🇳🇱

markeren auf Niederländisch konjugieren

Niederländisch ✓ regelmäßig

markeren bedeutet „to mark to highlight" und ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb. Hier findest du alle Zeitformen, natürliche Beispielsätze und eine kurze Geschichte — perfekt zum Lernen und Merken.

„markeren" ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb (Bedeutung: „to mark to highlight"). Präsens: hij / zij markeert. Verleden tijd: hij / zij markeerde. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft gemarkeerd. Alle Formen von „markeren" online konjugieren und üben auf conjuexpert.app.

★ Mini-Quiz · ein Stück echte App
Sitzt markeren schon?
Tippe die richtige Form — du bekommst sofort Feedback, genau wie in der App.

Konjugationstabelle — die wichtigsten Zeitformen

Tegenwoordige tijd

ikmarkeer
jijmarkeert
hij / zijmarkeert
wijmarkeren
julliemarkeren
zijmarkeren

Verleden tijd

ikmarkeerde
jijmarkeerde
hij / zijmarkeerde
wijmarkeerden
julliemarkeerden
zijmarkeerden

Toekomende tijd

ikzal markeren
jijzult markeren
hij / zijzal markeren
wijzullen markeren
julliezullen markeren
zijzullen markeren
Alle 9 Zeitformen anzeigen

Tegenwoordige tijd

ikmarkeer
jijmarkeert
hij / zijmarkeert
wijmarkeren
julliemarkeren
zijmarkeren

Verleden tijd

ikmarkeerde
jijmarkeerde
hij / zijmarkeerde
wijmarkeerden
julliemarkeerden
zijmarkeerden

Voltooid tegenwoordige tijd

ikheb gemarkeerd
jijhebt gemarkeerd
hij / zijheeft gemarkeerd
wijhebben gemarkeerd
julliehebben gemarkeerd
zijhebben gemarkeerd

Voltooid verleden tijd

ikhad gemarkeerd
jijhad gemarkeerd
hij / zijhad gemarkeerd
wijhadden gemarkeerd
julliehadden gemarkeerd
zijhadden gemarkeerd

Toekomende tijd

ikzal markeren
jijzult markeren
hij / zijzal markeren
wijzullen markeren
julliezullen markeren
zijzullen markeren

Aanvoegende wijs

ikmarkeere
jijmarkeere
hij / zijmarkeere
wijmarkeren
julliemarkeren
zijmarkeren

Voorwaardelijke wijs

ikzou markeren
jijzou markeren
hij / zijzou markeren
wijzouden markeren
julliezouden markeren
zijzouden markeren

Gebiedende wijs

ik
jijmarkeer
hij / zijmarkeer
wijlaten we markeren
julliemarkeert
zijmarkeert u

Onvoltooid deelwoord

ikmarkerend
jijmarkerend
hij / zijmarkerend
wijmarkerend
julliemarkerend
zijmarkerend

Beispielsätze mit „markeren"

Tegenwoordige tijd
  • Ik markeer de belangrijke woorden in de tekst.Ich markiere die wichtigen Wörter im Text.
  • Jij markeert altijd de juiste antwoorden.Du markierst immer die richtigen Antworten.
Verleden tijd
  • Hij markeerde de fouten in het verslag.Er markierte die Fehler im Bericht.
  • Wij markeerden de plekken op de kaart.Wir markierten die Orte auf der Karte.
Toekomende tijd
  • Zij zal de datum in de agenda markeren.Sie wird das Datum im Kalender markieren.
  • Ik zal de belangrijkste punten markeren.Ich werde die wichtigsten Punkte markieren.

Geschichte mit „markeren"

Elke ochtend markeer ik de belangrijkste taken in mijn agenda voordat ik aan het werk ga. Gisteren markeerde ik een afspraak die ik bijna was vergeten, wat mijn dag redde. Straks zal ik opnieuw markeren wat prioriteit heeft, zodat ik niets over het hoofd zie. Mijn collega vroeg me laatst waarom ik altijd zo precies markeer, en ik legde uit dat het me helpt georganiseerd te blijven. Vandaag markeer ik niet alleen mijn werk, maar ook mijn pauzes, want die zijn net zo belangrijk.
Jeden Morgen markiere ich die wichtigsten Aufgaben in meinem Kalender, bevor ich mit der Arbeit beginne. Gestern markierte ich einen Termin, den ich fast vergessen hätte, was meinen Tag rettete. Später werde ich erneut markieren, was Priorität hat, damit ich nichts übersehe. Mein Kollege fragte mich kürzlich, warum ich immer so genau markiere, und ich erklärte, dass es mir hilft, organisiert zu bleiben. Heute markiere ich nicht nur meine Arbeit, sondern auch meine Pausen, denn die sind genauso wichtig.

Häufige Fragen zu „markeren"

Ist „markeren" ein regelmäßiges oder unregelmäßiges Verb?

„markeren" ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb und bedeutet „to mark to highlight".

Wie wird „markeren" in der 3. Person Singular konjugiert?

Im Präsens: hij / zij markeert.

Wie lautet die Vergangenheitsform von „markeren"?

Verleden tijd: hij / zij markeerde. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft gemarkeerd.

Wird „markeren" mit „hebben" oder „zijn" gebildet?

Das Perfekt von „markeren" wird mit „hebben" gebildet: hij / zij heeft gemarkeerd.

Wo kann ich „markeren" üben?

Du kannst „markeren" kostenlos im ConjuExpert-Quiz üben — mit allen Zeitformen, in fünf Sprachen, ohne Anmeldung.

„markeren" direkt im Quiz üben

Alle 5 Sprachen · alle Zeitformen · KI-Beispielsätze · kostenlos starten

ConjuExpert öffnen → Kein Download · keine Anmeldung nötig