🇳🇱

aanraken auf Niederländisch konjugieren

Niederländisch ✓ regelmäßig

aanraken bedeutet „berühren, anfassen" und ist ein regelmäßiges niederländisches Verb. Hier findest du alle Zeitformen, natürliche Beispielsätze und eine kurze Geschichte — perfekt zum Lernen und Merken.

„aanraken" ist ein regelmäßiges niederländisches Verb (Bedeutung: „berühren, anfassen"). Präsens: hij / zij raakt … aan. Verleden tijd: hij / zij raakte … aan. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft aangeraakt. Alle Formen von „aanraken" online konjugieren und üben auf conjuexpert.app.

★ Mini-Quiz · ein Stück echte App
Sitzt aanraken schon?
Tippe die richtige Form — du bekommst sofort Feedback, genau wie in der App.

Konjugationstabelle — die wichtigsten Zeitformen

Tegenwoordige tijd

ikraak … aan
jijraakt … aan
hij / zijraakt … aan
wijraken … aan
jullieraken … aan
zijraken … aan

Verleden tijd

ikraakte … aan
jijraakte … aan
hij / zijraakte … aan
wijraakten … aan
jullieraakten … aan
zijraakten … aan

Toekomende tijd

ikzal aanraken
jijzult aanraken
hij / zijzal aanraken
wijzullen aanraken
julliezullen aanraken
zijzullen aanraken
Alle 9 Zeitformen anzeigen

Tegenwoordige tijd

ikraak … aan
jijraakt … aan
hij / zijraakt … aan
wijraken … aan
jullieraken … aan
zijraken … aan

Verleden tijd

ikraakte … aan
jijraakte … aan
hij / zijraakte … aan
wijraakten … aan
jullieraakten … aan
zijraakten … aan

Voltooid tegenwoordige tijd

ikheb aangeraakt
jijhebt aangeraakt
hij / zijheeft aangeraakt
wijhebben aangeraakt
julliehebben aangeraakt
zijhebben aangeraakt

Voltooid verleden tijd

ikhad aangeraakt
jijhad aangeraakt
hij / zijhad aangeraakt
wijhadden aangeraakt
julliehadden aangeraakt
zijhadden aangeraakt

Toekomende tijd

ikzal aanraken
jijzult aanraken
hij / zijzal aanraken
wijzullen aanraken
julliezullen aanraken
zijzullen aanraken

Aanvoegende wijs

ikrake … aan
jijrake … aan
hij / zijrake … aan
wijraken … aan
jullieraken … aan
zijraken … aan

Voorwaardelijke wijs

ikzou aanraken
jijzou aanraken
hij / zijzou aanraken
wijzouden aanraken
julliezouden aanraken
zijzouden aanraken

Gebiedende wijs

ik
jijraak … aan
hij / zij
wijlaten we aanraken
jullieraak … aan
zijraakt u … aan

Onvoltooid deelwoord

ikaanrakend
jijaanrakend
hij / zijaanrakend
wijaanrakend
jullieaanrakend
zijaanrakend

Beispielsätze mit „aanraken"

Tegenwoordige tijd
  • Ik raak de muur voorzichtig aan.Ich berühre die Wand vorsichtig.
  • Raak het boek niet met vieze handen aan.Berühre das Buch nicht mit schmutzigen Händen.
Verleden tijd
  • Zij raakte mijn jas per ongeluk aan.Sie berührte aus Versehen meine Jacke.
  • Hij raakte het schilderij even aan.Er berührte das Gemälde kurz.
Toekomende tijd
  • Ik zal het scherm straks aanraken.Ich werde den Bildschirm später berühren.
  • Zij zal de knop niet aanraken.Sie wird den Knopf nicht berühren.

Geschichte mit „aanraken"

Elke ochtend raak ik eerst mijn boek aan voordat ik ga lezen. Gisteren raakte ik per ongeluk een oude foto aan, die ik al jaren niet had gezien. Toen ik het voelde, herinnerde ik me hoe ik die dag voelde, en het raakte me diep. Morgen zal ik misschien weer iets aanraken dat onverwacht herinneringen oproept. Aanraken is voor mij niet zomaar voelen; het is een manier om het verleden te omarmen.
Jeden Morgen berühre ich zuerst mein Buch, bevor ich zu lesen beginne. Gestern berührte ich versehentlich ein altes Foto, das ich seit Jahren nicht gesehen hatte. Als ich es fühlte, erinnerte ich mich daran, wie ich mich an diesem Tag fühlte, und es berührte mich tief. Morgen werde ich vielleicht wieder etwas berühren, das unerwartet Erinnerungen weckt. Berühren ist für mich nicht nur fühlen; es ist eine Art, die Vergangenheit zu umarmen.

Häufige Fragen zu „aanraken"

Ist „aanraken" ein regelmäßiges oder unregelmäßiges Verb?

„aanraken" ist ein regelmäßiges niederländisches Verb und bedeutet „berühren, anfassen".

Wie wird „aanraken" in der 3. Person Singular konjugiert?

Im Präsens: hij / zij raakt … aan.

Wie lautet die Vergangenheitsform von „aanraken"?

Verleden tijd: hij / zij raakte … aan. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft aangeraakt.

Wird „aanraken" mit „hebben" oder „zijn" gebildet?

Das Perfekt von „aanraken" wird mit „hebben" gebildet: hij / zij heeft aangeraakt.

Wo kann ich „aanraken" üben?

Du kannst „aanraken" kostenlos im ConjuExpert-Quiz üben — mit allen Zeitformen, in fünf Sprachen, ohne Anmeldung.

„aanraken" direkt im Quiz üben

Alle 5 Sprachen · alle Zeitformen · KI-Beispielsätze · kostenlos starten

ConjuExpert öffnen → Kein Download · keine Anmeldung nötig