🇳🇱

bedoelen auf Niederländisch konjugieren

Niederländisch ✓ regelmäßig

bedoelen bedeutet „to mean to intend" und ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb. Hier findest du alle Zeitformen, natürliche Beispielsätze und eine kurze Geschichte — perfekt zum Lernen und Merken.

„bedoelen" ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb (Bedeutung: „to mean to intend"). Präsens: hij / zij bedoelt. Verleden tijd: hij / zij bedoelde. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft gebedoeld. Alle Formen von „bedoelen" online konjugieren und üben auf conjuexpert.app.

★ Mini-Quiz · ein Stück echte App
Sitzt bedoelen schon?
Tippe die richtige Form — du bekommst sofort Feedback, genau wie in der App.

Konjugationstabelle — die wichtigsten Zeitformen

Tegenwoordige tijd

ikbedoel
jijbedoelt
hij / zijbedoelt
wijbedoelen
julliebedoelen
zijbedoelen

Verleden tijd

ikbedoelde
jijbedoelde
hij / zijbedoelde
wijbedoelden
julliebedoelden
zijbedoelden

Toekomende tijd

ikzal bedoelen
jijzult bedoelen
hij / zijzal bedoelen
wijzullen bedoelen
julliezullen bedoelen
zijzullen bedoelen
Alle 9 Zeitformen anzeigen

Tegenwoordige tijd

ikbedoel
jijbedoelt
hij / zijbedoelt
wijbedoelen
julliebedoelen
zijbedoelen

Verleden tijd

ikbedoelde
jijbedoelde
hij / zijbedoelde
wijbedoelden
julliebedoelden
zijbedoelden

Voltooid tegenwoordige tijd

ikheb gebedoeld
jijhebt gebedoeld
hij / zijheeft gebedoeld
wijhebben gebedoeld
julliehebben gebedoeld
zijhebben gebedoeld

Voltooid verleden tijd

ikhad gebedoeld
jijhad gebedoeld
hij / zijhad gebedoeld
wijhadden gebedoeld
julliehadden gebedoeld
zijhadden gebedoeld

Toekomende tijd

ikzal bedoelen
jijzult bedoelen
hij / zijzal bedoelen
wijzullen bedoelen
julliezullen bedoelen
zijzullen bedoelen

Aanvoegende wijs

ikbedoele
jijbedoele
hij / zijbedoele
wijbedoelen
julliebedoelen
zijbedoelen

Voorwaardelijke wijs

ikzou bedoelen
jijzou bedoelen
hij / zijzou bedoelen
wijzouden bedoelen
julliezouden bedoelen
zijzouden bedoelen

Gebiedende wijs

ik
jijbedoel
hij / zijbedoel
wijlaten we bedoelen
julliebedoelt
zijbedoelt u

Onvoltooid deelwoord

ikbedoelend
jijbedoelend
hij / zijbedoelend
wijbedoelend
julliebedoelend
zijbedoelend

Beispielsätze mit „bedoelen"

Tegenwoordige tijd
  • Wat bedoel je met dat woord?Was meinst du mit diesem Wort?
  • Ik bedoel het goed, vertrouw me maar.Ich meine es gut, vertrau mir.
Verleden tijd
  • Hij bedoelde niet te kwetsen met zijn woorden.Er wollte mit seinen Worten nicht verletzen.
  • We bedoelden te helpen, maar het ging fout.Wir wollten helfen, aber es ging schief.
Toekomende tijd
  • Ik zal je bedoelingen duidelijk maken morgen.Ich werde dir morgen meine Absichten klarmachen.
  • Zij zullen dat niet zo bedoelen, geloof ik.Sie werden das nicht so meinen, glaube ich.

Geschichte mit „bedoelen"

Ik bedoelde gisteren te bellen, maar de tijd vloog voorbij zonder dat ik het doorhad. Vandaag bedoel ik het echt goed te maken en haar te verrassen met bloemen. Soms bedoelen mensen iets anders dan wat ze zeggen, en dat kan verwarring veroorzaken. Toen ze vroeg waarom ik niet op haar bericht reageerde, bedoelde ik alleen dat ik het druk had, niet dat ik haar negeerde. Morgen bedoel ik nog beter mijn tijd te plannen om zulke dingen niet te vergeten.
Ich wollte gestern anrufen, aber die Zeit verging, ohne dass ich es bemerkte. Heute habe ich wirklich vor, es wieder gut zu machen und sie mit Blumen zu überraschen. Manchmal meinen Menschen etwas anderes, als sie sagen, und das kann zu Verwirrung führen. Als sie fragte, warum ich nicht auf ihre Nachricht reagierte, meinte ich nur, dass ich beschäftigt war, nicht dass ich sie ignorierte. Morgen habe ich vor, meine Zeit besser zu planen, um solche Dinge nicht zu vergessen.

Häufige Fragen zu „bedoelen"

Ist „bedoelen" ein regelmäßiges oder unregelmäßiges Verb?

„bedoelen" ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb und bedeutet „to mean to intend".

Wie wird „bedoelen" in der 3. Person Singular konjugiert?

Im Präsens: hij / zij bedoelt.

Wie lautet die Vergangenheitsform von „bedoelen"?

Verleden tijd: hij / zij bedoelde. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft gebedoeld.

Wird „bedoelen" mit „hebben" oder „zijn" gebildet?

Das Perfekt von „bedoelen" wird mit „hebben" gebildet: hij / zij heeft gebedoeld.

Wo kann ich „bedoelen" üben?

Du kannst „bedoelen" kostenlos im ConjuExpert-Quiz üben — mit allen Zeitformen, in fünf Sprachen, ohne Anmeldung.

„bedoelen" direkt im Quiz üben

Alle 5 Sprachen · alle Zeitformen · KI-Beispielsätze · kostenlos starten

ConjuExpert öffnen → Kein Download · keine Anmeldung nötig