |
| zij | gingen … uit |
Voltooid tegenwoordige tijd
| ik | ben uitgegaan |
| jij | bent uitgegaan |
| hij / zij | is uitgegaan |
| wij | zijn uitgegaan |
| jullie | zijn uitgegaan |
| zij | zijn uitgegaan |
Voltooid verleden tijd
| ik | was uitgegaan |
| jij | was uitgegaan |
| hij / zij | was uitgegaan |
| wij | waren uitgegaan |
| jullie | waren uitgegaan |
| zij | waren uitgegaan |
Toekomende tijd
| ik | zal uitgaan |
| jij | zult uitgaan |
| hij / zij | zal uitgaan |
| wij | zullen uitgaan |
| jullie | zullen uitgaan |
| zij | zullen uitgaan |
Aanvoegende wijs
| ik | ga … uit |
| jij | ga … uit |
| hij / zij | ga … uit |
| wij | gaan … uit |
| jullie | gaan … uit |
| zij | gaan … uit |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou uitgaan |
| jij | zou uitgaan |
| hij / zij | zou uitgaan |
| wij | zouden uitgaan |
| jullie | zouden uitgaan |
| zij | zouden uitgaan |
Gebiedende wijs
| ik | — |
| jij | ga … uit |
| hij / zij | ga … uit |
| wij | laten we uitgaan |
| jullie | gaan … uit |
| zij | ga u |
Onvoltooid deelwoord
| ik | uitgaand |
| jij | uitgaand |
| hij / zij | uitgaand |
| wij | uitgaand |
| jullie | uitgaand |
| zij | uitgaand |
Beispielsätze mit „uitgaan"
- We gaan zaterdagavond uit met vrienden.Wir gehen am Samstagabend mit Freunden aus.
- Jij gaat vaak uit in het weekend.Du gehst oft am Wochenende aus.
- Gisteren zijn ze laat uitgegaan.Gestern sind sie spät ausgegangen.
- Ik ging vorige week uit met collega’s.Ich bin letzte Woche mit Kollegen ausgegangen.
- Morgen gaan we uit naar een concert.Morgen gehen wir zu einem Konzert aus.
- Jullie zullen volgende maand uitgaan.Ihr werdet nächsten Monat ausgehen.
Geschichte mit „uitgaan"
Häufige Fragen zu „uitgaan"
Ist „uitgaan" ein regelmäßiges oder unregelmäßiges Verb?
„uitgaan" ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb und bedeutet „to go out socializing".
Wie wird „uitgaan" in der 3. Person Singular konjugiert?
Im Präsens: hij / zij gaat … uit.
Wie lautet die Vergangenheitsform von „uitgaan"?
Verleden tijd: hij / zij ging … uit. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij is uitgegaan.
Wird „uitgaan" mit „hebben" oder „zijn" gebildet?
Das Perfekt von „uitgaan" wird mit „zijn" gebildet: hij / zij is uitgegaan.
Wo kann ich „uitgaan" üben?
Du kannst „uitgaan" kostenlos im ConjuExpert-Quiz üben — mit allen Zeitformen, in fünf Sprachen, ohne Anmeldung.
„uitgaan" direkt im Quiz üben
Alle 5 Sprachen · alle Zeitformen · KI-Beispielsätze · kostenlos starten
ConjuExpert öffnen → Kein Download · keine Anmeldung nötig