🇳🇱

controleren auf Niederländisch konjugieren

Niederländisch ✓ regelmäßig

controleren bedeutet „to check to control" und ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb. Hier findest du alle Zeitformen, natürliche Beispielsätze und eine kurze Geschichte — perfekt zum Lernen und Merken.

„controleren" ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb (Bedeutung: „to check to control"). Präsens: hij / zij controleert. Verleden tijd: hij / zij controleerde. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft gecontroleerd. Alle Formen von „controleren" online konjugieren und üben auf conjuexpert.app.

★ Mini-Quiz · ein Stück echte App
Sitzt controleren schon?
Tippe die richtige Form — du bekommst sofort Feedback, genau wie in der App.

Konjugationstabelle — die wichtigsten Zeitformen

Tegenwoordige tijd

ikcontroleer
jijcontroleert
hij / zijcontroleert
wijcontroleren
julliecontroleren
zijcontroleren

Verleden tijd

ikcontroleerde
jijcontroleerde
hij / zijcontroleerde
wijcontroleerden
julliecontroleerden
zijcontroleerden

Toekomende tijd

ikzal controleren
jijzult controleren
hij / zijzal controleren
wijzullen controleren
julliezullen controleren
zijzullen controleren
Alle 9 Zeitformen anzeigen

Tegenwoordige tijd

ikcontroleer
jijcontroleert
hij / zijcontroleert
wijcontroleren
julliecontroleren
zijcontroleren

Verleden tijd

ikcontroleerde
jijcontroleerde
hij / zijcontroleerde
wijcontroleerden
julliecontroleerden
zijcontroleerden

Voltooid tegenwoordige tijd

ikheb gecontroleerd
jijhebt gecontroleerd
hij / zijheeft gecontroleerd
wijhebben gecontroleerd
julliehebben gecontroleerd
zijhebben gecontroleerd

Voltooid verleden tijd

ikhad gecontroleerd
jijhad gecontroleerd
hij / zijhad gecontroleerd
wijhadden gecontroleerd
julliehadden gecontroleerd
zijhadden gecontroleerd

Toekomende tijd

ikzal controleren
jijzult controleren
hij / zijzal controleren
wijzullen controleren
julliezullen controleren
zijzullen controleren

Aanvoegende wijs

ikcontroleere
jijcontroleere
hij / zijcontroleere
wijcontroleren
julliecontroleren
zijcontroleren

Voorwaardelijke wijs

ikzou controleren
jijzou controleren
hij / zijzou controleren
wijzouden controleren
julliezouden controleren
zijzouden controleren

Gebiedende wijs

ik
jijcontroleer
hij / zijcontroleer
wijlaten we controleren
julliecontroleert
zijcontroleert u

Onvoltooid deelwoord

ikcontrolerend
jijcontrolerend
hij / zijcontrolerend
wijcontrolerend
julliecontrolerend
zijcontrolerend

Beispielsätze mit „controleren"

Tegenwoordige tijd
  • Ik controleer de documenten elke dag.Ich überprüfe die Dokumente jeden Tag.
  • Zij controleert de lijst zorgvuldig.Sie kontrolliert die Liste sorgfältig.
Verleden tijd
  • Hij controleerde de machine gisteren.Er kontrollierte die Maschine gestern.
  • Wij controleerden de resultaten vorige week.Wir überprüften die Ergebnisse letzte Woche.
Toekomende tijd
  • Ik zal de antwoorden morgen controleren.Ich werde die Antworten morgen überprüfen.
  • Zij zal de deuren voor het feest controleren.Sie wird die Türen vor der Party kontrollieren.

Geschichte mit „controleren"

Elke ochtend controleer ik eerst mijn agenda voordat ik aan het werk ga. Gisteren controleerde ik de e-mails meerdere keren om geen belangrijke berichten te missen. Vanmiddag zal ik de voorraad controleren, want we verwachten een grote levering. Tijdens de lunch controleert mijn collega altijd de bestellingen om fouten te voorkomen. Zo zorgen we er samen voor dat alles soepel verloopt, doordat we alles goed blijven controleren.
Jeden Morgen kontrolliere ich zuerst meinen Kalender, bevor ich mit der Arbeit beginne. Gestern kontrollierte ich die E-Mails mehrmals, um keine wichtigen Nachrichten zu verpassen. Heute Nachmittag werde ich den Vorrat kontrollieren, da wir eine große Lieferung erwarten. Während des Mittagessens kontrolliert mein Kollege immer die Bestellungen, um Fehler zu vermeiden. So sorgen wir gemeinsam dafür, dass alles reibungslos läuft, indem wir alles gut kontrollieren.

Häufige Fragen zu „controleren"

Ist „controleren" ein regelmäßiges oder unregelmäßiges Verb?

„controleren" ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb und bedeutet „to check to control".

Wie wird „controleren" in der 3. Person Singular konjugiert?

Im Präsens: hij / zij controleert.

Wie lautet die Vergangenheitsform von „controleren"?

Verleden tijd: hij / zij controleerde. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft gecontroleerd.

Wird „controleren" mit „hebben" oder „zijn" gebildet?

Das Perfekt von „controleren" wird mit „hebben" gebildet: hij / zij heeft gecontroleerd.

Wo kann ich „controleren" üben?

Du kannst „controleren" kostenlos im ConjuExpert-Quiz üben — mit allen Zeitformen, in fünf Sprachen, ohne Anmeldung.

„controleren" direkt im Quiz üben

Alle 5 Sprachen · alle Zeitformen · KI-Beispielsätze · kostenlos starten

ConjuExpert öffnen → Kein Download · keine Anmeldung nötig