afmaken auf Niederländisch konjugieren
afmaken bedeutet „to finish to complete" und ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb. Hier findest du alle Zeitformen, natürliche Beispielsätze und eine kurze Geschichte — perfekt zum Lernen und Merken.
„afmaken" ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb (Bedeutung: „to finish to complete"). Präsens: hij / zij maakt … af. Verleden tijd: hij / zij maakte … af. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft afgemaakt. Alle Formen von „afmaken" online konjugieren und üben auf conjuexpert.app.
Konjugationstabelle — die wichtigsten Zeitformen
Tegenwoordige tijd
| ik | maak … af |
| jij | maakt … af |
| hij / zij | maakt … af |
| wij | maken … af |
| jullie | maken … af |
| zij | maken … af |
Verleden tijd
| ik | maakte … af |
| jij | maakte … af |
| hij / zij | maakte … af |
| wij | maakten … af |
| jullie | maakten … af |
| zij | maakten … af |
Toekomende tijd
| ik | zal afmaken |
| jij | zult afmaken |
| hij / zij | zal afmaken |
| wij | zullen afmaken |
| jullie | zullen afmaken |
| zij | zullen afmaken |
Alle 9 Zeitformen anzeigen
Tegenwoordige tijd
| ik | maak … af |
| jij | maakt … af |
| hij / zij | maakt … af |
| wij | maken … af |
| jullie | maken … af |
| zij | maken … af |
Verleden tijd
| ik | maakte … af |
| jij | maakte … af |
| hij / zij | maakte … af |
| wij | maakten … af |
| jullie | maakten … af |
| zij | maakten … af |
Voltooid tegenwoordige tijd
| ik | heb afgemaakt |
| jij | hebt afgemaakt |
| hij / zij | heeft afgemaakt |
| wij | hebben afgemaakt |
| jullie | hebben afgemaakt |
| zij | hebben afgemaakt |
Voltooid verleden tijd
| ik | had afgemaakt |
| jij | had afgemaakt |
| hij / zij | had afgemaakt |
| wij | hadden afgemaakt |
| jullie | hadden afgemaakt |
| zij | hadden afgemaakt |
Toekomende tijd
| ik | zal afmaken |
| jij | zult afmaken |
| hij / zij | zal afmaken |
| wij | zullen afmaken |
| jullie | zullen afmaken |
| zij | zullen afmaken |
Aanvoegende wijs
| ik | maake … af |
| jij | maake … af |
| hij / zij | maake … af |
| wij | maken … af |
| jullie | maken … af |
| zij | maken … af |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou afmaken |
| jij | zou afmaken |
| hij / zij | zou afmaken |
| wij | zouden afmaken |
| jullie | zouden afmaken |
| zij | zouden afmaken |
Gebiedende wijs
| ik | — |
| jij | maak … af |
| hij / zij | maak … af |
| wij | laten we afmaken |
| jullie | maakt … af |
| zij | maakt u |
Onvoltooid deelwoord
| ik | afmakend |
| jij | afmakend |
| hij / zij | afmakend |
| wij | afmakend |
| jullie | afmakend |
| zij | afmakend |
Beispielsätze mit „afmaken"
- Ik maak mijn huiswerk af.Ich mache meine Hausaufgaben fertig.
- Zij maken het project af.Sie beenden das Projekt.
- Hij maakte het boek af.Er hat das Buch fertig gelesen.
- We maakten de taak gisteren af.Wir haben die Aufgabe gestern fertiggestellt.
- Ik zal de klus morgen afmaken.Ich werde die Arbeit morgen beenden.
- Zij zullen het rapport afmaken.Sie werden den Bericht fertigstellen.
Geschichte mit „afmaken"
Häufige Fragen zu „afmaken"
Ist „afmaken" ein regelmäßiges oder unregelmäßiges Verb?
„afmaken" ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb und bedeutet „to finish to complete".
Wie wird „afmaken" in der 3. Person Singular konjugiert?
Im Präsens: hij / zij maakt … af.
Wie lautet die Vergangenheitsform von „afmaken"?
Verleden tijd: hij / zij maakte … af. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft afgemaakt.
Wird „afmaken" mit „hebben" oder „zijn" gebildet?
Das Perfekt von „afmaken" wird mit „hebben" gebildet: hij / zij heeft afgemaakt.
Wo kann ich „afmaken" üben?
Du kannst „afmaken" kostenlos im ConjuExpert-Quiz üben — mit allen Zeitformen, in fünf Sprachen, ohne Anmeldung.
„afmaken" direkt im Quiz üben
Alle 5 Sprachen · alle Zeitformen · KI-Beispielsätze · kostenlos starten
ConjuExpert öffnen → Kein Download · keine Anmeldung nötig