🇳🇱

staan auf Niederländisch konjugieren

Niederländisch ⚡ unregelmäßig

staan bedeutet „to stand" und ist ein unregelmäßiges Nederlands-Verb. Hier findest du alle Zeitformen, natürliche Beispielsätze und eine kurze Geschichte — perfekt zum Lernen und Merken.

🎯 „staan" jetzt im Quiz üben — kostenlos →

Konjugationstabelle — die wichtigsten Zeitformen

Tegenwoordige tijd

iksta
jijstaat
hij / zijstaat
wijstaan
julliestaan
zijstaan

Verleden tijd

ikstond
jijstond
hij / zijstond
wijstonden
julliestonden
zijstonden

Toekomende tijd

ikzal staan
jijzult staan
hij / zijzal staan
wijzullen staan
julliezullen staan
zijzullen staan
Alle 9 Zeitformen anzeigen

Tegenwoordige tijd

iksta
jijstaat
hij / zijstaat
wijstaan
julliestaan
zijstaan

Verleden tijd

ikstond
jijstond
hij / zijstond
wijstonden
julliestonden
zijstonden

Voltooid tegenwoordige tijd

ikheb gestaan
jijhebt gestaan
hij / zijheeft gestaan
wijhebben gestaan
julliehebben gestaan
zijhebben gestaan

Voltooid verleden tijd

ikhad gestaan
jijhad gestaan
hij / zijhad gestaan
wijhadden gestaan
julliehadden gestaan
zijhadden gestaan

Toekomende tijd

ikzal staan
jijzult staan
hij / zijzal staan
wijzullen staan
julliezullen staan
zijzullen staan

Aanvoegende wijs

iksta
jijsta
hij / zijsta
wijstaan
julliestaan
zijstaan

Voorwaardelijke wijs

ikzou staan
jijzou staan
hij / zijzou staan
wijzouden staan
julliezouden staan
zijzouden staan

Gebiedende wijs

ik
jijsta
hij / zijsta
wijlaten we staan
julliestaan
zijsta u

Onvoltooid deelwoord

ikstaand
jijstaand
hij / zijstaand
wijstaand
julliestaand
zijstaand

Beispielsätze mit „staan"

Tegenwoordige tijd
  • Ik sta in de rij.Ich stehe in der Schlange.
  • Zij staan op het podium.Sie stehen auf der Bühne.
Verleden tijd
  • Hij stond gisteren buiten.Er stand gestern draußen.
  • Wij stonden vroeg op.Wir standen früh auf.
Toekomende tijd
  • Jij zult morgen staan.Du wirst morgen stehen.
  • Zij zullen samen staan.Sie werden zusammen stehen.

Geschichte mit „staan"

In het park staan kinderen te spelen terwijl hun ouders op een bankje zitten. Een vrouw staat op om haar hond uit te laten, en de hond staat enthousiast te springen. Aan de andere kant van het pad staat een oude man die op een bankje zit en naar de voorbijgangers kijkt. Hij heeft altijd een glimlach op zijn gezicht als hij de blije mensen ziet. Toen ik voorbij liep, stond ik even stil en voelde de warmte van de zon op mijn huid. Dit was een perfect moment waarin iedereen gelukkig stond te zijn.
Im Park stehen Kinder und spielen, während ihre Eltern auf einer Bank sitzen. Eine Frau steht auf, um ihren Hund auszuführen, und der Hund steht begeistert herum. Auf der anderen Seite des Weges sitzt ein alter Mann auf einer Bank und schaut den Vorbeigehenden zu. Er hat immer ein Lächeln im Gesicht, wenn er die fröhlichen Menschen sieht. Als ich vorbeiging, stand ich kurz still und spürte die Wärme der Sonne auf meiner Haut. Das war ein perfekter Moment, in dem alle glücklich standen.

„staan" direkt im Quiz üben

Alle 5 Sprachen · alle Zeitformen · KI-Beispielsätze · kostenlos starten

ConjuExpert öffnen → Kein Download · keine Anmeldung nötig