🇳🇱

herinneren auf Niederländisch konjugieren

Niederländisch ✓ regelmäßig

herinneren bedeutet „to remember to remind" und ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb. Hier findest du alle Zeitformen, natürliche Beispielsätze und eine kurze Geschichte — perfekt zum Lernen und Merken.

„herinneren" ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb (Bedeutung: „to remember to remind"). Präsens: hij / zij herinneert. Verleden tijd: hij / zij herinneerde. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft geherinneerd. Alle Formen von „herinneren" online konjugieren und üben auf conjuexpert.app.

★ Mini-Quiz · ein Stück echte App
Sitzt herinneren schon?
Tippe die richtige Form — du bekommst sofort Feedback, genau wie in der App.

Konjugationstabelle — die wichtigsten Zeitformen

Tegenwoordige tijd

ikherinneer
jijherinneert
hij / zijherinneert
wijherinneren
jullieherinneren
zijherinneren

Verleden tijd

ikherinneerde
jijherinneerde
hij / zijherinneerde
wijherinneerden
jullieherinneerden
zijherinneerden

Toekomende tijd

ikzal herinneren
jijzult herinneren
hij / zijzal herinneren
wijzullen herinneren
julliezullen herinneren
zijzullen herinneren
Alle 9 Zeitformen anzeigen

Tegenwoordige tijd

ikherinneer
jijherinneert
hij / zijherinneert
wijherinneren
jullieherinneren
zijherinneren

Verleden tijd

ikherinneerde
jijherinneerde
hij / zijherinneerde
wijherinneerden
jullieherinneerden
zijherinneerden

Voltooid tegenwoordige tijd

ikheb geherinneerd
jijhebt geherinneerd
hij / zijheeft geherinneerd
wijhebben geherinneerd
julliehebben geherinneerd
zijhebben geherinneerd

Voltooid verleden tijd

ikhad geherinneerd
jijhad geherinneerd
hij / zijhad geherinneerd
wijhadden geherinneerd
julliehadden geherinneerd
zijhadden geherinneerd

Toekomende tijd

ikzal herinneren
jijzult herinneren
hij / zijzal herinneren
wijzullen herinneren
julliezullen herinneren
zijzullen herinneren

Aanvoegende wijs

ikherinneere
jijherinneere
hij / zijherinneere
wijherinneren
jullieherinneren
zijherinneren

Voorwaardelijke wijs

ikzou herinneren
jijzou herinneren
hij / zijzou herinneren
wijzouden herinneren
julliezouden herinneren
zijzouden herinneren

Gebiedende wijs

ik
jijherinneer
hij / zijherinneer
wijlaten we herinneren
jullieherinneert
zijherinneert u

Onvoltooid deelwoord

ikherinnerend
jijherinnerend
hij / zijherinnerend
wijherinnerend
jullieherinnerend
zijherinnerend

Beispielsätze mit „herinneren"

Tegenwoordige tijd
  • Ik herinner me haar verjaardag altijd.Ich erinnere mich immer an ihren Geburtstag.
  • Herinner jij mij aan de afspraak?Erinnerst du mich an den Termin?
Verleden tijd
  • Hij herinnerde zich de namen van iedereen.Er erinnerte sich an die Namen von allen.
  • Wij herinnerden haar aan het belangrijke gesprek.Wir erinnerten sie an das wichtige Gespräch.
Toekomende tijd
  • Ik zal je morgen aan het project herinneren.Ich werde dich morgen an das Projekt erinnern.
  • Zij zullen ons aan de regels herinneren.Sie werden uns an die Regeln erinnern.

Geschichte mit „herinneren"

Elke ochtend herinner ik mezelf eraan om de planten water te geven, want ik herinner me hoe droog ze vorige week waren. Gisteren herinnerde mijn moeder me eraan dat ik ook de brieven moest posten. Terwijl ik dat deed, herinnerde ik me plotseling dat ik mijn sleutels was vergeten. Nu probeer ik altijd te herinneren waar ik mijn spullen neerleg, zodat ik me niet haasten hoef. Zo herinneren kleine dingen me eraan om rustig te blijven en georganiseerd te zijn.
Jeden Morgen erinnere ich mich daran, die Pflanzen zu gießen, weil ich mich erinnere, wie trocken sie letzte Woche waren. Gestern erinnerte mich meine Mutter daran, auch die Briefe zu verschicken. Während ich das tat, erinnerte ich mich plötzlich, dass ich meine Schlüssel vergessen hatte. Jetzt versuche ich immer, mich daran zu erinnern, wo ich meine Sachen abgelegt habe, damit ich mich nicht beeilen muss. So erinnern mich kleine Dinge daran, ruhig zu bleiben und organisiert zu sein.

Häufige Fragen zu „herinneren"

Ist „herinneren" ein regelmäßiges oder unregelmäßiges Verb?

„herinneren" ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb und bedeutet „to remember to remind".

Wie wird „herinneren" in der 3. Person Singular konjugiert?

Im Präsens: hij / zij herinneert.

Wie lautet die Vergangenheitsform von „herinneren"?

Verleden tijd: hij / zij herinneerde. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft geherinneerd.

Wird „herinneren" mit „hebben" oder „zijn" gebildet?

Das Perfekt von „herinneren" wird mit „hebben" gebildet: hij / zij heeft geherinneerd.

Wo kann ich „herinneren" üben?

Du kannst „herinneren" kostenlos im ConjuExpert-Quiz üben — mit allen Zeitformen, in fünf Sprachen, ohne Anmeldung.

„herinneren" direkt im Quiz üben

Alle 5 Sprachen · alle Zeitformen · KI-Beispielsätze · kostenlos starten

ConjuExpert öffnen → Kein Download · keine Anmeldung nötig