aankomen auf Niederländisch konjugieren
aankomen bedeutet „ankommen, zunehmen" und ist ein regelmäßiges niederländisches Verb. Hier findest du alle Zeitformen, natürliche Beispielsätze und eine kurze Geschichte — perfekt zum Lernen und Merken.
„aankomen" ist ein regelmäßiges niederländisches Verb (Bedeutung: „ankommen, zunehmen"). Präsens: hij / zij komt … aan. Verleden tijd: hij / zij kwam … aan. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij is aangekomen. Alle Formen von „aankomen" online konjugieren und üben auf conjuexpert.app.
Konjugationstabelle — die wichtigsten Zeitformen
Tegenwoordige tijd
| ik | kom … aan |
| jij | komt … aan |
| hij / zij | komt … aan |
| wij | komen … aan |
| jullie | komen … aan |
| zij | komen … aan |
Verleden tijd
| ik | kwam … aan |
| jij | kwam … aan |
| hij / zij | kwam … aan |
| wij | kwamen … aan |
| jullie | kwamen … aan |
| zij | kwamen … aan |
Toekomende tijd
| ik | zal aankomen |
| jij | zult aankomen |
| hij / zij | zal aankomen |
| wij | zullen aankomen |
| jullie | zullen aankomen |
| zij | zullen aankomen |
Alle 9 Zeitformen anzeigen
Tegenwoordige tijd
| ik | kom … aan |
| jij | komt … aan |
| hij / zij | komt … aan |
| wij | komen … aan |
| jullie | komen … aan |
| zij | komen … aan |
Verleden tijd
| ik | kwam … aan |
| jij | kwam … aan |
| hij / zij | kwam … aan |
| wij | kwamen … aan |
| jullie | kwamen … aan |
| zij | kwamen … aan |
Voltooid tegenwoordige tijd
| ik | ben aangekomen |
| jij | bent aangekomen |
| hij / zij | is aangekomen |
| wij | zijn aangekomen |
| jullie | zijn aangekomen |
| zij | zijn aangekomen |
Voltooid verleden tijd
| ik | was aangekomen |
| jij | was aangekomen |
| hij / zij | was aangekomen |
| wij | waren aangekomen |
| jullie | waren aangekomen |
| zij | waren aangekomen |
Toekomende tijd
| ik | zal aankomen |
| jij | zult aankomen |
| hij / zij | zal aankomen |
| wij | zullen aankomen |
| jullie | zullen aankomen |
| zij | zullen aankomen |
Aanvoegende wijs
| ik | kome … aan |
| jij | kome … aan |
| hij / zij | kome … aan |
| wij | komen … aan |
| jullie | komen … aan |
| zij | komen … aan |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou aankomen |
| jij | zou aankomen |
| hij / zij | zou aankomen |
| wij | zouden aankomen |
| jullie | zouden aankomen |
| zij | zouden aankomen |
Gebiedende wijs
| ik | — |
| jij | kom … aan |
| hij / zij | — |
| wij | laten we aankomen |
| jullie | kom … aan |
| zij | komt u … aan |
Onvoltooid deelwoord
| ik | aankomend |
| jij | aankomend |
| hij / zij | aankomend |
| wij | aankomend |
| jullie | aankomend |
| zij | aankomend |
Beispielsätze mit „aankomen"
- Ik kom morgen aan op het station.Ich komme morgen am Bahnhof an.
- Zij komt altijd laat aan op feestjes.Sie kommt auf Partys immer spät an.
- We kwamen gisteren laat aan bij het hotel.Wir kamen gestern spät im Hotel an.
- Hij kwam te snel aan en werd moe.Er nahm zu schnell zu und wurde müde.
- Ik zal morgen om tien uur aankomen.Ich werde morgen um zehn Uhr ankommen.
- Zij zal snel aankomen na het werk.Sie wird nach der Arbeit schnell ankommen.
Geschichte mit „aankomen"
Häufige Fragen zu „aankomen"
Ist „aankomen" ein regelmäßiges oder unregelmäßiges Verb?
„aankomen" ist ein regelmäßiges niederländisches Verb und bedeutet „ankommen, zunehmen".
Wie wird „aankomen" in der 3. Person Singular konjugiert?
Im Präsens: hij / zij komt … aan.
Wie lautet die Vergangenheitsform von „aankomen"?
Verleden tijd: hij / zij kwam … aan. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij is aangekomen.
Wird „aankomen" mit „hebben" oder „zijn" gebildet?
Das Perfekt von „aankomen" wird mit „zijn" gebildet: hij / zij is aangekomen.
Wo kann ich „aankomen" üben?
Du kannst „aankomen" kostenlos im ConjuExpert-Quiz üben — mit allen Zeitformen, in fünf Sprachen, ohne Anmeldung.
„aankomen" direkt im Quiz üben
Alle 5 Sprachen · alle Zeitformen · KI-Beispielsätze · kostenlos starten
ConjuExpert öffnen → Kein Download · keine Anmeldung nötig