🇳🇱

werpen auf Niederländisch konjugieren

Niederländisch ⚡ unregelmäßig

werpen bedeutet „to throw" und ist ein unregelmäßiges Nederlands-Verb. Hier findest du alle Zeitformen, natürliche Beispielsätze und eine kurze Geschichte — perfekt zum Lernen und Merken.

🎯 „werpen" jetzt im Quiz üben — kostenlos →

Konjugationstabelle — die wichtigsten Zeitformen

Tegenwoordige tijd

ikwerp
jijwerpt
hij / zijwerpt
wijwerpen
julliewerpen
zijwerpen

Verleden tijd

ikwierp
jijwierp
hij / zijwierp
wijwierpen
julliewierpen
zijwierpen

Toekomende tijd

ikzal werpen
jijzult werpen
hij / zijzal werpen
wijzullen werpen
julliezullen werpen
zijzullen werpen
Alle 9 Zeitformen anzeigen

Tegenwoordige tijd

ikwerp
jijwerpt
hij / zijwerpt
wijwerpen
julliewerpen
zijwerpen

Verleden tijd

ikwierp
jijwierp
hij / zijwierp
wijwierpen
julliewierpen
zijwierpen

Voltooid tegenwoordige tijd

ikheb geworpen
jijhebt geworpen
hij / zijheeft geworpen
wijhebben geworpen
julliehebben geworpen
zijhebben geworpen

Voltooid verleden tijd

ikhad geworpen
jijhad geworpen
hij / zijhad geworpen
wijhadden geworpen
julliehadden geworpen
zijhadden geworpen

Toekomende tijd

ikzal werpen
jijzult werpen
hij / zijzal werpen
wijzullen werpen
julliezullen werpen
zijzullen werpen

Aanvoegende wijs

ikwerpe
jijwerpe
hij / zijwerpe
wijwerpen
julliewerpen
zijwerpen

Voorwaardelijke wijs

ikzou werpen
jijzou werpen
hij / zijzou werpen
wijzouden werpen
julliezouden werpen
zijzouden werpen

Gebiedende wijs

ik
jijwerp
hij / zijwerp
wijlaten we werpen
julliewerpt
zijwerp u

Onvoltooid deelwoord

ikwerpend
jijwerpend
hij / zijwerpend
wijwerpend
julliewerpend
zijwerpend

Beispielsätze mit „werpen"

Tegenwoordige tijd
  • Ik werp de bal.Ich werfe den Ball.
  • Jij werpt het papier.Du wirfst das Papier.
Verleden tijd
  • Hij wierp de stenen.Er warf die Steine.
  • Wij wierpen de frisbee.Wir warfen den Frisbee.
Toekomende tijd
  • Zij zullen de boeken werpen.Sie werden die Bücher werfen.
  • Jullie zullen het touw werpen.Ihr werdet das Seil werfen.

Geschichte mit „werpen"

Op een zonnige dag in het park, besloot Lisa een frisbee te werpen naar haar vriend Tom. Terwijl ze het frisbeetje door de lucht zag vliegen, herinnerde ze zich hoe zij vorig jaar altijd samen hadden geworpen. Tom ving de frisbee met een sprongetje, zijn gezicht straalde van blijdschap. Hij wierp het terug en riep: "Nog een keer!" De kinderen om hen heen keken vol bewondering toe, terwijl ze hun eigen ballen in het gras wierpen. Toen de zon onderging, zaten ze moe maar gelukkig op het gras, hun handen nog steeds vol met energie om te werpen.
An einem sonnigen Tag im Park beschloss Lisa, einen Frisbee zu ihrem Freund Tom zu werfen. Während sie den Frisbee durch die Luft fliegen sah, erinnerte sie sich daran, wie sie im letzten Jahr immer zusammen geworfen hatten. Tom fing den Frisbee mit einem Sprung, sein Gesicht strahlte vor Freude. Er warf ihn zurück und rief: "Noch einmal!" Die Kinder um sie herum schauten bewundernd zu, während sie ihre eigenen Bälle ins Gras warfen. Als die Sonne unterging, saßen sie müde, aber glücklich im Gras, ihre Hände immer noch voller Energie zum Werfen.

„werpen" direkt im Quiz üben

Alle 5 Sprachen · alle Zeitformen · KI-Beispielsätze · kostenlos starten

ConjuExpert öffnen → Kein Download · keine Anmeldung nötig