🇳🇱

bedanken auf Niederländisch konjugieren

Niederländisch ✓ regelmäßig

bedanken bedeutet „to thank to decline" und ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb. Hier findest du alle Zeitformen, natürliche Beispielsätze und eine kurze Geschichte — perfekt zum Lernen und Merken.

„bedanken" ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb (Bedeutung: „to thank to decline"). Präsens: hij / zij bedankt. Verleden tijd: hij / zij bedankte. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft gebedankt. Alle Formen von „bedanken" online konjugieren und üben auf conjuexpert.app.

★ Mini-Quiz · ein Stück echte App
Sitzt bedanken schon?
Tippe die richtige Form — du bekommst sofort Feedback, genau wie in der App.

Konjugationstabelle — die wichtigsten Zeitformen

Tegenwoordige tijd

ikbedank
jijbedankt
hij / zijbedankt
wijbedanken
julliebedanken
zijbedanken

Verleden tijd

ikbedankte
jijbedankte
hij / zijbedankte
wijbedankten
julliebedankten
zijbedankten

Toekomende tijd

ikzal bedanken
jijzult bedanken
hij / zijzal bedanken
wijzullen bedanken
julliezullen bedanken
zijzullen bedanken
Alle 9 Zeitformen anzeigen

Tegenwoordige tijd

ikbedank
jijbedankt
hij / zijbedankt
wijbedanken
julliebedanken
zijbedanken

Verleden tijd

ikbedankte
jijbedankte
hij / zijbedankte
wijbedankten
julliebedankten
zijbedankten

Voltooid tegenwoordige tijd

ikheb gebedankt
jijhebt gebedankt
hij / zijheeft gebedankt
wijhebben gebedankt
julliehebben gebedankt
zijhebben gebedankt

Voltooid verleden tijd

ikhad gebedankt
jijhad gebedankt
hij / zijhad gebedankt
wijhadden gebedankt
julliehadden gebedankt
zijhadden gebedankt

Toekomende tijd

ikzal bedanken
jijzult bedanken
hij / zijzal bedanken
wijzullen bedanken
julliezullen bedanken
zijzullen bedanken

Aanvoegende wijs

ikbedanke
jijbedanke
hij / zijbedanke
wijbedanken
julliebedanken
zijbedanken

Voorwaardelijke wijs

ikzou bedanken
jijzou bedanken
hij / zijzou bedanken
wijzouden bedanken
julliezouden bedanken
zijzouden bedanken

Gebiedende wijs

ik
jijbedank
hij / zijbedank
wijlaten we bedanken
julliebedankt
zijbedankt u

Onvoltooid deelwoord

ikbedankend
jijbedankend
hij / zijbedankend
wijbedankend
julliebedankend
zijbedankend

Beispielsätze mit „bedanken"

Tegenwoordige tijd
  • Ik bedank je voor je hulp.Ich danke dir für deine Hilfe.
  • We bedanken ons bij de leraar.Wir bedanken uns beim Lehrer.
Verleden tijd
  • Hij bedankte haar na het feest.Er dankte ihr nach der Feier.
  • Ze bedankten de gasten vriendelijk.Sie dankten den Gästen freundlich.
Toekomende tijd
  • Ik zal je straks bedanken.Ich werde dir später danken.
  • We zullen ons bij hen bedanken.Wir werden uns bei ihnen bedanken.

Geschichte mit „bedanken"

Op het feestje van mijn collega wilde ik eerst het aanbod om taart te nemen vriendelijk bedanken, maar ik besloot toch te bedanken omdat ik net had geluncht. Later, toen iemand me een drankje aanbood, heb ik opnieuw bedankt en uitgelegd dat ik liever water wilde. Aan het einde van de avond kon ik het niet laten mijn baas te bedanken voor de uitnodiging, ook al had ik meerdere keren bedankt voor het eten en drinken. Het voelde fijn om op zo'n beleefde manier mijn grenzen te stellen.
Auf der Party meines Kollegen wollte ich zuerst das Angebot, Kuchen zu nehmen, höflich ablehnen, aber ich entschied mich dann doch zu bedanken, weil ich gerade zu Mittag gegessen hatte. Später, als mir jemand ein Getränk anbot, habe ich erneut bedankt und erklärt, dass ich lieber Wasser möchte. Am Ende des Abends konnte ich es nicht lassen, meinem Chef für die Einladung zu danken, obwohl ich mehrmals für das Essen und Trinken abgelehnt hatte. Es fühlte sich gut an, auf so höfliche Weise meine Grenzen zu setzen.

Häufige Fragen zu „bedanken"

Ist „bedanken" ein regelmäßiges oder unregelmäßiges Verb?

„bedanken" ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb und bedeutet „to thank to decline".

Wie wird „bedanken" in der 3. Person Singular konjugiert?

Im Präsens: hij / zij bedankt.

Wie lautet die Vergangenheitsform von „bedanken"?

Verleden tijd: hij / zij bedankte. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft gebedankt.

Wird „bedanken" mit „hebben" oder „zijn" gebildet?

Das Perfekt von „bedanken" wird mit „hebben" gebildet: hij / zij heeft gebedankt.

Wo kann ich „bedanken" üben?

Du kannst „bedanken" kostenlos im ConjuExpert-Quiz üben — mit allen Zeitformen, in fünf Sprachen, ohne Anmeldung.

„bedanken" direkt im Quiz üben

Alle 5 Sprachen · alle Zeitformen · KI-Beispielsätze · kostenlos starten

ConjuExpert öffnen → Kein Download · keine Anmeldung nötig