🇳🇱

aankomen auf Niederländisch konjugieren

Niederländisch ✓ regelmäßig

aankomen bedeutet „to arrive to gain weight" und ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb. Hier findest du alle Zeitformen, natürliche Beispielsätze und eine kurze Geschichte — perfekt zum Lernen und Merken.

„aankomen" ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb (Bedeutung: „to arrive to gain weight"). Präsens: hij / zij komt … aan. Verleden tijd: hij / zij kwam … aan. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij is aangekomen. Alle Formen von „aankomen" online konjugieren und üben auf conjuexpert.app.

★ Mini-Quiz · ein Stück echte App
Sitzt aankomen schon?
Tippe die richtige Form — du bekommst sofort Feedback, genau wie in der App.

Konjugationstabelle — die wichtigsten Zeitformen

Tegenwoordige tijd

ikkom … aan
jijkomt … aan
hij / zijkomt … aan
wijkomen … aan
julliekomen … aan
zijkomen … aan

Verleden tijd

ikkwam … aan
jijkwam … aan
hij / zijkwam … aan
wijkwamen … aan
julliekwamen … aan
zijkwamen … aan

Toekomende tijd

ikzal aankomen
jijzult aankomen
hij / zijzal aankomen
wijzullen aankomen
julliezullen aankomen
zijzullen aankomen
Alle 9 Zeitformen anzeigen

Tegenwoordige tijd

ikkom … aan
jijkomt … aan
hij / zijkomt … aan
wijkomen … aan
julliekomen … aan
zijkomen … aan

Verleden tijd

ikkwam … aan
jijkwam … aan
hij / zijkwam … aan
wijkwamen … aan
julliekwamen … aan
zijkwamen … aan

Voltooid tegenwoordige tijd

ikben aangekomen
jijbent aangekomen
hij / zijis aangekomen
wijzijn aangekomen
julliezijn aangekomen
zijzijn aangekomen

Voltooid verleden tijd

ikwas aangekomen
jijwas aangekomen
hij / zijwas aangekomen
wijwaren aangekomen
julliewaren aangekomen
zijwaren aangekomen

Toekomende tijd

ikzal aankomen
jijzult aankomen
hij / zijzal aankomen
wijzullen aankomen
julliezullen aankomen
zijzullen aankomen

Aanvoegende wijs

ikkoome … aan
jijkoome … aan
hij / zijkoome … aan
wijkomen … aan
julliekomen … aan
zijkomen … aan

Voorwaardelijke wijs

ikzou aankomen
jijzou aankomen
hij / zijzou aankomen
wijzouden aankomen
julliezouden aankomen
zijzouden aankomen

Gebiedende wijs

ik
jijkom … aan
hij / zijkom … aan
wijlaten we aankomen
julliekomen … aan
zijkom u

Onvoltooid deelwoord

ikaankomend
jijaankomend
hij / zijaankomend
wijaankomend
jullieaankomend
zijaankomend

Beispielsätze mit „aankomen"

Tegenwoordige tijd
  • Ik kom morgen om acht uur aan.Ich komme morgen um acht Uhr an.
  • Je komt snel aan op het station.Du kommst schnell am Bahnhof an.
Verleden tijd
  • Hij kwam gisteren laat aan.Er kam gestern spät an.
  • We kwamen net op tijd aan.Wir kamen gerade rechtzeitig an.
Toekomende tijd
  • Zij zal om tien uur aankomen.Sie wird um zehn Uhr ankommen.
  • Ik zal volgende week aankomen.Ich werde nächste Woche ankommen.

Geschichte mit „aankomen"

Elke winter weet ik dat ik altijd een paar kilo aankom door alle lekkernijen. Vorig jaar kwam ik meer dan vijf kilo aan, vooral door de feestdagen. Nu probeer ik bewust te eten, maar als ik bij mijn oma aankom, kan ik de taartjes niet weerstaan. Over een maand zal ik weer aankomen als we naar het familiediner gaan, dat is traditie. Toch geniet ik stiekem van het aankomen, want het betekent dat ik tijd met mijn familie doorbreng.
Jeden Winter weiß ich, dass ich durch all die Leckereien immer ein paar Kilo zunehme. Letztes Jahr nahm ich mehr als fünf Kilo zu, vor allem wegen der Feiertage. Jetzt versuche ich bewusst zu essen, aber wenn ich bei meiner Oma ankomme, kann ich den Kuchen nicht widerstehen. In einem Monat werde ich wieder zunehmen, wenn wir zum Familientreffen gehen, das ist Tradition. Trotzdem genieße ich heimlich die Gewichtszunahme, denn sie bedeutet, dass ich Zeit mit meiner Familie verbringe.

Häufige Fragen zu „aankomen"

Ist „aankomen" ein regelmäßiges oder unregelmäßiges Verb?

„aankomen" ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb und bedeutet „to arrive to gain weight".

Wie wird „aankomen" in der 3. Person Singular konjugiert?

Im Präsens: hij / zij komt … aan.

Wie lautet die Vergangenheitsform von „aankomen"?

Verleden tijd: hij / zij kwam … aan. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij is aangekomen.

Wird „aankomen" mit „hebben" oder „zijn" gebildet?

Das Perfekt von „aankomen" wird mit „zijn" gebildet: hij / zij is aangekomen.

Wo kann ich „aankomen" üben?

Du kannst „aankomen" kostenlos im ConjuExpert-Quiz üben — mit allen Zeitformen, in fünf Sprachen, ohne Anmeldung.

„aankomen" direkt im Quiz üben

Alle 5 Sprachen · alle Zeitformen · KI-Beispielsätze · kostenlos starten

ConjuExpert öffnen → Kein Download · keine Anmeldung nötig