uitleggen auf Niederländisch konjugieren
uitleggen bedeutet „to explain to clarify" und ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb. Hier findest du alle Zeitformen, natürliche Beispielsätze und eine kurze Geschichte — perfekt zum Lernen und Merken.
„uitleggen" ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb (Bedeutung: „to explain to clarify"). Präsens: hij / zij legt … uit. Verleden tijd: hij / zij legde … uit. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft uitgelegd. Alle Formen von „uitleggen" online konjugieren und üben auf conjuexpert.app.
Konjugationstabelle — die wichtigsten Zeitformen
Tegenwoordige tijd
| ik | leg … uit |
| jij | legt … uit |
| hij / zij | legt … uit |
| wij | leggen … uit |
| jullie | leggen … uit |
| zij | leggen … uit |
Verleden tijd
| ik | legde … uit |
| jij | legde … uit |
| hij / zij | legde … uit |
| wij | legden … uit |
| jullie | legden … uit |
| zij | legden … uit |
Toekomende tijd
| ik | zal uitleggen |
| jij | zult uitleggen |
| hij / zij | zal uitleggen |
| wij | zullen uitleggen |
| jullie | zullen uitleggen |
| zij | zullen uitleggen |
Alle 9 Zeitformen anzeigen
Tegenwoordige tijd
| ik | leg … uit |
| jij | legt … uit |
| hij / zij | legt … uit |
| wij | leggen … uit |
| jullie | leggen … uit |
| zij | leggen … uit |
Verleden tijd
| ik | legde … uit |
| jij | legde … uit |
| hij / zij | legde … uit |
| wij | legden … uit |
| jullie | legden … uit |
| zij | legden … uit |
Voltooid tegenwoordige tijd
| ik | heb uitgelegd |
| jij | hebt uitgelegd |
| hij / zij | heeft uitgelegd |
| wij | hebben uitgelegd |
| jullie | hebben uitgelegd |
| zij | hebben uitgelegd |
Voltooid verleden tijd
| ik | had uitgelegd |
| jij | had uitgelegd |
| hij / zij | had uitgelegd |
| wij | hadden uitgelegd |
| jullie | hadden uitgelegd |
| zij | hadden uitgelegd |
Toekomende tijd
| ik | zal uitleggen |
| jij | zult uitleggen |
| hij / zij | zal uitleggen |
| wij | zullen uitleggen |
| jullie | zullen uitleggen |
| zij | zullen uitleggen |
Aanvoegende wijs
| ik | lege … uit |
| jij | lege … uit |
| hij / zij | lege … uit |
| wij | leggen … uit |
| jullie | leggen … uit |
| zij | leggen … uit |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou uitleggen |
| jij | zou uitleggen |
| hij / zij | zou uitleggen |
| wij | zouden uitleggen |
| jullie | zouden uitleggen |
| zij | zouden uitleggen |
Gebiedende wijs
| ik | — |
| jij | leg … uit |
| hij / zij | leg … uit |
| wij | laten we uitleggen |
| jullie | legt … uit |
| zij | legt u |
Onvoltooid deelwoord
| ik | uitleggend |
| jij | uitleggend |
| hij / zij | uitleggend |
| wij | uitleggend |
| jullie | uitleggend |
| zij | uitleggend |
Beispielsätze mit „uitleggen"
- Ik leg het probleem aan hem uit.Ich erkläre ihm das Problem.
- Zij legt de regels duidelijk uit.Sie erklärt die Regeln klar.
- Hij legde de opdracht gisteren uit.Er erklärte die Aufgabe gestern.
- Wij legden alles stap voor stap uit.Wir erklärten alles Schritt für Schritt.
- Ik zal het morgen aan jou uitleggen.Ich werde es dir morgen erklären.
- Zij zal de situatie snel uitleggen.Sie wird die Situation schnell erklären.
Geschichte mit „uitleggen"
Häufige Fragen zu „uitleggen"
Ist „uitleggen" ein regelmäßiges oder unregelmäßiges Verb?
„uitleggen" ist ein regelmäßiges Nederlands-Verb und bedeutet „to explain to clarify".
Wie wird „uitleggen" in der 3. Person Singular konjugiert?
Im Präsens: hij / zij legt … uit.
Wie lautet die Vergangenheitsform von „uitleggen"?
Verleden tijd: hij / zij legde … uit. Voltooid tegenwoordige tijd: hij / zij heeft uitgelegd.
Wird „uitleggen" mit „hebben" oder „zijn" gebildet?
Das Perfekt von „uitleggen" wird mit „hebben" gebildet: hij / zij heeft uitgelegd.
Wo kann ich „uitleggen" üben?
Du kannst „uitleggen" kostenlos im ConjuExpert-Quiz üben — mit allen Zeitformen, in fünf Sprachen, ohne Anmeldung.
„uitleggen" direkt im Quiz üben
Alle 5 Sprachen · alle Zeitformen · KI-Beispielsätze · kostenlos starten
ConjuExpert öffnen → Kein Download · keine Anmeldung nötig