🇳🇱

opruimen auf Niederländisch konjugieren

Niederländisch ✓ regelmäßig

opruimen bedeutet „aufräumen" und ist ein regelmäßiges niederländisches Verb. Hier findest du alle Zeitformen, natürliche Beispielsätze und eine kurze Geschichte — perfekt zum Lernen und Merken.

„opruimen" ist ein regelmäßiges niederländisches Verb (Bedeutung: „aufräumen"). Präsens: hij / zij ruimt … op. Verleden tijd: hij / zij ruimde … op. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft opgeruimd. Alle Formen von „opruimen" online konjugieren und üben auf conjuexpert.app.

★ Mini-Quiz · ein Stück echte App
Sitzt opruimen schon?
Tippe die richtige Form — du bekommst sofort Feedback, genau wie in der App.

Konjugationstabelle — die wichtigsten Zeitformen

Tegenwoordige tijd

ikruim … op
jijruimt … op
hij / zijruimt … op
wijruimen … op
jullieruimen … op
zijruimen … op

Verleden tijd

ikruimde … op
jijruimde … op
hij / zijruimde … op
wijruimden … op
jullieruimden … op
zijruimden … op

Toekomende tijd

ikzal opruimen
jijzult opruimen
hij / zijzal opruimen
wijzullen opruimen
julliezullen opruimen
zijzullen opruimen
Alle 9 Zeitformen anzeigen

Tegenwoordige tijd

ikruim … op
jijruimt … op
hij / zijruimt … op
wijruimen … op
jullieruimen … op
zijruimen … op

Verleden tijd

ikruimde … op
jijruimde … op
hij / zijruimde … op
wijruimden … op
jullieruimden … op
zijruimden … op

Voltooid tegenwoordige tijd

ikheb opgeruimd
jijhebt opgeruimd
hij / zijheeft opgeruimd
wijhebben opgeruimd
julliehebben opgeruimd
zijhebben opgeruimd

Voltooid verleden tijd

ikhad opgeruimd
jijhad opgeruimd
hij / zijhad opgeruimd
wijhadden opgeruimd
julliehadden opgeruimd
zijhadden opgeruimd

Toekomende tijd

ikzal opruimen
jijzult opruimen
hij / zijzal opruimen
wijzullen opruimen
julliezullen opruimen
zijzullen opruimen

Aanvoegende wijs

ikruime … op
jijruime … op
hij / zijruime … op
wijruimen … op
jullieruimen … op
zijruimen … op

Voorwaardelijke wijs

ikzou opruimen
jijzou opruimen
hij / zijzou opruimen
wijzouden opruimen
julliezouden opruimen
zijzouden opruimen

Gebiedende wijs

ik
jijruim … op
hij / zij
wijlaten we opruimen
jullieruim … op
zijruimt u … op

Onvoltooid deelwoord

ikopruimend
jijopruimend
hij / zijopruimend
wijopruimend
jullieopruimend
zijopruimend

Beispielsätze mit „opruimen"

Tegenwoordige tijd
  • Ik ruim mijn kamer elke zaterdag op.Ich räume mein Zimmer jeden Samstag auf.
  • Jij ruimt altijd je bureau netjes op.Du räumst deinen Schreibtisch immer ordentlich auf.
Verleden tijd
  • Gisteren ruimde hij de garage op.Gestern räumte er die Garage auf.
  • Wij ruimden de tuin na het feest op.Wir räumten den Garten nach der Feier auf.
Toekomende tijd
  • Morgen zal ik de keuken opruimen.Morgen werde ich die Küche aufräumen.
  • Zij zullen binnenkort het huis opruimen.Sie werden bald das Haus aufräumen.

Geschichte mit „opruimen"

Elke zaterdag begon ik mijn dag met opruimen; de rommel in de woonkamer kon ik niet langer negeren. Terwijl ik opruimde, hoorde ik de vogels buiten vrolijk zingen. Gisteren heb ik zelfs mijn oude boeken opgeruimd en in dozen gedaan. Morgen zal ik de keuken opruimen, want daar ligt altijd veel stof en kruimels. Opruimen geeft me een gevoel van rust, alsof alles weer op zijn plek valt.
Jeden Samstag begann ich meinen Tag mit Aufräumen; das Chaos im Wohnzimmer konnte ich nicht länger ignorieren. Während ich aufräumte, hörte ich die Vögel draußen fröhlich singen. Gestern habe ich sogar meine alten Bücher aufgeräumt und in Kisten gepackt. Morgen werde ich die Küche aufräumen, denn dort liegt immer viel Staub und Krümel. Aufräumen gibt mir ein Gefühl von Ruhe, als würde alles wieder an seinen Platz fallen.

Häufige Fragen zu „opruimen"

Ist „opruimen" ein regelmäßiges oder unregelmäßiges Verb?

„opruimen" ist ein regelmäßiges niederländisches Verb und bedeutet „aufräumen".

Wie wird „opruimen" in der 3. Person Singular konjugiert?

Im Präsens: hij / zij ruimt … op.

Wie lautet die Vergangenheitsform von „opruimen"?

Verleden tijd: hij / zij ruimde … op. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft opgeruimd.

Wird „opruimen" mit „hebben" oder „zijn" gebildet?

Das Perfekt von „opruimen" wird mit „hebben" gebildet: hij / zij heeft opgeruimd.

Wo kann ich „opruimen" üben?

Du kannst „opruimen" kostenlos im ConjuExpert-Quiz üben — mit allen Zeitformen, in fünf Sprachen, ohne Anmeldung.

„opruimen" direkt im Quiz üben

Alle 5 Sprachen · alle Zeitformen · KI-Beispielsätze · kostenlos starten

ConjuExpert öffnen → Kein Download · keine Anmeldung nötig