🇳🇱

voorstellen auf Niederländisch konjugieren

Niederländisch ✓ regelmäßig

voorstellen bedeutet „vorstellen, vorschlagen" und ist ein regelmäßiges niederländisches Verb. Hier findest du alle Zeitformen, natürliche Beispielsätze und eine kurze Geschichte — perfekt zum Lernen und Merken.

„voorstellen" ist ein regelmäßiges niederländisches Verb (Bedeutung: „vorstellen, vorschlagen"). Präsens: hij / zij stelt … voor. Verleden tijd: hij / zij stelde … voor. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft voorgesteld. Alle Formen von „voorstellen" online konjugieren und üben auf conjuexpert.app.

★ Mini-Quiz · ein Stück echte App
Sitzt voorstellen schon?
Tippe die richtige Form — du bekommst sofort Feedback, genau wie in der App.

Konjugationstabelle — die wichtigsten Zeitformen

Tegenwoordige tijd

ikstel … voor
jijstelt … voor
hij / zijstelt … voor
wijstellen … voor
julliestellen … voor
zijstellen … voor

Verleden tijd

ikstelde … voor
jijstelde … voor
hij / zijstelde … voor
wijstelden … voor
julliestelden … voor
zijstelden … voor

Toekomende tijd

ikzal voorstellen
jijzult voorstellen
hij / zijzal voorstellen
wijzullen voorstellen
julliezullen voorstellen
zijzullen voorstellen
Alle 9 Zeitformen anzeigen

Tegenwoordige tijd

ikstel … voor
jijstelt … voor
hij / zijstelt … voor
wijstellen … voor
julliestellen … voor
zijstellen … voor

Verleden tijd

ikstelde … voor
jijstelde … voor
hij / zijstelde … voor
wijstelden … voor
julliestelden … voor
zijstelden … voor

Voltooid tegenwoordige tijd

ikheb voorgesteld
jijhebt voorgesteld
hij / zijheeft voorgesteld
wijhebben voorgesteld
julliehebben voorgesteld
zijhebben voorgesteld

Voltooid verleden tijd

ikhad voorgesteld
jijhad voorgesteld
hij / zijhad voorgesteld
wijhadden voorgesteld
julliehadden voorgesteld
zijhadden voorgesteld

Toekomende tijd

ikzal voorstellen
jijzult voorstellen
hij / zijzal voorstellen
wijzullen voorstellen
julliezullen voorstellen
zijzullen voorstellen

Aanvoegende wijs

ikstelle … voor
jijstelle … voor
hij / zijstelle … voor
wijstellen … voor
julliestellen … voor
zijstellen … voor

Voorwaardelijke wijs

ikzou voorstellen
jijzou voorstellen
hij / zijzou voorstellen
wijzouden voorstellen
julliezouden voorstellen
zijzouden voorstellen

Gebiedende wijs

ik
jijstel … voor
hij / zij
wijlaten we voorstellen
julliestel … voor
zijstelt u … voor

Onvoltooid deelwoord

ikvoorstellend
jijvoorstellend
hij / zijvoorstellend
wijvoorstellend
jullievoorstellend
zijvoorstellend

Beispielsätze mit „voorstellen"

Tegenwoordige tijd
  • Ik stel mijn vriend aan jou voor.Ich stelle dir meinen Freund vor.
  • Kun je je dat voorstellen?Kannst du dir das vorstellen?
Verleden tijd
  • Hij stelde een plan voor gisteren.Er schlug gestern einen Plan vor.
  • We stelden ons de situatie voor.Wir stellten uns die Situation vor.
Toekomende tijd
  • Ik zal mezelf aan hen voorstellen.Ich werde mich ihnen vorstellen.
  • Zij zal een idee voorstellen morgen.Sie wird morgen eine Idee vorschlagen.

Geschichte mit „voorstellen"

Ik stel me voor hoe het zal zijn om morgen mijn nieuwe collega voor te stellen aan het team. Gisteren stelde ik haar al kort voor tijdens de lunch, maar ik wil het officieel doen. Mijn manager stelde voor om een kleine bijeenkomst te organiseren, wat ik een goed idee vond. Terwijl ik me voorstelde hoe iedereen zou reageren, voelde ik een mix van zenuwen en opwinding. Uiteindelijk zal ik haar met trots voorstellen, want ze verdient een warm welkom.
Ich stelle mir vor, wie es morgen sein wird, meine neue Kollegin dem Team vorzustellen. Gestern stellte ich sie bereits kurz während des Mittagessens vor, aber ich möchte es offiziell machen. Mein Manager schlug vor, ein kleines Treffen zu organisieren, was ich eine gute Idee fand. Während ich mir vorstellte, wie alle reagieren würden, fühlte ich eine Mischung aus Nervosität und Aufregung. Letztendlich werde ich sie mit Stolz vorstellen, denn sie verdient einen herzlichen Empfang.

Häufige Fragen zu „voorstellen"

Ist „voorstellen" ein regelmäßiges oder unregelmäßiges Verb?

„voorstellen" ist ein regelmäßiges niederländisches Verb und bedeutet „vorstellen, vorschlagen".

Wie wird „voorstellen" in der 3. Person Singular konjugiert?

Im Präsens: hij / zij stelt … voor.

Wie lautet die Vergangenheitsform von „voorstellen"?

Verleden tijd: hij / zij stelde … voor. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft voorgesteld.

Wird „voorstellen" mit „hebben" oder „zijn" gebildet?

Das Perfekt von „voorstellen" wird mit „hebben" gebildet: hij / zij heeft voorgesteld.

Wo kann ich „voorstellen" üben?

Du kannst „voorstellen" kostenlos im ConjuExpert-Quiz üben — mit allen Zeitformen, in fünf Sprachen, ohne Anmeldung.

„voorstellen" direkt im Quiz üben

Alle 5 Sprachen · alle Zeitformen · KI-Beispielsätze · kostenlos starten

ConjuExpert öffnen → Kein Download · keine Anmeldung nötig