🇳🇱

verminderen auf Niederländisch konjugieren

Niederländisch ✓ regelmäßig

verminderen bedeutet „verringern, vermindern" und ist ein regelmäßiges niederländisches Verb. Hier findest du alle Zeitformen, natürliche Beispielsätze und eine kurze Geschichte — perfekt zum Lernen und Merken.

„verminderen" ist ein regelmäßiges niederländisches Verb (Bedeutung: „verringern, vermindern"). Präsens: hij / zij vermindert. Verleden tijd: hij / zij verminderde. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft verminderd. Alle Formen von „verminderen" online konjugieren und üben auf conjuexpert.app.

★ Mini-Quiz · ein Stück echte App
Sitzt verminderen schon?
Tippe die richtige Form — du bekommst sofort Feedback, genau wie in der App.

Konjugationstabelle — die wichtigsten Zeitformen

Tegenwoordige tijd

ikverminder
jijvermindert
hij / zijvermindert
wijverminderen
jullieverminderen
zijverminderen

Verleden tijd

ikverminderde
jijverminderde
hij / zijverminderde
wijverminderden
jullieverminderden
zijverminderden

Toekomende tijd

ikzal verminderen
jijzult verminderen
hij / zijzal verminderen
wijzullen verminderen
julliezullen verminderen
zijzullen verminderen
Alle 9 Zeitformen anzeigen

Tegenwoordige tijd

ikverminder
jijvermindert
hij / zijvermindert
wijverminderen
jullieverminderen
zijverminderen

Verleden tijd

ikverminderde
jijverminderde
hij / zijverminderde
wijverminderden
jullieverminderden
zijverminderden

Voltooid tegenwoordige tijd

ikheb verminderd
jijhebt verminderd
hij / zijheeft verminderd
wijhebben verminderd
julliehebben verminderd
zijhebben verminderd

Voltooid verleden tijd

ikhad verminderd
jijhad verminderd
hij / zijhad verminderd
wijhadden verminderd
julliehadden verminderd
zijhadden verminderd

Toekomende tijd

ikzal verminderen
jijzult verminderen
hij / zijzal verminderen
wijzullen verminderen
julliezullen verminderen
zijzullen verminderen

Aanvoegende wijs

ikvermindere
jijvermindere
hij / zijvermindere
wijverminderen
jullieverminderen
zijverminderen

Voorwaardelijke wijs

ikzou verminderen
jijzou verminderen
hij / zijzou verminderen
wijzouden verminderen
julliezouden verminderen
zijzouden verminderen

Gebiedende wijs

ik
jijverminder
hij / zij
wijlaten we verminderen
jullieverminder
zijvermindert u

Onvoltooid deelwoord

ikverminderend
jijverminderend
hij / zijverminderend
wijverminderend
jullieverminderend
zijverminderend

Beispielsätze mit „verminderen"

Tegenwoordige tijd
  • Ik verminder mijn suikerinname elke dag.Ich reduziere meinen Zuckerkonsum jeden Tag.
  • Wij verminderen het afval in onze tuin.Wir reduzieren den Abfall in unserem Garten.
Verleden tijd
  • Hij verminderde het volume van de muziek.Er reduzierte die Lautstärke der Musik.
  • Zij verminderden de kosten vorig jaar.Sie reduzierten die Kosten letztes Jahr.
Toekomende tijd
  • Ik zal het gebruik van plastic verminderen.Ich werde die Verwendung von Plastik reduzieren.
  • Wij zullen het energieverbruik verminderen morgen.Wir werden morgen den Energieverbrauch reduzieren.

Geschichte mit „verminderen"

Elke ochtend probeer ik mijn stress te verminderen door een wandeling te maken. Vandaag merkte ik dat het luisteren naar rustige muziek mijn spanning ook vermindert. Vroeger had ik moeite om mijn zorgen te verminderen, maar nu gebruik ik ademhalingstechnieken die dat helpen. Mijn doelen zijn om mijn schermtijd te verminderen en daardoor meer te ontspannen. Door deze kleine veranderingen voel ik dat mijn stressniveau langzaam verminderd is, en dat motiveert me om vol te houden.
Jeden Morgen versuche ich, meinen Stress durch einen Spaziergang zu vermindern. Heute bemerkte ich, dass das Hören von ruhiger Musik meine Anspannung ebenfalls vermindert. Früher hatte ich Schwierigkeiten, meine Sorgen zu vermindern, aber jetzt verwende ich Atemtechniken, die dabei helfen. Mein Ziel ist es, meine Bildschirmzeit zu vermindern und dadurch mehr zu entspannen. Durch diese kleinen Veränderungen fühle ich, dass mein Stressniveau langsam vermindert wurde, und das motiviert mich, dranzubleiben.

Häufige Fragen zu „verminderen"

Ist „verminderen" ein regelmäßiges oder unregelmäßiges Verb?

„verminderen" ist ein regelmäßiges niederländisches Verb und bedeutet „verringern, vermindern".

Wie wird „verminderen" in der 3. Person Singular konjugiert?

Im Präsens: hij / zij vermindert.

Wie lautet die Vergangenheitsform von „verminderen"?

Verleden tijd: hij / zij verminderde. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft verminderd.

Wird „verminderen" mit „hebben" oder „zijn" gebildet?

Das Perfekt von „verminderen" wird mit „hebben" gebildet: hij / zij heeft verminderd.

Wo kann ich „verminderen" üben?

Du kannst „verminderen" kostenlos im ConjuExpert-Quiz üben — mit allen Zeitformen, in fünf Sprachen, ohne Anmeldung.

„verminderen" direkt im Quiz üben

Alle 5 Sprachen · alle Zeitformen · KI-Beispielsätze · kostenlos starten

ConjuExpert öffnen → Kein Download · keine Anmeldung nötig