🇳🇱

verwarmen auf Niederländisch konjugieren

Niederländisch ✓ regelmäßig

verwarmen bedeutet „erwärmen, heizen" und ist ein regelmäßiges niederländisches Verb. Hier findest du alle Zeitformen, natürliche Beispielsätze und eine kurze Geschichte — perfekt zum Lernen und Merken.

„verwarmen" ist ein regelmäßiges niederländisches Verb (Bedeutung: „erwärmen, heizen"). Präsens: hij / zij verwarmt. Verleden tijd: hij / zij verwarmde. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft verwarmd. Alle Formen von „verwarmen" online konjugieren und üben auf conjuexpert.app.

★ Mini-Quiz · ein Stück echte App
Sitzt verwarmen schon?
Tippe die richtige Form — du bekommst sofort Feedback, genau wie in der App.

Konjugationstabelle — die wichtigsten Zeitformen

Tegenwoordige tijd

ikverwarm
jijverwarmt
hij / zijverwarmt
wijverwarmen
jullieverwarmen
zijverwarmen

Verleden tijd

ikverwarmde
jijverwarmde
hij / zijverwarmde
wijverwarmden
jullieverwarmden
zijverwarmden

Toekomende tijd

ikzal verwarmen
jijzult verwarmen
hij / zijzal verwarmen
wijzullen verwarmen
julliezullen verwarmen
zijzullen verwarmen
Alle 9 Zeitformen anzeigen

Tegenwoordige tijd

ikverwarm
jijverwarmt
hij / zijverwarmt
wijverwarmen
jullieverwarmen
zijverwarmen

Verleden tijd

ikverwarmde
jijverwarmde
hij / zijverwarmde
wijverwarmden
jullieverwarmden
zijverwarmden

Voltooid tegenwoordige tijd

ikheb verwarmd
jijhebt verwarmd
hij / zijheeft verwarmd
wijhebben verwarmd
julliehebben verwarmd
zijhebben verwarmd

Voltooid verleden tijd

ikhad verwarmd
jijhad verwarmd
hij / zijhad verwarmd
wijhadden verwarmd
julliehadden verwarmd
zijhadden verwarmd

Toekomende tijd

ikzal verwarmen
jijzult verwarmen
hij / zijzal verwarmen
wijzullen verwarmen
julliezullen verwarmen
zijzullen verwarmen

Aanvoegende wijs

ikverwarme
jijverwarme
hij / zijverwarme
wijverwarmen
jullieverwarmen
zijverwarmen

Voorwaardelijke wijs

ikzou verwarmen
jijzou verwarmen
hij / zijzou verwarmen
wijzouden verwarmen
julliezouden verwarmen
zijzouden verwarmen

Gebiedende wijs

ik
jijverwarm
hij / zij
wijlaten we verwarmen
jullieverwarm
zijverwarmt u

Onvoltooid deelwoord

ikverwarmend
jijverwarmend
hij / zijverwarmend
wijverwarmend
jullieverwarmend
zijverwarmend

Beispielsätze mit „verwarmen"

Tegenwoordige tijd
  • Ik verwarm de soep op het fornuis.Ich erwärme die Suppe auf dem Herd.
  • Zij verwarmt het huis met de kachel.Sie heizt das Haus mit dem Ofen.
Verleden tijd
  • Hij verwarmde het water voor de thee.Er erwärmte das Wasser für den Tee.
  • Wij verwarmden de kamer gisterenavond.Wir wärmten gestern Abend das Zimmer.
Toekomende tijd
  • Ik zal de oven morgen verwarmen.Ich werde morgen den Ofen erwärmen.
  • Zij zal de auto voor vertrek verwarmen.Sie wird das Auto vor der Abfahrt aufwärmen.

Geschichte mit „verwarmen"

De ochtend was kil, maar ik besloot de oven te verwarmen voordat ik begon met bakken. Terwijl het deeg rustte, verwarmde ik ook de kamer met een kleine kachel. Later, toen de geur van versgebakken brood de keuken verwarmde, voelde ik me gelukkig en warm van binnen. Elke keer als ik iets verwarm, herinner ik me hoe belangrijk warmte is op zulke koude dagen. Zo verwarmde ik niet alleen mijn huis, maar ook mijn humeur.
Der Morgen war kalt, aber ich beschloss, den Ofen vor dem Backen zu erwärmen. Während der Teig ruhte, erwärmte ich auch den Raum mit einem kleinen Heizgerät. Später, als der Duft von frisch gebackenem Brot die Küche erwärmte, fühlte ich mich glücklich und warm von innen. Jedes Mal, wenn ich etwas erwärme, erinnere ich mich daran, wie wichtig Wärme an solchen kalten Tagen ist. So erwärmte ich nicht nur mein Haus, sondern auch meine Stimmung.

Häufige Fragen zu „verwarmen"

Ist „verwarmen" ein regelmäßiges oder unregelmäßiges Verb?

„verwarmen" ist ein regelmäßiges niederländisches Verb und bedeutet „erwärmen, heizen".

Wie wird „verwarmen" in der 3. Person Singular konjugiert?

Im Präsens: hij / zij verwarmt.

Wie lautet die Vergangenheitsform von „verwarmen"?

Verleden tijd: hij / zij verwarmde. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft verwarmd.

Wird „verwarmen" mit „hebben" oder „zijn" gebildet?

Das Perfekt von „verwarmen" wird mit „hebben" gebildet: hij / zij heeft verwarmd.

Wo kann ich „verwarmen" üben?

Du kannst „verwarmen" kostenlos im ConjuExpert-Quiz üben — mit allen Zeitformen, in fünf Sprachen, ohne Anmeldung.

„verwarmen" direkt im Quiz üben

Alle 5 Sprachen · alle Zeitformen · KI-Beispielsätze · kostenlos starten

ConjuExpert öffnen → Kein Download · keine Anmeldung nötig