🇳🇱

vallen auf Niederländisch konjugieren

Niederländisch ⚡ unregelmäßig

vallen bedeutet „to fall" und ist ein unregelmäßiges Nederlands-Verb. Hier findest du alle Zeitformen, natürliche Beispielsätze und eine kurze Geschichte — perfekt zum Lernen und Merken.

🎯 „vallen" jetzt im Quiz üben — kostenlos →

Konjugationstabelle — die wichtigsten Zeitformen

Tegenwoordige tijd

ikval
jijvalt
hij / zijvalt
wijvallen
jullievallen
zijvallen

Verleden tijd

ikviel
jijviel
hij / zijviel
wijvielen
jullievielen
zijvielen

Toekomende tijd

ikzal vallen
jijzult vallen
hij / zijzal vallen
wijzullen vallen
julliezullen vallen
zijzullen vallen
Alle 9 Zeitformen anzeigen

Tegenwoordige tijd

ikval
jijvalt
hij / zijvalt
wijvallen
jullievallen
zijvallen

Verleden tijd

ikviel
jijviel
hij / zijviel
wijvielen
jullievielen
zijvielen

Voltooid tegenwoordige tijd

ikben gevallen
jijbent gevallen
hij / zijis gevallen
wijzijn gevallen
julliezijn gevallen
zijzijn gevallen

Voltooid verleden tijd

ikwas gevallen
jijwas gevallen
hij / zijwas gevallen
wijwaren gevallen
julliewaren gevallen
zijwaren gevallen

Toekomende tijd

ikzal vallen
jijzult vallen
hij / zijzal vallen
wijzullen vallen
julliezullen vallen
zijzullen vallen

Aanvoegende wijs

ikvale
jijvale
hij / zijvale
wijvallen
jullievallen
zijvallen

Voorwaardelijke wijs

ikzou vallen
jijzou vallen
hij / zijzou vallen
wijzouden vallen
julliezouden vallen
zijzouden vallen

Gebiedende wijs

ik
jijval
hij / zijval
wijlaten we vallen
jullievalt
zijval u

Onvoltooid deelwoord

ikvallend
jijvallend
hij / zijvallend
wijvallend
jullievallend
zijvallend

Beispielsätze mit „vallen"

Tegenwoordige tijd
  • Ik val vaak van de trap.Ich falle oft die Treppe herunter.
  • De bladeren vallen van de bomen.Die Blätter fallen von den Bäumen.
Verleden tijd
  • Hij viel gisteren tijdens het spel.Er fiel gestern während des Spiels.
  • Wij vielen in de sneeuw.Wir fielen im Schnee.
Toekomende tijd
  • Zij zullen morgen vallen tijdens de race.Sie werden morgen während des Rennens fallen.
  • Ik zal niet vallen deze keer.Ich werde dieses Mal nicht fallen.

Geschichte mit „vallen"

Het was een koude ochtend toen de bladeren van de bomen begonnen te vallen. Sarah zag hoe ze dansend naar de grond vielen, een kleurrijk tapijt vormend. Terwijl ze op de stoep liep, viel ze bijna over een losliggende tegel. Gelukkig kon ze zich net op tijd vasthouden aan een boom. Haar vriend Tom lachte en zei dat ze niet moest vallen, anders zou ze in het herfstbladendek verdwijnen. Ze glimlachte terug en samen liepen ze verder, terwijl nog meer bladeren om hen heen vielen.
Es war ein kalter Morgen, als die Blätter von den Bäumen zu fallen begannen. Sarah sah, wie sie tanzend zu Boden fielen und einen bunten Teppich bildeten. Während sie auf dem Bürgersteig lief, fiel sie fast über einen losen Stein. Glücklicherweise konnte sie sich rechtzeitig an einem Baum festhalten. Ihr Freund Tom lachte und sagte, sie solle nicht fallen, sonst würde sie im Herbstblätterteppich verschwinden. Sie lächelte zurück und zusammen gingen sie weiter, während noch mehr Blätter um sie herum fielen.

„vallen" direkt im Quiz üben

Alle 5 Sprachen · alle Zeitformen · KI-Beispielsätze · kostenlos starten

ConjuExpert öffnen → Kein Download · keine Anmeldung nötig