worden auf Niederländisch konjugieren
worden bedeutet „werden" und ist ein unregelmäßiges niederländisches Verb. Hier findest du alle Zeitformen, natürliche Beispielsätze und eine kurze Geschichte — perfekt zum Lernen und Merken.
„worden" ist ein unregelmäßiges niederländisches Verb (Bedeutung: „werden\"). Präsens: hij / zij wordt. Verleden tijd: hij / zij werd. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij is geworden. Alle Formen von „worden" online konjugieren und üben auf conjuexpert.app.
Konjugationstabelle — die wichtigsten Zeitformen
Tegenwoordige tijd
| ik | word |
| jij | wordt |
| hij / zij | wordt |
| wij | worden |
| jullie | worden |
| zij | worden |
Verleden tijd
| ik | werd |
| jij | werd |
| hij / zij | werd |
| wij | werden |
| jullie | werden |
| zij | werden |
Toekomende tijd
| ik | zal worden |
| jij | zult worden |
| hij / zij | zal worden |
| wij | zullen worden |
| jullie | zullen worden |
| zij | zullen worden |
Alle 9 Zeitformen anzeigen
Tegenwoordige tijd
| ik | word |
| jij | wordt |
| hij / zij | wordt |
| wij | worden |
| jullie | worden |
| zij | worden |
Verleden tijd
| ik | werd |
| jij | werd |
| hij / zij | werd |
| wij | werden |
| jullie | werden |
| zij | werden |
Voltooid tegenwoordige tijd
| ik | ben geworden |
| jij | bent geworden |
| hij / zij | is geworden |
| wij | zijn geworden |
| jullie | zijn geworden |
| zij | zijn geworden |
Voltooid verleden tijd
| ik | was geworden |
| jij | was geworden |
| hij / zij | was geworden |
| wij | waren geworden |
| jullie | waren geworden |
| zij | waren geworden |
Toekomende tijd
| ik | zal worden |
| jij | zult worden |
| hij / zij | zal worden |
| wij | zullen worden |
| jullie | zullen worden |
| zij | zullen worden |
Aanvoegende wijs
| ik | worde |
| jij | worde |
| hij / zij | worde |
| wij | worden |
| jullie | worden |
| zij | worden |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou worden |
| jij | zou worden |
| hij / zij | zou worden |
| wij | zouden worden |
| jullie | zouden worden |
| zij | zouden worden |
Gebiedende wijs
| ik | — |
| jij | word |
| hij / zij | — |
| wij | laten we worden |
| jullie | word |
| zij | wordt u |
Onvoltooid deelwoord
| ik | wordend |
| jij | wordend |
| hij / zij | wordend |
| wij | wordend |
| jullie | wordend |
| zij | wordend |
Beispielsätze mit „worden"
- Ik word een goede leraar.Ich werde ein guter Lehrer.
- Zij worden snel beter in hun spel.Sie werden schnell besser in ihrem Spiel.
- Hij werd vorig jaar manager.Er wurde letztes Jahr Manager.
- Wij werden vrienden in de klas.Wir wurden Freunde in der Klasse.
- Jullie zullen worden sterke spelers.Ihr werdet starke Spieler werden.
- Ik zal later een kunstenaar worden.Ich werde später ein Künstler werden.
Geschichte mit „worden"
Häufige Fragen zu „worden"
Ist „worden" ein regelmäßiges oder unregelmäßiges Verb?
„worden" ist ein unregelmäßiges niederländisches Verb und bedeutet „werden".
Wie wird „worden" in der 3. Person Singular konjugiert?
Im Präsens: hij / zij wordt.
Wie lautet die Vergangenheitsform von „worden"?
Verleden tijd: hij / zij werd. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij is geworden.
Wird „worden" mit „hebben" oder „zijn" gebildet?
Das Perfekt von „worden" wird mit „zijn" gebildet: hij / zij is geworden.
Wo kann ich „worden" üben?
Du kannst „worden" kostenlos im ConjuExpert-Quiz üben — mit allen Zeitformen, in fünf Sprachen, ohne Anmeldung.
„worden" direkt im Quiz üben
Alle 5 Sprachen · alle Zeitformen · KI-Beispielsätze · kostenlos starten
ConjuExpert öffnen → Kein Download · keine Anmeldung nötig