🇳🇱

verbranden auf Niederländisch konjugieren

Niederländisch ✓ regelmäßig

verbranden bedeutet „to burn up completely" und ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb. Hier findest du alle Zeitformen, natürliche Beispielsätze und eine kurze Geschichte — perfekt zum Lernen und Merken.

„verbranden" ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb (Bedeutung: „to burn up completely"). Präsens: hij / zij verbrandt. Verleden tijd: hij / zij verbrandde. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft geverbrand. Alle Formen von „verbranden" online konjugieren und üben auf conjuexpert.app.

★ Mini-Quiz · ein Stück echte App
Sitzt verbranden schon?
Tippe die richtige Form — du bekommst sofort Feedback, genau wie in der App.

Konjugationstabelle — die wichtigsten Zeitformen

Tegenwoordige tijd

ikverbrand
jijverbrandt
hij / zijverbrandt
wijverbranden
jullieverbranden
zijverbranden

Verleden tijd

ikverbrandde
jijverbrandde
hij / zijverbrandde
wijverbrandden
jullieverbrandden
zijverbrandden

Toekomende tijd

ikzal verbranden
jijzult verbranden
hij / zijzal verbranden
wijzullen verbranden
julliezullen verbranden
zijzullen verbranden
Alle 9 Zeitformen anzeigen

Tegenwoordige tijd

ikverbrand
jijverbrandt
hij / zijverbrandt
wijverbranden
jullieverbranden
zijverbranden

Verleden tijd

ikverbrandde
jijverbrandde
hij / zijverbrandde
wijverbrandden
jullieverbrandden
zijverbrandden

Voltooid tegenwoordige tijd

ikheb geverbrand
jijhebt geverbrand
hij / zijheeft geverbrand
wijhebben geverbrand
julliehebben geverbrand
zijhebben geverbrand

Voltooid verleden tijd

ikhad geverbrand
jijhad geverbrand
hij / zijhad geverbrand
wijhadden geverbrand
julliehadden geverbrand
zijhadden geverbrand

Toekomende tijd

ikzal verbranden
jijzult verbranden
hij / zijzal verbranden
wijzullen verbranden
julliezullen verbranden
zijzullen verbranden

Aanvoegende wijs

ikverbrande
jijverbrande
hij / zijverbrande
wijverbranden
jullieverbranden
zijverbranden

Voorwaardelijke wijs

ikzou verbranden
jijzou verbranden
hij / zijzou verbranden
wijzouden verbranden
julliezouden verbranden
zijzouden verbranden

Gebiedende wijs

ik
jijverbrand
hij / zijverbrand
wijlaten we verbranden
jullieverbrandt
zijverbrandt u

Onvoltooid deelwoord

ikverbrandend
jijverbrandend
hij / zijverbrandend
wijverbrandend
jullieverbrandend
zijverbrandend

Beispielsätze mit „verbranden"

Tegenwoordige tijd
  • Het hout verbrandt snel in de open haard.Das Holz verbrennt schnell im Kamin.
  • Papier verbrandt zonder veel rook te maken.Papier verbrennt ohne viel Rauch zu erzeugen.
Verleden tijd
  • De oude documenten verbrandden gisteren in de oven.Die alten Dokumente verbrannten gestern im Ofen.
  • Mijn oude kleren verbrandden door het kampvuur.Meine alten Kleider verbrannten im Lagerfeuer.
Toekomende tijd
  • Het afval zal volgende week volledig verbranden.Der Müll wird nächste Woche vollständig verbrennen.
  • De bladeren zullen in de herfst verbranden.Die Blätter werden im Herbst verbrennen.

Geschichte mit „verbranden"

De oude schuur achter ons huis begon te verbranden toen ik nog binnen was. Ik had het vuur per ongeluk laten aanwakkeren en zag hoe de vlammen alles verteerden. Gelukkig verbrande ik mezelf niet, maar de geur van verbrande hout bleef uren hangen. Toen de brandweer arriveerde, vertelde ik hen hoe snel het vuur had kunnen verbranden. Nu verbranden we alleen nog veilig hout in de open haard, want die les vergeet ik nooit meer.
Der alte Schuppen hinter unserem Haus begann zu brennen, als ich noch drinnen war. Ich hatte das Feuer versehentlich entfacht und sah, wie die Flammen alles verbrannten. Zum Glück verbrannte ich mich nicht, aber der Geruch von verbranntem Holz blieb stundenlang in der Luft. Als die Feuerwehr eintraf, erzählte ich ihnen, wie schnell das Feuer hätte verbrennen können. Jetzt verbrennen wir nur noch sicher Holz im Kamin, denn diese Lektion werde ich nie vergessen.

Häufige Fragen zu „verbranden"

Ist „verbranden" ein regelmäßiges oder unregelmäßiges Verb?

„verbranden" ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb und bedeutet „to burn up completely".

Wie wird „verbranden" in der 3. Person Singular konjugiert?

Im Präsens: hij / zij verbrandt.

Wie lautet die Vergangenheitsform von „verbranden"?

Verleden tijd: hij / zij verbrandde. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft geverbrand.

Wird „verbranden" mit „hebben" oder „zijn" gebildet?

Das Perfekt von „verbranden" wird mit „hebben" gebildet: hij / zij heeft geverbrand.

Wo kann ich „verbranden" üben?

Du kannst „verbranden" kostenlos im ConjuExpert-Quiz üben — mit allen Zeitformen, in fünf Sprachen, ohne Anmeldung.

„verbranden" direkt im Quiz üben

Alle 5 Sprachen · alle Zeitformen · KI-Beispielsätze · kostenlos starten

ConjuExpert öffnen → Kein Download · keine Anmeldung nötig