🇳🇱

veroorzaken auf Niederländisch konjugieren

Niederländisch ✓ regelmäßig

veroorzaken bedeutet „verursachen" und ist ein regelmäßiges niederländisches Verb. Hier findest du alle Zeitformen, natürliche Beispielsätze und eine kurze Geschichte — perfekt zum Lernen und Merken.

„veroorzaken" ist ein regelmäßiges niederländisches Verb (Bedeutung: „verursachen"). Präsens: hij / zij veroorzaakt. Verleden tijd: hij / zij veroorzaakte. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft veroorzaakt. Alle Formen von „veroorzaken" online konjugieren und üben auf conjuexpert.app.

★ Mini-Quiz · ein Stück echte App
Sitzt veroorzaken schon?
Tippe die richtige Form — du bekommst sofort Feedback, genau wie in der App.

Konjugationstabelle — die wichtigsten Zeitformen

Tegenwoordige tijd

ikveroorzaak
jijveroorzaakt
hij / zijveroorzaakt
wijveroorzaken
jullieveroorzaken
zijveroorzaken

Verleden tijd

ikveroorzaakte
jijveroorzaakte
hij / zijveroorzaakte
wijveroorzaakten
jullieveroorzaakten
zijveroorzaakten

Toekomende tijd

ikzal veroorzaken
jijzult veroorzaken
hij / zijzal veroorzaken
wijzullen veroorzaken
julliezullen veroorzaken
zijzullen veroorzaken
Alle 9 Zeitformen anzeigen

Tegenwoordige tijd

ikveroorzaak
jijveroorzaakt
hij / zijveroorzaakt
wijveroorzaken
jullieveroorzaken
zijveroorzaken

Verleden tijd

ikveroorzaakte
jijveroorzaakte
hij / zijveroorzaakte
wijveroorzaakten
jullieveroorzaakten
zijveroorzaakten

Voltooid tegenwoordige tijd

ikheb veroorzaakt
jijhebt veroorzaakt
hij / zijheeft veroorzaakt
wijhebben veroorzaakt
julliehebben veroorzaakt
zijhebben veroorzaakt

Voltooid verleden tijd

ikhad veroorzaakt
jijhad veroorzaakt
hij / zijhad veroorzaakt
wijhadden veroorzaakt
julliehadden veroorzaakt
zijhadden veroorzaakt

Toekomende tijd

ikzal veroorzaken
jijzult veroorzaken
hij / zijzal veroorzaken
wijzullen veroorzaken
julliezullen veroorzaken
zijzullen veroorzaken

Aanvoegende wijs

ikveroorzake
jijveroorzake
hij / zijveroorzake
wijveroorzaken
jullieveroorzaken
zijveroorzaken

Voorwaardelijke wijs

ikzou veroorzaken
jijzou veroorzaken
hij / zijzou veroorzaken
wijzouden veroorzaken
julliezouden veroorzaken
zijzouden veroorzaken

Gebiedende wijs

ik
jijveroorzaak
hij / zij
wijlaten we veroorzaken
jullieveroorzaak
zijveroorzaakt u

Onvoltooid deelwoord

ikveroorzakend
jijveroorzakend
hij / zijveroorzakend
wijveroorzakend
jullieveroorzakend
zijveroorzakend

Beispielsätze mit „veroorzaken"

Tegenwoordige tijd
  • De storm veroorzaakt veel schade.Der Sturm verursacht großen Schaden.
  • Roken veroorzaakt gezondheidsproblemen.Rauchen verursacht Gesundheitsprobleme.
Verleden tijd
  • De fout veroorzaakte een storing.Der Fehler verursachte eine Störung.
  • Het lek veroorzaakte overstroming.Das Leck verursachte eine Überschwemmung.
Toekomende tijd
  • De beslissing zal problemen veroorzaken.Die Entscheidung wird Probleme verursachen.
  • Dit zal veel discussie veroorzaken.Das wird viel Diskussion verursachen.

Geschichte mit „veroorzaken"

De hevige regenval veroorzaakte gisteren veel overlast in de stad. Plekken die normaal droog bleven, veroorzaakten nu problemen voor de bewoners. Mijn buurman zei dat het water in zijn kelder de schade veroorzaakte die hij nooit eerder had meegemaakt. Als we niet oppassen, zal deze situatie meer problemen veroorzaken in de toekomst. Daarom besloot de gemeente maatregelen te nemen om verdere schade te voorkomen.
Der starke Regen verursachte gestern viel Ärger in der Stadt. Stellen, die normalerweise trocken blieben, verursachten jetzt Probleme für die Bewohner. Mein Nachbar sagte, dass das Wasser in seinem Keller den Schaden verursachte, den er nie zuvor erlebt hatte. Wenn wir nicht aufpassen, wird diese Situation in der Zukunft mehr Probleme verursachen. Deshalb beschloss die Gemeinde, Maßnahmen zu ergreifen, um weiteren Schaden zu verhindern.

Häufige Fragen zu „veroorzaken"

Ist „veroorzaken" ein regelmäßiges oder unregelmäßiges Verb?

„veroorzaken" ist ein regelmäßiges niederländisches Verb und bedeutet „verursachen".

Wie wird „veroorzaken" in der 3. Person Singular konjugiert?

Im Präsens: hij / zij veroorzaakt.

Wie lautet die Vergangenheitsform von „veroorzaken"?

Verleden tijd: hij / zij veroorzaakte. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft veroorzaakt.

Wird „veroorzaken" mit „hebben" oder „zijn" gebildet?

Das Perfekt von „veroorzaken" wird mit „hebben" gebildet: hij / zij heeft veroorzaakt.

Wo kann ich „veroorzaken" üben?

Du kannst „veroorzaken" kostenlos im ConjuExpert-Quiz üben — mit allen Zeitformen, in fünf Sprachen, ohne Anmeldung.

„veroorzaken" direkt im Quiz üben

Alle 5 Sprachen · alle Zeitformen · KI-Beispielsätze · kostenlos starten

ConjuExpert öffnen → Kein Download · keine Anmeldung nötig