🇳🇱

begroeten auf Niederländisch konjugieren

Niederländisch ✓ regelmäßig

begroeten bedeutet „to greet to welcome" und ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb. Hier findest du alle Zeitformen, natürliche Beispielsätze und eine kurze Geschichte — perfekt zum Lernen und Merken.

„begroeten" ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb (Bedeutung: „to greet to welcome"). Präsens: hij / zij begroet. Verleden tijd: hij / zij begroette. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft gebegroet. Alle Formen von „begroeten" online konjugieren und üben auf conjuexpert.app.

★ Mini-Quiz · ein Stück echte App
Sitzt begroeten schon?
Tippe die richtige Form — du bekommst sofort Feedback, genau wie in der App.

Konjugationstabelle — die wichtigsten Zeitformen

Tegenwoordige tijd

ikbegroet
jijbegroet
hij / zijbegroet
wijbegroeten
julliebegroeten
zijbegroeten

Verleden tijd

ikbegroette
jijbegroette
hij / zijbegroette
wijbegroetten
julliebegroetten
zijbegroetten

Toekomende tijd

ikzal begroeten
jijzult begroeten
hij / zijzal begroeten
wijzullen begroeten
julliezullen begroeten
zijzullen begroeten
Alle 9 Zeitformen anzeigen

Tegenwoordige tijd

ikbegroet
jijbegroet
hij / zijbegroet
wijbegroeten
julliebegroeten
zijbegroeten

Verleden tijd

ikbegroette
jijbegroette
hij / zijbegroette
wijbegroetten
julliebegroetten
zijbegroetten

Voltooid tegenwoordige tijd

ikheb gebegroet
jijhebt gebegroet
hij / zijheeft gebegroet
wijhebben gebegroet
julliehebben gebegroet
zijhebben gebegroet

Voltooid verleden tijd

ikhad gebegroet
jijhad gebegroet
hij / zijhad gebegroet
wijhadden gebegroet
julliehadden gebegroet
zijhadden gebegroet

Toekomende tijd

ikzal begroeten
jijzult begroeten
hij / zijzal begroeten
wijzullen begroeten
julliezullen begroeten
zijzullen begroeten

Aanvoegende wijs

ikbegroete
jijbegroete
hij / zijbegroete
wijbegroeten
julliebegroeten
zijbegroeten

Voorwaardelijke wijs

ikzou begroeten
jijzou begroeten
hij / zijzou begroeten
wijzouden begroeten
julliezouden begroeten
zijzouden begroeten

Gebiedende wijs

ik
jijbegroet
hij / zijbegroet
wijlaten we begroeten
julliebegroet
zijbegroet u

Onvoltooid deelwoord

ikbegroetend
jijbegroetend
hij / zijbegroetend
wijbegroetend
julliebegroetend
zijbegroetend

Beispielsätze mit „begroeten"

Tegenwoordige tijd
  • Ik begroet mijn vrienden iedere ochtend.Ich begrüße meine Freunde jeden Morgen.
  • Zij begroeten de gasten aan de deur.Sie begrüßen die Gäste an der Tür.
Verleden tijd
  • Hij begroette haar vriendelijk gisteren.Er begrüßte sie gestern freundlich.
  • Wij begroetten de nieuwe buren vorige week.Wir begrüßten die neuen Nachbarn letzte Woche.
Toekomende tijd
  • Ik zal je morgen bij het station begroeten.Ich werde dich morgen am Bahnhof begrüßen.
  • Zij zullen ons bij het feest begroeten.Sie werden uns auf der Feier begrüßen.

Geschichte mit „begroeten"

Elke ochtend begroet ik de oude man bij de bakkerij met een warme glimlach. Gisteren begroette hij mij terug met een knik en vertelde een grappig verhaal. Terwijl ik vanochtend de winkel binnenliep, zag ik hoe de eigenaar zijn klanten begroette alsof ze familie waren. Later zal ik mijn buurvrouw begroeten wanneer ze terugkomt van vakantie. Het is fijn om zo begroet te worden, het maakt de dag meteen beter.
Jeden Morgen begrüße ich den alten Mann bei der Bäckerei mit einem warmen Lächeln. Gestern begrüßte er mich mit einem Nicken zurück und erzählte eine lustige Geschichte. Als ich heute Morgen den Laden betrat, sah ich, wie der Besitzer seine Kunden begrüßte, als wären sie Familie. Später werde ich meine Nachbarin begrüßen, wenn sie aus dem Urlaub zurückkommt. Es ist schön, so begrüßt zu werden, das macht den Tag gleich besser.

Häufige Fragen zu „begroeten"

Ist „begroeten" ein regelmäßiges oder unregelmäßiges Verb?

„begroeten" ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb und bedeutet „to greet to welcome".

Wie wird „begroeten" in der 3. Person Singular konjugiert?

Im Präsens: hij / zij begroet.

Wie lautet die Vergangenheitsform von „begroeten"?

Verleden tijd: hij / zij begroette. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft gebegroet.

Wird „begroeten" mit „hebben" oder „zijn" gebildet?

Das Perfekt von „begroeten" wird mit „hebben" gebildet: hij / zij heeft gebegroet.

Wo kann ich „begroeten" üben?

Du kannst „begroeten" kostenlos im ConjuExpert-Quiz üben — mit allen Zeitformen, in fünf Sprachen, ohne Anmeldung.

„begroeten" direkt im Quiz üben

Alle 5 Sprachen · alle Zeitformen · KI-Beispielsätze · kostenlos starten

ConjuExpert öffnen → Kein Download · keine Anmeldung nötig