🇳🇱

zeggen auf Niederländisch konjugieren

Niederländisch ⚡ unregelmäßig

zeggen bedeutet „to say" und ist ein unregelmäßiges Nederlands-Verb. Hier findest du alle Zeitformen, natürliche Beispielsätze und eine kurze Geschichte — perfekt zum Lernen und Merken.

„zeggen" ist ein unregelmäßiges Nederlands-Verb (Bedeutung: „to say\"). Präsens: hij / zij zegt. Verleden tijd: hij / zij zei. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft gezegd. Alle Formen von „zeggen" online konjugieren und üben auf conjuexpert.app.

★ Mini-Quiz · ein Stück echte App
Sitzt zeggen schon?
Tippe die richtige Form — du bekommst sofort Feedback, genau wie in der App.

Konjugationstabelle — die wichtigsten Zeitformen

Tegenwoordige tijd

ikzeg
jijzegt
hij / zijzegt
wijzeggen
julliezeggen
zijzeggen

Verleden tijd

ikzei
jijzei
hij / zijzei
wijzeiden
julliezeiden
zijzeiden

Toekomende tijd

ikzal zeggen
jijzult zeggen
hij / zijzal zeggen
wijzullen zeggen
julliezullen zeggen
zijzullen zeggen
Alle 9 Zeitformen anzeigen

Tegenwoordige tijd

ikzeg
jijzegt
hij / zijzegt
wijzeggen
julliezeggen
zijzeggen

Verleden tijd

ikzei
jijzei
hij / zijzei
wijzeiden
julliezeiden
zijzeiden

Voltooid tegenwoordige tijd

ikheb gezegd
jijhebt gezegd
hij / zijheeft gezegd
wijhebben gezegd
julliehebben gezegd
zijhebben gezegd

Voltooid verleden tijd

ikhad gezegd
jijhad gezegd
hij / zijhad gezegd
wijhadden gezegd
julliehadden gezegd
zijhadden gezegd

Toekomende tijd

ikzal zeggen
jijzult zeggen
hij / zijzal zeggen
wijzullen zeggen
julliezullen zeggen
zijzullen zeggen

Aanvoegende wijs

ikzege
jijzege
hij / zijzege
wijzeggen
julliezeggen
zijzeggen

Voorwaardelijke wijs

ikzou zeggen
jijzou zeggen
hij / zijzou zeggen
wijzouden zeggen
julliezouden zeggen
zijzouden zeggen

Gebiedende wijs

ik
jijzeg
hij / zijzeg
wijlaten we zeggen
julliezegt
zijzeg u

Onvoltooid deelwoord

ikzeggend
jijzeggend
hij / zijzeggend
wijzeggend
julliezeggend
zijzeggend

Beispielsätze mit „zeggen"

Tegenwoordige tijd
  • Ik zeg de waarheid.Ich sage die Wahrheit.
  • Zij zegt dat het morgen regent.Sie sagt, dass es morgen regnet.
Verleden tijd
  • Hij zei het gisteren.Er sagte es gestern.
  • Wij zeiden dat het leuk was.Wir sagten, dass es schön war.
Toekomende tijd
  • Ik zal het zeggen morgen.Ich werde es morgen sagen.
  • Zij zal het niet vergeten.Sie wird es nicht vergessen.

Geschichte mit „zeggen"

Op een koude ochtend zegt Anna tegen haar vriend, "Wat ga je vandaag doen?" Hij antwoordt met een glimlach: "Ik zei gisteren dat ik naar het park zou gaan." Anna knikt en zegt: "Dat klinkt leuk!" Terwijl ze samen koffie drinken, denken ze na over de woorden die ze gisteren hebben gezegd. "Als ik meer tijd had," zegt Anna, "zou ik ook willen gaan." Ze besluiten uiteindelijk samen te gaan en genieten van de frisse lucht.
An einem kalten Morgen sagt Anna zu ihrem Freund: "Was machst du heute?" Er antwortet mit einem Lächeln: "Ich sagte gestern, dass ich in den Park gehen würde." Anna nickt und sagt: "Das klingt schön!" Während sie zusammen Kaffee trinken, denken sie über die Worte nach, die sie gestern gesagt haben. "Wenn ich mehr Zeit hätte", sagt Anna, "würde ich auch gerne gehen." Sie beschließen schließlich, zusammen zu gehen und die frische Luft zu genießen.

Häufige Fragen zu „zeggen"

Ist „zeggen" ein regelmäßiges oder unregelmäßiges Verb?

„zeggen" ist ein unregelmäßiges Nederlands-Verb und bedeutet „to say".

Wie wird „zeggen" in der 3. Person Singular konjugiert?

Im Präsens: hij / zij zegt.

Wie lautet die Vergangenheitsform von „zeggen"?

Verleden tijd: hij / zij zei. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft gezegd.

Wird „zeggen" mit „hebben" oder „zijn" gebildet?

Das Perfekt von „zeggen" wird mit „hebben" gebildet: hij / zij heeft gezegd.

Wo kann ich „zeggen" üben?

Du kannst „zeggen" kostenlos im ConjuExpert-Quiz üben — mit allen Zeitformen, in fünf Sprachen, ohne Anmeldung.

„zeggen" direkt im Quiz üben

Alle 5 Sprachen · alle Zeitformen · KI-Beispielsätze · kostenlos starten

ConjuExpert öffnen → Kein Download · keine Anmeldung nötig